LTA therapie             Websites

21 May 2012; 17:28 pm

Patronen van Willem Betz (Wim Betz) van SKEPP.

Willem Betz of Wim Betz is een man die zijn leven wijdt aan het belasteren, kleineren en belachelijk maken van alternatieve therapieën en therapeuten, het paranormale en andere zaken die niet wetenschappelijk bewezen zijn.
Deze man is geobsedeerd om alternatieve therapieën, die nochtans mensen helpen, tegen te houden. De motivatie achter dit gedrag is ego en winstbejag. Deze man heeft al tal van mensen kapot gemaakt met zijn praktijken, en hoort thuis in een gevangenis of een psychiatrische instelling. Toch loopt deze geestelijk zieke man nog altijd vrij rond zonder dat de overheid er iets aan doet om hem en anderen van zijn misdadige soort te stoppen.

Hieronder worden de patronen van Willem Betz beschreven. De patronen beschrijven de onbewuste persoonlijkheidsstructuur van een persoon en zijn verantwoordelijk voor een bepaald gedrag. Elke aparte regel of paragraaf is een apart patroon of programmering. Soms is het patroon opgeslagen in de vorm: ‘ik ben jaloers’. Soms in de vorm: ‘je bent jaloers’. Soms in de vorm: ‘hij is jaloers’. Bij het vernietigen van de patronen waarbij tegengestelde positieve waarden (energieën) bevrijd worden, kunnen we van een slecht mens een mooi mens maken. Dit geldt zelfs voor Willem Betz.
.

De zieke geest van Willem Betz

Ego, heersen over anderen.

. Ik ben god, en een overweldigend gevoel van ego erbij.
. Ik ben de grootste.

. Een patroon met een beeld van iemand die omringd is door anderen, en die zich boven de anderen verheven waant, kijkt neer op de anderen rondom hem.

. Een gevoel van almacht, van te heersen over leven en dood, van de anderen onder zijn voeten te vertrappelen.

. Een beeld van iemand die de kleine vliegjes die de anderen maar zijn, tussen zijn duim en vingers kapot knijpt, doodknijpt. Daarin vervat zit een gevoel van grootheidswaanzin en almacht van te heersen over leven en dood over de zielige wezens die hij naar willekeur en met een gevoel van almacht tussen zijn vingers vermorzelt.

. Ik heb het recht te heersen, ik heb het recht te vernietigen. Hoe durft dat klein gespuis, (zoals Ingrid Holvoet b.v.) tegen mij in te gaan, zich tegen mij te keren, ik vertrappel hen. Daarbij zit een beeld van een reuzenvoet die een insect vermorzelt.

. Hoe durft iemand tegen mij in te gaan, ik, de grootste, hoe durft die, hoe durft iemand mij tegen te spreken. Er is een gevoel van enorme woede daarbij. Ik vermorzel hen, ik vertrappel hen, ik maak hen kapot. Daarin vervat zit een beeld van het geven van een bevel aan ondergeschikten om anderen te vernietigen.

. Hij kan niet tegengesproken worden. Hij weet hoe het in elkaar zit, hij weet wat het beste is, hij heeft de waarheid. Dat niemand hem durft tegenspreken, niemand moet hem zeggen hoe de dingen zijn, want hij weet het, hij weet het en niemand anders weet het. Dat niemand zich durft verzetten of hem tegenspreken, laat ze maar eens proberen. Daarin vervat zit een beeld van een arm met een klauwhand die uitschiet naar een ander (heel heel snel, zoals de tong bij insecten etende hagedissen en dergelijke), en de ander doodt met de klauwen. De ander is vermorzeld, wie tegenspreekt wordt vermorzeld.
Een beeld van een heerser over slaven te paard, met de zweep in de hand, klaar om toe te slaan voor wie ongehoorzaam is. In dit patroon zit ook een gevoel van genadeloze tirannie en macht over de slaven in het patroon vervat, alsook een gevoel van enorme zelfgrootheid en verhevenheid boven anderen. Die anderen die geen enkel recht hebben en op wie hij met een buitengewone minachting neerkijkt, die nietiger zijn dan nietig, die het niet waard zijn dat ze leven. Daarbij zit ook het gevoel van die enorme nietigheid van de anderen naast hijzelf die god is.
.

Houding tegenover alternatieve therapieën

. Gevaar!
. Gevaar, mijn imago! Ik ben dokter, hoe durven ze!
. Dreiging!
.
. Een patroon met het gevoel: de alternatieven zijn bedreigend, ik ben in gevaar.

. Angst voor de alternatieven en voor wat ze mogelijk zouden kunnen, een gevoel van enorme bedreiging. Dat kan ik niet toelaten, ik ben dokter, ik sta bovenaan, ik moet respect krijgen. Het is zo vernederend, dat gespuis doet de dingen die ik doe, die kruimels die ik onder mijn voeten vertrappel. Daarbij zit een beeld van iemand die vanuit de hoogte (positie van een god) neerkijkt op de nietige wezens beneden hem. Ik moet er tegenaan gaan, ze moeten kapot. Dat onrecht (dat de anderen ook dingen doen) moet ongedaan gemaakt worden. Wie denken ze wel dat ze zijn!

. Alleen willen heersen, de enige willen zijn die aanbeden wordt. Daarbij zit een beeld van een god die zich in de lucht op een soort troon bevindt, en de ondergeschikten beneden hem leggen geschenken aan zijn voeten. Hierin zit een gevoel van almacht en ego vervat, een gevoel van verhevenheid boven die anderen. Ik ben de alwetende, ik heb alle kennis, ik heb macht, ik beschik over leven en dood, ik heb de touwtjes in handen.
.
. Ik ben groot, ik sta boven anderen. De anderen moeten respect voor mij opbrengen, zo hoort het. Ik ben de verhevene, ik weet hoe het moet, ik heb alle kennis, ik heb de waarheid. Daarin vervat is een gevoel dat er geen enkele andere waarheid is, elke andere waarheid is uitgesloten, niemand moet komen aandragen met een andere waarheid want die is er niet. Elke andere waarheid die opduikt moet radicaal onderdrukt worden. Ook zit daar het gevoel bij dat dit gewoon zijn recht is en dat dit vanzelfsprekend is. Het is gewoon zijn recht om elke andere waarheid naast zijn waarheid te vernietigen, en dan is hij weer alleen als heerser.

. Hoe durft iemand met een andere waarheid komen aandragen, hoe durft die. Daar zit een beeld bij van een heerser op zijn troon en een dienaar aan zijn voeten die sidderend en bevend een andere waarheid komt vertellen. Hoe durft die, het lef dat die heeft, hoe durft die tegen mij in gaan, hoe durft die tegen mij opkomen. Vernietig hem, pak hem op en vernietig hem. Een enorme woede zit daarin vervat, de enorme verontwaardiging dat iemand zijn manier van denken in twijfel zou trekken, hij, die god is.

. Er is geen andere waarheid dan de jouwe.
.
. Alle andere waarheden zijn onwaar en zijn een gevaar voor de maatschappij en moeten vernietigd worden.

. Er is er geen groter dan jij, niemand komt tegen je op. Een enorm gevoel van almacht en opperheersend zijn, de touwtjes in handen hebbend. En daar komt dan een dreiging aansluipen, als een nietig insect dat op zijn lichaam omhoog kruipt. Die nietigen die denken dat ze ook iets weten en die ook iets willen zeggen. Die nietigen die denken dat ze aan hem hun mening zullen opdringen, aan hem, de heerser, hoe is het mogelijk. Die nietigen, die sla je gewoon dood. Als het insect op je omhoog kruipt, vermorzel je dat met één slag van je hand.
.

Hij móet absoluut andere technieken tegenhouden. Middel: belasteren en bekladden van anderen

. Ze moeten kapot, zeer negatieve gevoelens en gevoelens van minachting. Dat gespuis dat denkt een mening te hebben, wie wanen ze zich wel?

. Ik zal ze kapotmaken, ik zal ze bekladden met alles en nog wat, ik zal ze vernederen. Ik zal ze in een negatief daglicht stellen en iedereen zal mij geloven. Ik zal ze vernietigen, ze moeten vermorzeld worden.

. Leugens bedenken om mensen in een negatief daglicht te kunnen stellen. Het houdt hem heel erg bezig wat hij kan vertellen om iemand te krijgen. Hij is geobsedeerd door dit zoeken naar wat hij kan vinden om te zeggen. Hij zal zeggen dat ze geld aftroggelen. Hij zal het zo inkleden dat het geloofd wordt. Hij zal met verhalen afkomen van slachtoffers, hij zal het mooi documenteren, hij zal het voorstellen alsof het allemaal om geld draait, dat de praktijken gebeuren om geld af te troggelen. Daarbij zit een gevoel van geluk, van gewonnen hebben, van triomferen. Hij bereidt het bijzonder goed voor, het kan niet mislukken.

. Hij móet vernietigen, dat onderkruipsel dat daar naast hem opgang maakt. Zijn ego is geschaad. Dat die ook bestaan, schande! Ik zal ze bekladden, ik zal negatieve vertelsels over hen verspreiden, dat zal hen stoppen. Hij is er heel erg mee bezig hoe hij dat zal doen. Hij is erdoor geobsedeerd, hij doktert het uit wat hij kan vertellen, bereidt zorgvuldig zijn slag voor.
.
. Jaloers, enorm jaloers. Hij wil het centrum zijn en dat iedereen naar hem opkijkt en hem prijst. Hij wil mijlenver geen concurrentie in de buurt. Hij wil in een grote cirkel rond hem de alleenheerschappij hebben. Hij wil als enige bekend zijn, hij wil niet dat er ook anderen zijn. Hij wil geprezen worden, wil aanbeden worden. Hij zal iedereen naast hem die wat opgang maakt en wat aandacht krijgt, in een negatief daglicht stellen. Hij zal negatieve verhalen over die mensen verspreiden. Enorm, enorm jaloers als hij ziet dat iemand anders succesvol is. Die móet buiten gewerkt worden, die moet aan de kant geschoven worden. Als mensen naar die ander trekken verliest hij aandacht en aanzien. Dat moet absoluut vermeden worden. Hoe meer belangstelling er is voor het andere, hoe meer zijn jaloezie ten top stijgt. Hij kan alleen nog maar aan één ding denken: hoe hij kan uithalen om die ander, die aandacht en appreciatie krijgt te vernietigen. Hij wordt erdoor geobsedeerd, hij kan alleen rust vinden als die ander vermorzeld is, hij kan alleen dan weer leven en zich concentreren op zijn werk. Wat hij kan doen om de ander te krijgen is het enige wat hem nog bezighoudt, hij bedenkt allerlei verhalen die hij kan naar buiten brengen. Hij weegt de waarde ervan tegen elkaar af, tot hij een verhaal heeft samengesteld dat hem bevalt, dat hem genoegdoening schenkt en dat hem in zijn opzet zal doen slagen.
.
. Hij heeft een gamma van scenario’s die aanslaan. Hij heeft door ondervinding geleerd wat aanslaat en wat niet. Hij blijft uiteindelijk bij zijn vaste thema: arme slachtoffers die in de klauwen vallen van die oplichters.
En verder: dat alle andere technieken dan de zijne niet werken, dat het er de therapeuten alleen maar om te doen is om geld af te troggelen, dat er absoluut niets anders is dat werkt.
En verder: absoluut ontkennen dat iets anders zou kunnen werken, zoeken, zoeken naar alles wat maar kan helpen om aan te tonen dat iets niet werkt.
En verder: fouten in de eigen discipline absoluut ontkennen, daar absoluut niet willen bij stilstaan, dat absoluut niet willen onder ogen zien.
.
. Alle bewijzen van de werking van iets ontkennen. Blijven ontkennen dat iets anders dan het zijne zou kunnen werken. Al het andere dan het zijne moet in een negatief daglicht gesteld worden. Alleen het zijne mag bestaan, of dat nu werkt of niet. Of het zijne werkt of niet kan hem uiteindelijk geen moer schelen. Integendeel, als het niet werkt, zoveel te beter, want dan kan hij de mensen aan het lijntje houden, heeft hij macht over mensen. Als dingen de mensen genezen, dan raakt hij ze kwijt en heeft hij geen macht meer over hen. Hij wil dat mensen afhankelijk zijn van hem, dan is hij het centrum van hun wereld, en anders wordt hij onbelangrijk. Als mensen genezen verdwijnen ze uit zijn leven en wordt hij onbelangrijk voor hen. Dan heeft hij ook niemand meer om te manipuleren en uit te buiten. Het laatste wat hij wil is dat mensen genezen. De mensen moeten ziek blijven en afhankelijk van hem blijven.
.
. Hij zal zich kapot vechten om elke techniek die mensen geneest te vernietigen, want hij kan dat niet, bij hem blijven de mensen ziek. Dat vindt hij niet erg, integendeel. Maar dan mag het ook niet dat andere technieken wel kunnen genezen, want hij kan die schande niet verteren. Dus moeten die technieken die genezen en waar goede geruchten over zijn, vernietigd worden.
.
. Hij wil de mensen ziek houden om het centrum te zijn, om aandacht te krijgen, om belangrijk te zijn voor anderen, om waarde te hebben, om controle te hebben over de patiënten. Als ze ziek zijn en van hem afhankelijk heeft hij macht over hen, hebben ze hem steeds nodig. Hij wil mensen aan het bed gekluisterd houden. Zo is hij gelukkig, kan hij pas leven, heeft zijn leven waarde, want dan is hij het centrum van die mensen hun wereld. Hij zal verkeerde medicatie voorschrijven opdat mensen niet snel beter zouden worden. Hij zal een behandeling rekken om een patiënt niet te verliezen en om controle te houden over een patiënt. Het idee van genezen van een patiënt is een walgelijk idee. Hij wil geen patiënt genezen, hij wil ze in zijn macht houden. Alle technieken die mensen genezen zijn bedreigend voor hem en moeten vernietigd worden.
.
. Hij moet absoluut andere technieken tegenhouden, al moest hij er zijn laatste adem voor uitblazen. Hij moet absoluut dat grote gevaar dat andere technieken met zich meebrengen tegenhouden, namelijk zelf nietig worden, zelf niet meer bestaan, zelf niet meer het centrum zijn. Alle middelen zijn goed om zijn doel te bereiken. Een middel dat hem bijzonder ligt is opstoken. Een zogezegd goedbedoelde hint geven aan mensen over de negatieve gevolgen van een therapie. Geruchten verspreiden, geleidelijk aan opbouwen, waardoor er steeds meer geruchten over een persoon of therapie circuleren, waardoor die persoon of therapie vernietigd wordt.
.

Heel beperkt denken: alleen wat waarneembaar is, bestaat, en anders bestaat het niet.

. Hij kan iets niet begrijpen dat buiten het domein van het absoluut waarneembare ligt. Als het niet waarneembaar is, dan is het er niet. Punt. Gedaan. Het is er gewoon niet, het bestaat niet want je ziet het niet. Hij zal luidkeels roepen om zijn mening te verkondigen. Zal campagne voeren om zijn mening kracht bij te zetten. Zo zit het in elkaar en niet anders. Al die onbenulligen met hun belachelijke ideeën, hij zal ze eens laten zien wie de baas is. Hij zal ze eens laten zien wie het voor het zeggen heeft. Die belachelijke, belachelijke onzin. Een gevoel van bijzondere minachting, hij moet kotsen van die belachelijke onzin. Hij zal ze uitroeien, hij zal ze vernietigen, die banalen die denken dat ze het weten. Waar halen ze het lef, die mensen die niets weten (hij weet het, hij is God), die zich het recht toeëigenen om te willen gehoord worden. Die banalen die er op de koop toe nog echt van overtuigd zijn dat ze het weten, en die dan nog zouden willen dat ze gehoord worden er bovenop. Hoe durven ze, wie stellen ze zich wel voor dat ze zijn, hoe durven ze verwachten dat hun belachelijke opvattingen zullen gehoord worden.

. Jij bent diegene die het weet, niemand weet het.
. Jouw visie is de waarheid.
. Jij hebt de juiste visie.
.
. Breng jouw waarheid naar buiten en vernietig al de anderen. Hak ze neer.
.
. Er kan geen andere visie zijn dan de jouwe.
.
. Er is maar één waarheid en dat is jouw waarheid, al de anderen zijn verkeerd en moeten vernietigd worden.
.
. Wat bewezen is, is waar en bestaat. Wat zichtbaar is is waar en bestaat, wat onzichtbaar is bestaat niet. Wat niet bewezen kan worden, is er niet.
Het moet bewezen zijn voor het geloofd kan worden.
.
. Vecht, vecht om de anderen te vernietigen, hak ze neer. Alle andere meningen buiten de jouwe moeten vernietigd worden. Voer strijd, vernietig ze, druk ze terug, laat ze niet infiltreren in de maatschappij (die soort met hun onzinnige ideeën). Vernietig ze voor ze oprukken. Zet er al je kracht op, zet je in tot het uiterste, om die onzin uit de maatschappij te elimineren. Je moet je tot het uiterste inzetten, je moet je volledig geven, want anders is de wereld verloren, anders wordt de wereld overrompeld door die achterlijke opvattingen. De wereld moet daartegen beschermd worden, die ideeën moeten in de kiem gesmoord worden. Ze moeten van bij het begin weggemaaid worden, voor het te laat is.
.
. Alle middelen zijn goed, het is toch het meest banale onderkruipsel, dat geen enkel respect verdient. Het is toch maar ongedierte dat moet uitgeroeid worden. Desnoods verzin je maar iets, als je ze maar kapot krijgt. Ze zijn een gevaar voor de maatschappij en ze moeten vernietigd worden, met alle middelen, alle middelen zijn goed. Correct of niet correct, als het maar werkt, als je maar je doel bereikt. Alle middelen zijn goed als dat onderkruipsel maar vernietigd wordt. Stel ze in een negatief daglicht, fabriceer maar je eigen verhaal. Het hoeft niet met de waarheid te stroken, als je ze maar kapot krijgt. Het doel heiligt de middelen. Breng een sensationeel verhaal, dik het maar goed aan. Een verhaal van schrijnende toestanden, van mensen die eraan kapot gegaan zijn, en dat die oplichters zomaar hun gang kunnen gaan, en jij, de hoeder van de maatschappij gaat er achteraan om ze te verdelgen..
.
.
Jij zet je in voor de bescherming van de maatschappij tegen die gevaarlijke tendensen. Jij schraagt je tegen dit gevaar dat de maatschappij beloert. Jij redt de maatschappij van de ondergang.
.

Jaloezie

. Hij houdt anderen rondom hem in de gaten, is steeds alert op wat anderen presteren, op hoe anderen vooruitgaan. Hij staat klaar om toe te slaan (o.a. met een mooi verzonnen verhaal over iemand om die in diskrediet te brengen). Hij weet zeer goed waar anderen mee bezig zijn en hoe ver ze al staan. Hij moet op de voorgrond staan, hij wil de nummer één zijn. Hij zal geruchten over anderen verspreiden om iemand tegen te werken. Hij houdt anderen in de gaten en hij houdt notities bij over die mensen omdat dat hem later misschien van pas kan komen om de anderen in diskrediet te kunnen brengen. Hij zal bij mensen die boven hem staan opmerkingen laten vallen over de anderen om die in een slecht daglicht te stellen.

. Hij moet de absolute top bereiken. Hij wil boven de mensen die boven hem staan geraken. Hij wil bovenaan prijken ook al is hij minder bekwaam dan anderen. Hij zal zijn weg naar de top banen door oneerlijke praktijken, door vervalsen van gegevens of documenten …, door geruchten over anderen te verspreiden die de anderen doen achterop geraken, door zijn prestaties in de schijnwerpers proberen te krijgen en die van anderen in de schaduw proberen te houden. Hij zal in de gunst van een overste proberen te geraken. Hij zal ervoor zorgen dat hij opvalt en de aandacht trekt bij een overste, allemaal met in het achterhoofd het doel om hogerop te geraken.
.
. Als hij ziet dat een ander aandacht krijgt bij een overste (een professor b.v, in tijden van opleiding), is hij enorm jaloers. Hij zou die aandacht moeten krijgen. Dan zal hij iets doen om op te vallen, zodat de aandacht naar hem gaat en de ander naar achter geschoven wordt. Dan zal hij zich buitengewoon inzetten om een zeer goed werk af te leveren, zodat hij boven de ander kan prijken.
.
. Hij kan er absoluut niet tegen dat een ander vooruitgaat, hij móet die stoppen. Hij wordt er gek van als hij ziet dat een ander succes heeft. Hij voelt zich nietig worden, voelt zich verdwijnen, voelt zich niet meer bestaan. Híj moet vooraan staan,híj moet als eerste prijken. Vanaf dat moment is er maar één ding dat hem nog bezighoudt, namelijk hoe hij de ander zal vernietigen, hoe hij de ander ten val zal brengen. Het wordt een obsessie, het houdt hem dag en nacht bezig, de ander moet kapot. De ander heeft hem vernederd door zelf succesvol te zijn, dus moet de ander kapot.
.
Als iemand succes heeft, zal hij de dingen zo voorstellen alsof komt doordat de persoon in kwestie greep heeft op mensen, en niet omdat het iets waard is wat die persoon doet. Het is omdat die persoon charismatisch is, en macht heeft over mensen en mensen kan manipuleren en beïnvloeden dat het lijkt te werken. Niet omdat wat die persoon doet op zich enige waarde heeft.
.

Leugens

. Hij schudt de leugens zo uit zijn mouw, hij is een specialist in het fabriceren van leugens. Hij kan zonder blikken of blozen de grootste onwaarheden vertellen. Hij geeft er totaal niet om dat iets wat hij zegt niet waar is. Als het maar helpt om zijn doel te bereiken. Als hij succes heeft met een listige leugen, is hij bijzonder in zijn nopjes. Hij zal ook een verhaal in elkaar steken om anderen kapot te krijgen. Hij is ermee bezig, kauwt erop en herkauwt hoe hij de dingen zal voorstellen om een ander maar in een negatief daglicht te krijgen. Als hij zijn doel bereikt heeft, als hij een ander heeft kunnen breken met leugens, is hij bijzonder gelukkig, is hij in de zevende hemel.

. Hij zal nooit toegeven dat hij in fout was. Hij zal nooit toegeven dat hij iets verkeerd voor had. Hij zal aan zijn leugens vasthouden, hij zal blijven vasthouden aan zijn verzonnen verhaal. Hij zal blijven vasthouden aan zijn versie, hoe alle feiten ook tegen hem zijn. Hij zal nooit, nooit, nooit toegeven dat hij ongelijk zou kunnen gehad hebben.
Hij zal ook nooit voor zichzelf toegeven dat hij een fout gemaakt heeft. Hij kan dat voor zichzelf niet aan dat hij een fout zou kunnen begaan, dat hij zou kunnen blunderen. Hij kan dat bij zichzelf absoluut niet confronteren. Hij zal voor zichzelf ontkennen dat hij een fout gemaakt heeft.
.
. Hij geeft geen zier om wat hij een ander aandoet met zijn leugens. Wat de consequenties zijn voor een ander kan hem geen bal schelen. Als hij er maar goed uitkomt, als hij er maar ongeschonden uitkomt, wat de ander overkomt raakt hem niet. Hij heeft zeker nooit spijt van zijn leugens. Hij zal nooit toegeven dat hij gelogen heeft.
.
. Als een leugen uitkomt, als hij op het matje geroepen wordt, kan hij het zo inkleden, dat hij weer wordt geloofd. Hij zal bij zijn verhaal blijven, hij zal zeker ontkennen wat een ander aanbrengt, hij zal een verhaal verzinnen waarom de ander liegt. Hij wordt weer geloofd, en de ander is nog meer de dupe. Want de ander is nu ook nog een leugenaar er bovenop.
Kortom: een meester leugenaar. En bovendien heel laf: als er toch iets uitkomt zal hij het potje zoveel mogelijk toedekken, zorgen dat hij zelf zo weinig mogelijk schade oploopt en de anderen voor de consequenties laten opdraaien. Kan geen verantwoordelijkheid nemen voor wat hij gedaan heeft.
.

Visie op vrouwen

. Een vrouw hoort niet in de schijnwerpers te staan, een vrouw hoort geen aandacht te krijgen. Een man staat bovenaan en een vrouw staat er onder. Een vrouw hoort geen opgang te maken, of iets nieuws voor te stellen, dat hoort bij een man. Hij zal zo’n vrouw wel krijgen, hij zal ze wel klein krijgen. Hij zal ze bespotten, hij zal ze belachelijk maken tot ze het onderspit delft.

. Een vrouw hoort niet naar voor te komen, een vrouw hoort in de schaduw achter een man te staan.

. Hij kan zeker niet verdragen dat een vrouw voor hem zou opgang maken, dan voelt hij zich zo klein worden als man. Hij kan zo een vrouw niet confronteren en zal die mijden (b.v. een vrouwelijke professor die opgang maakt).

. Ze (Ingrid Holvoet) is een vrouw die zoiets durft komen te vertellen, een vrouw dan nog. Het is al zo’n onderkruipsel dat met die belachelijke ideeën aan komt draven, en dan is het nog een vrouw ook die meent dat ze iets te vertellen heeft. Hoe durft die, hoe durft die zo opkomen, die vrouw moet uit de weg. Het is op zich al zo pijnlijk voor hem dat iemand met zo’n ideeën aanhang heeft, maar dan is het nog een vrouw ook, en dat is helemaal vernederend voor hem. Hij broedt erop hoe hij Ingrid Holvoet uit de weg krijgt, en zeker ook omdat ze een vrouw is. Het is een vrouw die opgang maakt. Daar kan hij zeker niet mee om, daar voelt hij zich totaal kapot van worden. Hij moet haar krijgen, ze moet uit de weg, ze moet kapot.
.

Lees ook de persoonsbeschrijving van Willem Betz bij deze link:
http://www.ltapersoonlijkeontwikkeling.com/wim-betz.html

?