LTA therapie             Websites

21 May 2012; 17:15 pm

Resultaten Tom Bauwens

01/01/2010
Lijst met veranderingen sinds de start van de LTA therapie op afstand van Ingrid Holvoet

1) jaren aan een stuk kon ik me zo goed als niet wassen ten gevolge van de anorexia, douchen of een bad nemen was een marteling voor mij; nu is het geen enkel probleem meer meerdere malen per week te douchen of een bad te nemen, dit is een echte verademing

2) ik moest vroeger altijd een lange stoffen thermische broek onder jeans of een trainingsbroek dragen, anders voelde ik me niet goed voel in mijn vel, dit was dus ook het geval tijdens de zomer, dan moest ik een lange broek dragen met daaronder nog eens een lange onderbroek; dit behoort compleet tot het verleden (verbetering anorexia)

3) vroeger kon ik tijdens de zomer nooit een korte broek dragen, ik voelde me direct heel dik als ik een korte broek probeerde aan te doen en kon mijn benen niet zien; nu kan ik wel perfect een korte broek dragen van het moment dat het weer het toelaat

4) ik kon (in de zin van willen) niet werken vroeger, werken was taboe voor mij, dit wekte alleen maar een afkeer bij me op; dit gevoel is totaal verdwenen en me nu totaal vreemd, werken zie ik nu als iets dat leuk kan zijn en waar je voldoening kan uit halen

5) de relatie met mijn ouders is veel beter dan vroeger, vooral met mijn pa: nu hebben we respect voor elkaar, we kunnen veel beter naar elkaar luisteren terwijl ruzie vroeger schering en inslag was, we zitten niet meer op elkaars kap en proberen elkaar te helpen waar mogelijk

6) dingen maalden vroeger constant in mijn hoofd, eindeloos bleven gedachten mij tergen, dit kon bvb zijn ‘iets wat iemand tegen me had gezegd’, ‘dingen die gebeurd waren op het werk’,…; dit heb ik totaal niet meer

7) als iets mij bezig hield en in mijn hoofd aan het malen was kon ik hierover eindeloos praten, ik zou dit eindeloos herhaald hebben en er echt over doorgeboomd hebben, voortdurend bleef ik hetzelfde herhalen alsof ik het voor de eerste keer aan het vertellen was; dit is verleden tijd en gebeurt niet meer
8) ik vroeg constant aandacht, ik kon niet alleen zijn en moest uren bellen naar Ingrid of langsgaan bij bvb een tante van mij, alle aandacht moest op mij gericht zijn en iedereen moest met mij alleen bezig lopen; dit is radicaal veranderd

9) als ik vroeger iets aan het doen was (bvb één of ander klusje) dan deed ik altijd meerdere dingen tegelijk waardoor er niets vlot kon afgewerkt worden en alles bleef aanslepen, nu kan ik mij wel perfect op één ding tegelijk concentreren en daadwerkelijk afwerken van a tot z

10) luisteren was in het verleden zeker niet één van mijn sterkere punten, ik was meer op mezelf gericht dan op hetgeen de andere persoon te vertellen had; nu kan ik wel met volle aandacht naar iemand luisteren zonder dat mijn gedachten afdwalen

11) vroeger was constant bezig met: ‘wat gaan andere personen van mij denken?, wat vinden ze van mij?’, ‘praten ze over me?’; dat houdt me totaal niet meer bezig en het kan me niets meer schelen wat anderen van me vinden, hoe ze over me denken,…

12) me ontspannen kon ik vroeger niet, ik moest altijd maar bezig zijn; nu kan ik me wel al eens ontspannen en de houding hebben van ‘morgen komt ook’

13) vroeger zat ik boordevol obsessies, ik was door heel veel dingen geobsedeerd;
ik weet niet precies meer wat allemaal maar ik was door heel veel dingen geobsedeerd waarvan ik nu verlost ben

14) rustig met de auto rijden was moeilijk voor me, niet dat ik te snel reed maar ik voelde me altijd opgejaagd in het verkeer; nu ben ik veel rustiger en stoor me zo goed als niet aan de gedragingen van andere personen

15) als ik vroeger ergens naar toe moest dan kwam ik maar net op tijd en moest me altijd haasten om op tijd aan te komen, nu ben ik bijna altijd ruimschoots op tijd en vertrek ik ruim op voorhand zodat ik me niet moet opjagen

16) als vroeger iets niet direct lukte gaf ik het heel snel op, ik kon in niets doorbijten; nu doe ik verder tot het me lukt, tot een probleem opgelost is hoe lang dit ook duurt

17) er zijn nog wel eens perioden dat het minder gaat, dat ik me minder goed in mijn vel voel; maar in tegenstelling tot vroeger is dit veel beter: vroeger was ik constant depressief, piekerde over veel dingen; nu ben ik gegroeid tot een persoon met meer ruggengraat die tegen een stootje kan en bovenal meestal met een roze bril op door het leven gaat in plaats van een zwartkijker te zijn

18) ik ben veel socialer geworden dan voordien, ik kan gemakkelijk met iedereen een praatje maken, lachen, plezier maken,…; vroeger was ik zeker zo sociaal niet: ik zou me eerder wegsteken als ik iemand zag die me kende (bvb als er thuis iemand aanbelde zou ik eerder weggaan naar mijn kamer dan te blijven, dit is totaal anders nu)

19) als vroeger iets niet lukte dan sneuvelden er al snel materiële dingen zoals meetlatten, een gat in een deur slaan, met deuren slaan,…; dit gedrag heb ik totaal niet meer: ik kan wel nog eens kwaad worden als iets niet goed lukt maar ik maak daarbij geen dingen meer stuk

20) ik wou vroeger altijd gelijk hebben, een ander zijn mening wou ik niet horen als er over iets gepraat werd: bvb ‘hoe herstel ik een onderdeel aan een auto’, ik kon enkel mijn eigen visie zien en niet luisteren naar een ander zijn inzicht; daarentegen kan ik nu wel luisteren en leren van andere mensen hun inzichten, ik probeer nu via eigen inzicht en dat van anderen tot de beste oplossing te komen voor een probleem

21) mensen waren vroeger niet zo graag in mijn buurt; de situatie nu is dat mensen nu graag plezier met me maken, lachen om dingen die ik zeg; terwijl mensen me vroeger nauwelijks zagen staan luistert men nu als ik iets zeg

22) een sociaal leven had ik niet, nu ga ik toch regelmatig eens sporten en kom meer onder de mensen dan voorheen; mijn sociaal leven is zeker nog niet wat het zijn moet maar toch beter dan vroeger

23) vroeger zag mijn gezicht er grauw uit, ik zag er constant vermoeid uit waarbij mijn ogen heel diep in de oogkassen konden zitten; nu krijg ik steeds meer de opmerking van mensen dat ik er goed uitzie, dat ik straal (ondanks de nog aanwezige boulimie en anorexia) zonder dat ze precies kunnen aangeven wat er anders aan me is

24) vroeger was ik een heel naïef persoon, ik zou direct geloofd hebben wat een ander zei; dat is nu heel anders geworden: ik voel mensen veel beter aan en slaag er dikwijls in ze te doorgronden waardoor het me duidelijk is of ze een loopje met me proberen te nemen of niet

25) aan één bepaalde persoon blijven vasthouden was iets waar ik lange tijd last heb van gehad: ik kon één bepaalde persoon niet loslaten en had lange tijd de hoop dat het iets zou worden; ik ben hiervan verlost en voel niets meer voor die persoon

26) vroeger piekerde ik constant wat er later van mij zou worden, ik piekerde wat voor werk ik zou kunnen doen en wat het beste bij mij zou passen; dit houdt mij totaal niet meer bezig, ik leef nu meer van dag op dag en zie wel wat de toekomst brengt

27) via sport wou ik me voordien bewijzen, ik wou tonen dat ik iets kon, ik wou me bewijzen naar mijn familie en de buitenwereld toe; dit is voorbij: het interesseert me niet meer mezelf te proberen bewijzen met sport of wat dan ook

28) alleen met mezelf bezig zijn, daar was ik goed in: ik zat in mijn cocon en alles daarbuiten zag ik zo goed als niet en raakte me ook niet; dit is serieus veranderd: ik geef nu veel meer om andere mensen en ben geïnteresseerd in wat ze doen en wat ze bezighoudt, ik ben ook meer geneigd goed te luisteren naar mensen,…

29) als iets niet lukte dan kon ik daar vroeger heel gefrustreerd door worden, dit bleef dan wel een paar dagen aanslepen vooraleer ik me erover kon zetten; als nu iets tegengaat dan kan ik daar vlug overheen stappen, ik zal er geen drama meer van maken maar gewoon zoeken naar een oplossing

30) vroeger was ik dag in dag uit bezig met mijn boulimie en anorexia, ik was daar ook iedere dag weer over bezig en kon eigenlijk aan niets anders denken, met andere woorden dit beheerste mijn leven compleet; beide problemen zijn nog steeds heel zwaar maar ik heb niet meer de minste behoefte om erover te praten, ik loop er ook nog nauwelijks mee bezig

31) vroeger had ik heel veel stress, door voortdurend met de boulimie en anorexia bezig te lopen stapelde de stress zich op, ik had hierbij uitslag op mijn onderarmen en voorhoofd waaraan ik voorturend moest krabben; sinds ik hier veel minder mee bezig loop heb ik veel minder stress en is de uitslag verdwenen

32) ik had altijd direct een oordeel klaar over mensen, iemand kreeg direct een bepaalde stempel opgekleefd en dat was voor mij dan de waarheid terwijl de realiteit natuurlijk heel anders kon zijn; nu heb ik geen direct oordeel meer klaar maar geef mensen een eerlijke kans, ik sta open voor andere mensen en dat geeft me een veel beter gevoel dan mijn bekrompen houding die ik vroeger had

33) als ik op straat liep en ik zag iemand die ik kende dan had ik direct het idee dat die persoon over me zou praten na me gezien te hebben, dat er zou geroddeld worden over mij; of dit nu wel of niet zo is kan me niets meer schelen, en het idee dat anderen constant over me zouden lopen praten vind ik absurd

34) ik was totaal in mezelf gekeerd, ik had geen of zo goed als geen contact met mensen, ik sloot me volledig af; dit is volledig veranderd waarbij ik veel socialer ben, graag met mensen praat,…

35) gezag kon ik vroeger niet verdragen: ik kon niemand boven me hebben (bvb een baas in een werksituatie); nu heb ik daar veel minder problemen mee tenzij iemand zou willen profiteren van mij

36) vroeger werd ik zeer kwaad als ik niet mijn zin kreeg, ik begon te roepen en met deuren te slaan (vooral thuis dan); dit is enorm verbeterd, ik ga niet zeggen dat dit nooit nog eens gebeurt maar het is veeleer een uitzondering geworden

37) als ik aan het werk was dan draaide alles wat die dag zich had afgespeeld in mijn af als een film, en dat herhaald zich dan opnieuw en opnieuw en opnieuw,…; dit is op een bepaald ogenblik voor een groot stuk verdwenen en daar had ik dan zo goed als geen last meer van

38) ik kon me vroeger wel wat minderwaardig voelen doordat ik mijn diploma niet had behaald wegens het krijgen van boulimie; ik sta hier niet meer bij stil en vind dat iedereen gelijkwaardig is: diploma of niet, kuisvrouw of directeur, iedereen is gelijkwaardig en zou zeker zo moeten behandeld worden wat in de wereld van vandaag niet het geval is

39) vroeger kon ik hard twijfelen aan mezelf, ik sloeg snel in paniek omdat iets me niet zou lukken; nu twijfel ik niet meer aan dingen, of iets zal lukken of niet houdt me niet bezig, ik probeer het gewoon en doe mijn best zonder dat er energie verloren gaat aan ‘zal het wel lukken’, ‘kan ik dit wel aan’, ik lig daar niet meer wakker van

40) toen ik aan het werk was wou ik altijd mijn uiterste best doen, teveel mijn best doen eigenlijk: ik deed veel meer dan nodig was maar dat werd toch niet gewaardeerd; alhoewel ik nog steeds de neiging heb van teveel te willen doen is dit toch veel beter geworden en kan ik me nu beter inhouden en de dingen doen aan een ‘normaal’ tempo

41) ‘neen’ zeggen kon ik totaal niet, als iemand me iets vroeg dat ik totaal niet wou of kon doen dan kon ik niet nee zeggen, dat doe ik niet; ik heb hier nog steeds moeite mee maar nu kan ik wel nee zeggen als ik dat wil, het kost me moeite maar het gaat en dat is reeds een groot verschil

42) wat gaat er van me worden, wat ga ik later doen, zal ik nog leven aan 40 jaar, constant met de toekomst bezig lopen; hier had ik vroeger zeer veel last van, nu kan ik meer van dag op dag leven en zien wat morgen brengt, als ik een dag heb dat ik me minder voel dan denk ik niet meer dat dit voor gans mijn leven zal zijn (terwijl dit vroeger wel zo was) maar zie wel wat de dag nadien brengt

43) ik was vroeger heel beïnvloedbaar, iets dat een persoon tegen me gezegd had kon me al doen twijfelen aan mezelf, ga ik het wel kunnen, ik kon dan ook snel de moed laten zakken en daarvan in de put zitten; ik ben hier sterker in geworden, wat een ander zegt heeft geen invloed op wat ik kan, ik geloof meer in mezelf

44) oververmoeid zijn, dat was voor mij vroeger dikwijls de druppel die de emmer deed overlopen, ik zou dan direct beginnen roepen en tieren thuis; als ik nu heel vermoeid ben dan probeer ik in te zien dat ik zo prikkelbaar ben door de vermoeidheid en zeg dit dan ook tegen andere personen, dan kunnen ze hier rekening mee houden in plaats van te beginnen snakken naar anderen waarbij ze niet weten waarom dit gebeurt

45) ik kon me serieus ergeren aan hoe andere personen zich gedroegen, kleefde zoals eerder gezegd direct een stempel op mensen; nu kan ik ook nog wel eens zeggen ‘wat een vervelende persoon’ maar ik bekijk de situatie en de persoon in kwestie meer objectief en probeer me in te leven in die persoon, waarom doet hij zo, …, ik doe moeite om begrip te hebben voor andere personen terwijl ik vroeger direct met een oordeel klaar stond

46) ik kon vroeger heel moeilijk mensen vertrouwen, ik dacht dat bijna iedereen tegen me was en me een loer wou draaien; ik heb nu algemeen meer vertrouwen in de mensen gekregen en wil iedereen eerst een kans geven in plaats van ze direct te wantrouwen, er zijn mensen die te vertrouwen zijn en er zijn er die niet te vertrouwen zijn maar zeker niet iedereen is zo

47) geen diploma gehaald hebben wegens het krijgen van boulimie, daar was ik vroeger heel teleurgesteld over, daarom dat ik ook tot twee keer toe het nog geprobeerd heb terwijl het totaal onmogelijk was met de aanwezige boulimie; ik vind dit niet meer erg, ik heb daar rust in gevonden en de dingen aanvaard zoals ze zijn, ik ben niet minder waard zonder dat diploma, integendeel door het krijgen van veel LTA therapie op afstand ben ik een veel rijker persoon geworden, diploma of niet dat doet er niet toe

48) ik ben nog steeds af en toe aan de ongeduldige kant maar dit is veel beter ten opzichte van vroeger: als toen iets in mijn hoofd zat moest dit direct gebeuren, ik had geen geduld om te wachten tot anderen tijd hadden

49) mijn gemoedstoestand is veel stabieler dan vroeger, nu ga ik meer met een roze bril op door het leven; vroeger was het veel meer ‘alles of niets’, ik kon heel erg wisselen van stemming: voor een korte tijd kon ik me beter voel om dan terug te vallen in een heel diepe put, nu is mijn stemming en hoe ik me voel veel beter

50) nu kan ik me veel sneller aanpassen aan een nieuwe situatie, terwijl ik vroeger wat moest ontdooien als ik bvb in een nieuwe groep mensen kwam kan ik me nu gemakkelijker aanpassen en me direct daarbij goed voelen; ik steek me dan ook niet meer weg en kan vlugger een praatje maken met een persoon die je pas kent,…

51) vroeger kropte ik de dingen vrij veel op, ik kon moeilijk mijn gevoelens uiten en als iemand dit dan aan zag dat er iets niet orde was moest men het echt uit mij sleuren vooraleer ik kon vertellen wat er aan de hand was; nu lukt het me beter mijn gevoelens te uiten en kruip ik niet meer in een schelp

52) vroeger had ik echt het gevoel dat ik niet altijd mezelf kon zijn in bepaalde situaties; ik ga niet zeggen dat dit nooit meer gebeurd maar dit is toch veel verminderd, nu heb ik het gevoel dat ik me natuurlijk kan gedragen, net hetzelfde alsof ik thuis ben in familiesfeer

53) ik kon vroeger met veel innerlijke spanning rondlopen, bvb mijn vorige baas zorgde er onbewust altijd voor dat ik met stress rondliep, ik kreeg stress als ik bij die persoon in de buurt was; nu ondervind ik dit veel minder, ik ben rustiger en kalmer, mensen zeggen me wel eens dat ik heel kalm ben en ze zelf kalmer worden als ze in mijn buurt zijn

54) iets opvegen, stofzuigen, kruid uittrekken,… , ik haatte het allemaal, ik zou duizend en één uitvluchten verzonnen hebben om het toch maar niet te doen en iets anders te kunnen doen dan deze ondankbare klusjes; ik ga niet beweren dat ik dit nu al met volle goesting doe maar ik kan me er wel toe brengen om het te doen als het me gevraagd wordt, genieten doe ik er niet van maar het lukt me wel deze klusjes te doen

55) vroeger had ik echt een ‘ochtendhumeur’, dan moest iedereen me gerust laten en moest ik er echt inkomen; niet dat ik nu geen enkele dag met een slecht humeur kan rondlopen maar dat heeft niks meer te maken met ’s morgens, het typische ochtendhumeur is niet meer aanwezig (na 2 minuten toch niet meer)

56) ik vind het nog altijd niet prettig als anderen kritiek hebben (vooral als die niet voor mij bedoeld is maar voor anderen waartegen een bepaald persoon het niet durft te zeggen en het dan maar tegen mij zegt) maar kan dit beter plaatsen dan vroeger, ik zal het me ook minder aantrekken en het vlugger over me heen laten waaien

57) als ik iets moest uitleggen kon ik daar veel te breed over uitweiden, ik gebruikte veel te veel details die er niet direct toe deden om iets uit te leggen; ik heb dit nog steeds een beetje maar betrap mezelf daar dan direct op kan vlugger de details achterwege laten als ik iets moet uitleggen en me concentreren op de kern van de zaak

58) ik was vroeger een gemakkelijk speelbal voor anderen, ik liet me zomaar doen, ik deed dingen die ik niet wou doen, ik kon geen nee zeggen,…; dit kan nog stukken beter maar ik laat me toch niet meer zo doen en zal vlugger mijn grenzen stellen en zeggen ‘dit wil ik niet’, ‘zo kan het niet verder’,…

59) vroeger deed ik enkel waar ik zin in had, iets doen waar ik geen zin in had deed ik zeker niet, als iemand me iets vroeg dan was ik niet snel bereid dit te doen; nu kan ik veel gemakkelijker iets doen voor een ander ook al is dat iets dat ik niet graag doe uit mezelf, ik doe het dan wel met voldoening omdat ik weet dat ik er een ander mee help

60) tolerant zijn: dit was ik vroeger totaal niet, ik kon niet veel dingen verdragen van andere personen maar zag ook niet hoe ik zelf was; nu aanvaard ik dat iedereen positieve en negatieve eigenschappen heeft en probeer me niet te storen aan de negatieve eigenschappen van mensen maar me eerder te focussen op hun positieve kenmerken, je krijgt veel meer terug door iemand een compliment te geven voor een positieve eigenschap dan commentaar te geven op een negatieve eigenschap die ze hebben

61) genieten van kleine dingen, dat is iets wat ik vroeger zo goed als niet kende; nu kan ik genieten van te wandelen in de natuur, genieten van een goeie komische film waarbij ik kramp krijg van het lachen, nog veel meer genieten van met de motorfiets te rijden, dankbaar zijn dat ik nog steeds leef ondanks nog steeds zeer zware problemen, genieten van de vogels die ik hoor fluiten,…, allemaal dingen waar ik vroeger geen aandacht aan besteedde

62) ik kon vroeger dagen aan een stuk twijfelen om een beslissing over iets te nemen, dan vroeg ik raad aan persoon x, dan aan persoon y, en dan nog wist ik niet wat ik wou en zou beslissen; nu is het niet dat ik direct over iets beslis, ik laat er een tijdje overgaan (bvb 2 à 3 dagen naargelang hetgeen waarover ik moet beslissen) en dan hak ik de knoop door (ik beslis dan letterlijk ‘zo ga ik het doen’) maar blijf er niet eindeloos over twijfelen

63) vroeger kon ik eindeloos dingen uitstellen, ik bleef maar iets uitstellen want ik had het gevoel ik heb toch nog tijd genoeg om een bepaald iets te doen (bvb beginnen studeren tijdens de blok), dat uitstellen ging zover dat het bijna te laat was om alles nog op tijd af te krijgen; ik heb dat nog altijd vrij veel als ik iets moet doen wat ik echt niet graag doe (of als er andere dingen te doen zijn die ik veel liever doe) maar ik kan er wel vlugger werk van maken en tegen mezelf zeggen: ‘en nu ga je eerst dit doen en niets anders want anders komt het er niet van’, of bvb ‘nu bijt je door de zure appel dan is het voorbij’

64) mijn wilskracht om iets te bereiken is toegenomen, ik zal niet zo snel meer opgeven maar er veeleer echt voor gaan, al zeg ik het zelf ik vind dat ik meer kan vechten voor iets in plaats van direct het hoofd te laten hangen, ik kan nu meer tegen mezelf zeggen: ‘ik kan het’, ‘als iets niet direct lukt dan probeer ik het daarna opnieuw, desnoods op een andere manier’

65) thuis kon ik me tegen mijn ouders nogal slecht uitdrukken, ik was iets aan het vertellen en ze begrepen maar niet wat ik wou zeggen, ik kon maar niet de juiste directe woorden vinden om te zeggen wat ik wou en daarom gebeurden er in het verleden nogal eens wat misverstanden; dit is nog niet volledig weg maar toch beter

66) vroeger werd ik redelijk zenuwachtig als er iets nieuws in het voorzicht was; nu ga ik daar veel vlotter over en kan me gemakkelijker aanpassen aan een nieuwe situatie, ik blijf er rustiger onder en kan de dingen meer van op afstand bekijken en zo een neutraal overzicht houden

67) ik was vroeger de ernst zelve, ik weet nog dat toen ik ongeveer 18 jaar was als studenten job in een carwash werkte en een leraar die daar dikwijls kwam me op een keer vroeg waarom ik altijd met zo’n ernstig gezicht aan het werken was; moest je een foto van toen (vooral als ik aan het werken was) vergelijken met één van nu dan zou je zeker het verschil zien; pas op ik kan nog altijd heel geconcentreerd iets doen en ik zal daarbij wel een serieus gezicht hebben maar evengoed kan ik 5 minuten later een grap maken of even zot doen, vroeger was het meer van begin tot einde serieus zijn waarbij ik me niet echt kon ontspannen tussendoor, nu kan dat wel

68) ik kon vroeger nogal impulsief reageren, waarbij je dan nadien spijt krijgt van hetgeen je gezegd had; nu ga ik wel vlugger nadenken over hetgeen ik zal zeggen vooraleer ik het effectief zeg, ik zal ook eerder denken: ‘ik ga de ander hiermee toch niet kwetsen met hetgeen ik ga zeggen’, ik houd dus ook veel meer rekening met de impact van mijn woorden op andere mensen

69) ik verwerk veel meer de alledaagse dingen die gebeuren zelf, vroeger moest ik hier veel meer over vertellen, tot in de kleinste details toe; nu kan ik beter zelf dingen verwerken, een teken dat ik sterker geworden ben

70) vroeger kon ik nogal dikwijls dingen herhalen, steeds hetzelfde herhalen of vooral constant over hetzelfde thema praten dat in mijn hoofd aan het malen was; uiteraard heb ik nu nog wel eens dagen dat er mij iets bezighoudt maar ik heb zo niet meer de behoefte om daar uitgebreid over te praten of aandacht voor te vragen, ik zal er eerder vrij kort over praten

71) ik ben veel spontaner geworden algemeen, vroeger was ik veeleer geremd omdat ik dacht wat gaan de anderen van mij denken als ik me zus of zo gedraag; omdat dit me niet meer kan schelen ben ik ook niet meer geremd in het uiten van spontane reacties; ik voel me nu dezelfde persoon als ik thuis ben, of op straat wandel, in een winkel kom,…

72) vroeger had ik altijd gelijk en kon ik heel moeilijk luisteren naar de opinie van een ander, ik wist het altijd beter en de ander was fout of had niet genoeg inzicht of was er volgens mij niet slim genoeg voor; nu besef ik dat iedereen andere inzichten heeft en dat die van andere personen veel beter kunnen zijn dan die van mij, ik ben dan ook bereid hiernaar te luisteren en ervan te leren wat vroeger niet mogelijk was; vroeger zat ik met mijn kop in het zand en kon in niet aanvaarden dat een ander iets beter zou kunnen dan mezelf, dat is nu anders: het doet er niet toe wie met een oplossing voor een probleem komt, ik zal zelfs raad vragen als iets me niet lukt en ook toegeven als ik het niet bij het rechte einde had, dat kon ik vroeger niet

73) ik heb nog nooit in mijn leven ook maar één seconde geloofd in een God van welke religie dan ook, ik vond mensen die hier wel in geloofden dan ook dommeriken, ik begreep niet hoe ze zo stom konden zijn om te geloven in zo’n bullshit; mijn kijk op het bestaan of niet bestaan van om het even welke God is dezelfde (voor mij is er geen) maar ik denk over gelovige mensen niet meer in de termen van ‘dommeriken’: ik heb respect voor het feit dat sommige mensen geloven en dat zoiets een houvast is in hun leven, ik denk er nu als volgt over: iedereen heeft het recht te geloven in wat zij/hij wil zolang dit maar niet opgedrongen wordt aan andere mensen

74) vroeger was ik enkel en alleen op mezelf gericht, alle aandacht moest naar mij gaan, er bestond niks anders dan mijn persoon in het center van de wereld; dat is nu totaal veranderd, ik zal geen buitensporige aandacht meer vragen, heb meer aandacht voor hetgeen rondom mij gebeurt en kan me ook een stuk beter inleven in andere mensen, op deze manier zal ik ook veel minder snel iemand veroordelen, ik zeg niet dat dit soms nog niet eens gebeurt maar ik ga me veel vlugger proberen te verplaatsen in die persoon (in welke situatie zit die, hoe zou ik reageren in zo’n situatie,…) en zo probeer ik te begrijpen waarom een bepaalde persoon op een bepaalde manier reageert, dat kon ik vroeger niet

75) ik kon vroeger voor heel weinig dingen interesse opbrengen, eigenlijk interesseerde me zo goed als niets; nu is mijn algemene interesse veel breder geworden en zal ik ook interesse tonen in de dingen waarover iemand tegen me praat en ingaan op de dingen die deze persoon vertelt

76) als ik vroeger op het werk iets moest doen dan moest dat zoveel mogelijk volgens een bepaald patroon gebeuren, steeds op voorhand wetende wat het volgende was wat ik moest doen en daar kon ik heel moeilijk van afwijken; dit is nog een deel aanwezig maar ik doe toch serieus veel moeite om me zo soepel mogelijk aan te passen aan wisselende omstandigheden om zo de dingen zo vlot mogelijk te laten verlopen, dat is niet altijd gemakkelijk maar ik merk toch dat het me steeds makkelijk lukt

77) ik was vroeger al een vrij zelfstandige persoon maar ik zou nogal snel het hoofd laten hangen als iets niet lukte; nu ben ik nog stukken zelfstandiger geworden en zal ik doordoen tot iets geslaagd is, het moet al de spuitgaten uitlopen vooraleer ik het zou opgeven terwijl ik vroeger met een simpel woord van slag kon zijn

78) er is een tijd geweest dat ik mezelf sterk in een slachtofferrol duwde, ik had veel medelijden met mezelf en moest dit ook voortdurend tonen aan anderen, ze moesten zien hoe hard ik leed, hoe zwaar ik het had,…, ik was hierdoor ook een serieuze last voor anderen; dit komt niet meer voor nu, ik kan veel beter dingen dragen en ben algemeen veel sterker hierdoor, ik zal ook andere mensen niet meer lastig vallen met mijn problemen

79) Ingrid beschrijft op haar website en in haar boek heel duidelijk het begrip ‘patronen’, heel lang wou ik van alles wat me bezighield weten welk patroon er achter zat, duw met andere woord welk patroon een bepaalde eigenschap bij mezelf veroorzaakte; ik heb nu niet meer de minste behoefte om te weten welk patroon er bvb veroorzaakt dat ik pijn aan mijn nek heb, of welk patroon er voor zorgt dat ik soms een enorme drang heb naar kauwgom,…; wat wel is toegenomen is het zelf heel goed kunnen voelen van de patronen zodat ik zelf een nog beter inzicht kan krijgen in de LTA therapie ontwikkeld door Ingrid

80) ik kon vroeger heel hard het gevoel hebben dat ik het vijfde wiel aan de wagen was, dat ik er niet echt bij hoorde als er iets in groep gebeurde, dit was ook zo: mensen luisterden niet echt naar hetgeen ik te zeggen had, ik werd wat achtergelaten en genegeerd, er werd eens gespot,…; dat gevoel heb ik niet meer en in om het even welke groep voel ik mij goed

81) vroeger werd er van mij geprofiteerd, punt uit, ik reed bijna altijd met de auto als we in groep ergens naar toe reden, ik zou bijna gesprongen hebben als een ander iets aan mij vroeg maar kreeg daar geen waardering voor, toch bleef ik dit doen; dat is nu toch heel wat minder geworden: ik zal nog altijd iets te gemakkelijk iets doen (als ik zou aarzelen om neen te zeggen) maar ben daar toch veel consequenter in geworden en sta meer op mijn strepen

82) terwijl ik vroeger vooral enkel mijn eigen mening zag en wilde uiten heb ik nu meer aandacht voor de dingen en ideeën die andere personen hebben, dit betekent vooral dat ik in groep diplomatisch dingen zal proberen oplossen zodat iedereen tevreden is; vroeger kon ik ook nogal hard en kwetsend zijn, ik had iets gezegd dat kwetsend was en had er nadien (meestal al na 5 minuten ) dan spijt van, dit gebeurt nog wel eens maar toch veel minder dan vroeger, ik zal dan ook nadien zeggen dat ik spijt heb van hetgeen ik gezegd heb terwijl ik dat vroeger niet deed

83) ik heb het gevoel dat ik meer respect krijg van anderen, oa voor de persoon die ik ben, voor de dingen die ik doe,…; ik heb de indruk dat mensen dit spontaner doen dan vroeger

84) ik slaag er zelf ook beter in respect te geven aan andere mensen en te waarderen wat ze doen oa door hun letterlijk mijn waardering te tonen door bvb te zeggen: ‘bedankt om dat te doen’ of ‘ik waardeer het dat je dit of dat tegen me zegt’

85) ik kan vlugger tonen dan vroeger dat ik iemand graag heb, dat ik een persoon graag zie; vroeger als meer gesloten persoon was dit veel moeilijker en was ik zelf zo toegankelijk niet, natuurlijk had ik zelf ook nood aan liefde maar om iets te kunnen krijgen moet je het zeker ook kunnen geven en het geven van liefde was vroeger zeker moeilijker dan nu

86) als ik me in een bepaalde situatie onmachtig voel zal ik me nogal vlug kwaad maken en luider beginnen praten tot zelfs roepen toe, dit gebeurt echter minder dan vroeger en voel ook direct slecht als dit nog eens gebeurt terwijl er vroeger geen einde kwam aan het roepen en tieren en slaan met deuren; als er nog eens ruzie is dan probeer ik deze veel vlugger bij te leggen door proberen begrip te tonen voor de ander en erover te praten

87) vroeger was ik een grote controlefreak, bvb op het werk of op school liepen de dingen best volgens een vast patroon, anders kwam ik in moeilijkheden en kon niet meer de energie opbrengen om bvb te studeren of correct te werken, ik smeet er dan maar met mijn klak naar; nu kan ik me soepeler opstellen en gewoon doen wat moet gedaan worden me daarbij aanpassend aan wijzigende omstandigheden

88) als er iets moet gebeuren, is dat nu thuis of ergens anders dan merk ik dat ik me beter kan organiseren; vroeger verspeelde ik eindeloos tijd aan ‘nog rap eens iets anders doen’ wat zich niet beperkte tot enkel maar één iets maar verschillende dingen na elkaar die ik niet van plan was te doen, waardoor hetgeen ik eerst van plan was te doen al vlug op de achtergrond verdween en dikwijls niet meer gedaan werd die zelfde dag

89) ik neem nog altijd teveel hooi op mijn vork, ik zou bvb 100 dingen willen doen op een dag terwijl er maar tijd en energie is om er 10 te doen; ik merk wel dat ik steeds meer kan zeggen: morgen komt ook, dan doen ik wel verder / of ik me nu eerst eens ontspannen / daarna zal ik meer energie hebben / ik meer kan zeggen dat iets niet af moet zijn op dezelfde dag maar ik er mijn tijd voor kan nemen (beter iets goed doen dat het tijd neemt dan rap, rap en dat het maar half is afgewerkt)

90) als ik vroeger iets van klusje gedaan had in bvb de garage dan ruimde ik nooit het materiaal of afval op die ik gebruikt / ontstaan was; nu zal ik altijd alles opruimen tenzij daar echt geen tijd meer voor is die dag (maar dan wordt het zeker de dag nadien opgeruimd); ik denk dat bepaalde mensen die anders altijd mijn rommel moesten opruimen hier heel tevreden over zullen zijn

91) ik heb jarenlang bijzonder zware zelfmoordneigingen gehad, dankzij Ingrid leef ik nog, als zij niet zou bestaan hebben, zou ik zelfmoord gepleegd hebben, dankzij de therapie ben ik mentaal stukken sterker dan vroeger, zonder Ingrid zou dit nu niet het geval zijn en zou ik er niet meer zijn want ik zou het niet hebben volgehouden; ik heb een lange periode gehad dat ik alleen nog maar aan zelfmoord kon denken om van mijn (pijn) problemen vanaf te zijn, daarbij was er niks dat me kon helpen: geen enkele dokter, niks materieels, kon me beter doen voelen, ik kon nauwelijks nog ademen en zag niets meer zitten; Ingrid bleef me steunen: ze werkte voortdurend op de patronen die me dwongen om zelfmoord te plegen en met resultaat; na periodes van beterschap en terugvallen werd de dreiging van zelfmoord plegen steeds minder stapje per stapje, tot ik op een punt kwam dat ik sporadisch nog eens dacht aan zelfmoord maar dit al heel vlug weer uit mijn gedachten verdween; tot het punt waarop ik nu gekomen ben: ik denk totaal niet meer aan zelfmoord! dit is volledig uit mijn leven verdwenen en ik ben haast vergeten hoe dreigend dit soms kon zijn, wat ik niet vergeten ben is dat Ingrid altijd maar dan ook iedere seconde van de dag voor me klaarstond: zij heeft me erdoor gesleurd door me te ondersteunen en heel belangrijk door de patronen die me wilden dwingen tot zelfmoord weg te nemen: dankzij haar ben ik nog in leven en dat mag wel eens heel duidelijk onderstreept worden!

92) toen ik vroeger aan atletiek deed heb ik nooit echt genoten van het lopen op zich; nu als ik af en toe eens ga lopen beleef ik dit totaal anders: ik kan ervan genieten me al lopend voort te bewegen in de natuur, dit ontspant me en ik kan daar echt van genieten, dit gevoel heb ik vroeger nooit ervaren, nog een positieve verandering erbij.

93) ik heb veel meer begrip voor andere mensen, als zij eens een rotdag hebben en nors reageren dan zal ik me veeleer in hun situatie proberen te plaatsen en begrip tonen in plaats van hen hier direct voor te veroordelen.

94) iets wat ik nog nooit in mijn leven kon voor ik in therapie was bij Ingrid was het kunnen aanvoelen van mensen; niet dat ik dit direct kon na dag één in therapie te zijn (dit heeft meerdere jaren geduurd voor ik ondervond dat dit mogelijk was) maar nu slaag ik erin van aan te voelen hoe iemand zich op dat moment voelt, waarmee deze persoon bezig loopt, hoe die algemeen in elkaar zit,…; dit is nog maar eens het bewijs dat iedereen over paranormale gaven beschikt alleen is het bij maar heel weinig personen vrij, door voldoende therapie van Ingrid te ontvangen kan dit bij iedereen vrijgemaakt worden.

95) vroeger kon ik wel goed een tekst schrijven (bvb een opstel voor school) maar ik merk toch dat dit nu stukken beter gaat: dit lukt me veel vlotter en eens ik begonnen ben vloeien de woorden als het ware uit mijn pen.

96) ik was soms helemaal omver van mijn zitvlak, ik kon er niet mee omgaan hoe dit deel van mijn lichaam eruit zag en bekeek meerdere malen per dag; dit is echt een heel hardnekkig thema bij mij dus ik ben nog steeds niet tevreden over de vorm van mijn zitvlak (zo heb ik nog steeds het idee van hier door middel van plastische chirurgie iets te laten aan doen) maar ik ben er niet zo geobsedeerd mee bezig, de obsessie hierop is minder geworden en dat is al een last die minder geworden is.

97) ik zie veel meer in dan vroeger wat mijn ouders allemaal voor me doen, vroeger vond ik dit allemaal normaal want ik was toch hun zoon en voor je kind moet je zorgen was mijn idee; nu zie ik in dat ze me ongelooflijk graag zien, ook al zeggen ze niet rechtstreeks tegen mij dat ze trots zijn op de dingen die ik goed kan maar via via krijg ik dit wel te horen, ik probeer hen dat ook te helpen waar ik kan terwijl ik vroeger alleen maar met mezelf bezig was.

98) vroeger kon ik me eindeloos vervelen, ik kon niks bedenken wat ik die dag zou doen tenzij eten, nu heb ik veel meer interesse in allerlei dingen en vliegen de dagen voorbij doordat er altijd wel iets is waarmee ik me kan bezig houden.

99) ik ben van in het begin dat ik Ingrid haar LTA persoonlijke ontwikkeling therapie leerde kennen geïnteresseerd geweest om te evolueren als mens, hetgeen zij kan bekomen bij een mens door middel van haar therapie sprak me altijd al aan maar nu besef ik meer dan ooit dat haar ontdekking heel veel betekent voor deze wereld waarin we leven: met haar therapie kan heel veel leed weggenomen worden en zoveel mogelijk mensen zouden haar therapie moeten aanleren om zichzelf en andere personen te doen evolueren, dan komt er ooit een dag dat er geen leed meer is op aarde en is dat niet wat we allemaal wensen?

Opmerking: dit is een deel van alle veranderingen die ik heb opgemerkt in de jaren dat ik LTA therapie op afstand van Ingrid Holvoet krijg, dat wil dan ook zeggen dat er nog meer aan mij veranderd is in positieve zin; dingen die hier niet vermeld zijn met andere woorden. Aangezien ik geen persoon ben die een dagboek bijhoudt zullen er zeker veranderingen gebeurd zijn die ik vergeten ben omdat het te lang geleden is dat deze zich voordeden.