Linda Evans             Websites

8 February 2012; 1:48 am

Voorbeelden van patronen van schizofrenie bij een 35-jarige vrouw

Judith, paranoïde schizofrenie

Bij schizofrenie zijn er 1 of meerdere patronen die een psychose veroorzaken. Deze patronen zorgen voor een foutieve werking van de hersenen, en dit kan wanen en hallucinaties veroorzaken. Daarnaast zijn er een set van patronen die ideeën bevatten en die tezamen met de schizofrene psychose geactiveerd worden. Ze zorgen voor afwijkend gedrag, het horen van stemmen, wanen en hallucinaties.
.
.

Patronen voor paranoïde gedrag

Het paranoïde gedrag is volledig het resultaat van de inhoud van patronen en is niet het resultaat van de psychose.

• Ze bespieden je (‘ze’ zijn de aanwezigheden in de lampen en in de video’s).
• Ze volgen je.
• Ze volgen je gedachten.
• Ze weten alles van je.
• Ze bekijken jou.
• Je moet bekeken worden.

• Je mag niet beroemd worden. Als je beroemd wordt, zul je bekeken worden. Hierbij is een een hevige angst aanwezig.

• Ze kijken.
• Ze zitten overal. Overal waar je gaat of staat, loeren ze op jou.
• Ze zitten in de video en in de lampen.
• Ze zien je vanuit elke hoek van de kamer.
• Ze volgen je gedachten, dus pas op voor je gedachten.

• Ze zien het als je faalt. Dus: doe niets, dan zien ze jou niet falen, want falen voor hun ogen is vernederend.

• Het is een schande om te falen.
• Ze zijn overal aanwezig. Je bent nooit vrij van hun bespieding.
• Ze kennen jouw gedachten.
• Ze veroordelen jou.
• Ze zijn altijd aanwezig, je bent nooit alleen.

• Je kunt hun gedachten volgen. Je weet wat ze denken, je voelt hun gedachten. Ze hebben het over jou, ze praten over jou en ze discussiëren onderling over je leven.

• Ze volgen je. Dus pas op wat je allemaal doet, want ze weten het allemaal.

• Een angst dat ze alles zouden weten. Vandaar een inactief leven gaan leiden en niets meer doen, want ze zien alles wat ze doet. Dus als ze iets slecht doet, weten ze het ook, en er is een angst dat ze haar zouden zien falen.

• Het feit om te weten dat ze bespied wordt, paralyseert haar om nog iets te ondernemen, want ze is nooit alleen. Ze is nooit vrij van spionage.

• Je vindt nooit rust. Ze laten jou nooit met rust.

• Ze zijn met velen. Ze converseren onder elkaar, ze bespreken jouw doen en laten. Ze vellen een oordeel over jou, wee jou als het oordeel negatief is. Dan hebben ze een lage dunk van jou.

• Je mag ze geen lage dunk over jou geven. Dus wees altijd correct in jouw doen en laten, want ze weten alles.

• Ze weten alles. Ze kennen jouw kleinste gedachte. Dus wees alert op wat je denkt, zodat ze niet oordelen over jou.

• De anderen praten over jou, ze hebben het over jou (‘ze’ zijn mensen in haar buurt).
• Iedereen kijkt naar jou.
• Ze kennen jouw kleinste gedachten. Ze weten alles, je hoeft hen niets meer te zeggen.

• Ze weten wat je denkt. Ze kunnen jouw gedachten lezen (terwijl ze met iemand praat), met als gevolg de dingen niet meer uitleggen omdat er wordt vanuit gegaan dat de anderen het weten.
.
.

Patronen voor schizofrene psychose

De hersenprocessen vertragen, tot bijna volledige rust. Daardoor ontstaat er een gifstof, (de scheikundige formule van de stof die daardoor ontstaat zit in het patroon). Hersencellen worden vernietigd, en dan schiet de werking van de hersenen hevig in gang. De werking barst los. Er komen hevige scheikundige processen, heviger dan normaal, maar intussen is een giftige stof ontstaan en die verstoort de normale werking die op zich al te hevig is. Door de gifstof ontstaan er verkeerde scheikundige reacties en door de hevige abnormale werking van de hersenen, zijn er hevige scheikundige processen in de hersencellen. De scheikundige processen hebben een invloed op de data opgeslagen in de hersenen. Scheikundige stoffen reageren met de data in de hersenen opgeslagen in de vorm van scheikundige stoffen en er ontstaan wanen en hallucinaties.

Er zijn tekorten in het lichaam. Normaal zijn er energieën rond de persoon aanwezig die scheikundige processen op gang kunnen brengen die stoffen kunnen afbreken en opbouwen om zo de stof die tekort is door het lichaam zelf te laten opbouwen. Maar hier is dat proces afwezig en door het tekort ontstaat een afwijking in de processen binnen een hersencel, waardoor er stoffen ontstaan die er normaal niet zijn. Deze veroorzaken , een storing in de data opgeslagen in de hersenen, waardoor er wanen en hallucinaties ontstaan.

Er ontstaat een hevige scheikundige werking in de hersenen en er ontstaat een hevige elektrische werking in de hersenen. Dit veroorzaakt de psychose, het verliezen van het contact met de werkelijkheid, het niet meer weten wie men is en waar men is. Er ontstaat een hevige verwarring. Een scheikundige stof verbindt zich op een afwijkende manier met data in de hersenen, waardoor niet-realistische data ontstaan. Door de hevige elektrische werking zijn er stroomstoten in haar lichaam.

Het is in de tijd voorzien dat de psychose op een bepaald moment zal starten. Daardoor wordt het patroon ‘Je moet psychotisch zijn, je moet van anderen afhankelijk zijn’ actief. Dit activeert de abnormale werking van de hersenen zoals hierboven beschreven. Een ander patroon dat de afwijkende hersenwerking in beweging zet is ‘je bent ziek, je mag niet leven’.
.
.

Patronen voor de gevoelens die ze heeft tijdens psychotische aanvallen

Deze patronen zijn gelinkt aan de patronen die de psychose veroorzaken en worden allemaal tezamen in combinatie met de psychose geactiveerd. De gevoelens die zij tijdens de psychose heeft, ontstaan niet door de afwijkende scheikundige processen in de hersenen maar door patronen die de gevoelens letterlijk dicteren.

• Je kunt niet meer voelen, je bent er niet meer, je bestaat niet meer, er is geen realiteit.

• Je verliest je greep op de realiteit. Waar is de wereld, waar is je ziel? Je voelt je oplossen, je ziel bestaat niet meer. Je bent verdwenen, je bent onzichtbaar, je bent dood, je verdwijnt in het niets, je verdwijnt in het ijle.

• Je bent versnipperd, je bestaat uit allemaal aparte stukken. Je bent geen geheel. Je bestaat apart, los van het geheel, je bestaat in stukken. Je bent niet helemaal jezelf, je bent in stukken.

• Er komt een storm van negatieve gedachten op haar af, die kris kras door haar hoofd geslingerd worden waardoor ze de meest intense negativiteit voelt waar niets positiefs meer tegenover staat. Ze wordt totaal ondergedompeld in de meest intense negativiteit, in de diepste dalen van ellende. Alles is zwart en ellendig, er is een gevoel van angst voor de dood.

• Er is een gevoel van angst en controleverlies over de realiteit, over haar lichaam, over de tijd. Ze weet niet meer waar ze is en in welke tijd ze is. Ze heeft het gevoel uit haar lichaam te gaan, en hevig te moeten vasthouden aan haar lichaam om haar lichaam niet te verliezen.

• Het eeuwigheidsgevoel dat opkomt, een gevoel dat er eeuwigheid is, dat er ‘altijd’ is, dat er geen einde is, dat het hier en nu niet meer bestaat maar alleen eeuwigheid, samen met een gevoel van zich intens rot voelen, het zich tot in de diepste vezel ellendig voelen.

• Je kan niets meer. Je bent niets waard. Je bent los van het lichaam en je bestaat niet meer. Je kunt niet meer functioneren, je lost op in het ijle.

• Trek je terug, dan ben je veilig, dan kan je niets gebeuren. Sluit je op, dan kan niets of niemand je raken, dan ben je terug jezelf.

• Er zijn zoveel gedachten. Je lost op, de gedachten stormen op je af. Je kunt er geen onderscheid meer in maken, je kan niet stoppen met denken.

• Je lost op, je verdwijnt in het ijle. Je trekt los van je lichaam, je verlaat je lichaam. Je voelt je lichaam niet meer. Je kunt niet meer ademen, je kunt niet meer slikken. Een gevoel van angst om te ademen en te slikken, waardoor ze een verlangen zou voelen om het lichaam te verlaten. Angst om het lichaam te verlaten en krampachtig vasthouden aan het lichaam. Het gevoel hebben alsof ze uit haar lichaam geduwd wordt en krampachtig vechten om in het lichaam te kunnen blijven. Dit moeten vechten om in het lichaam te blijven overweldigt haar volledig waardoor ze al haar krachten moet inzetten en niets meer uit de buitenwereld kan verdragen en zich volledig terugtrekt.

• Je voelt niets, je kan niet voelen. Je bent het ijle, je bent dood, je bent opgelost.

• Je weet niet waar je bent. Je hebt geen contact met de werkelijkheid. Waar ben je, wie ben je, waar is de tijd, welke tijd is het, waar is de werkelijkheid?

• Je bent verward, je bent chaotisch. Je weet niet meer wat je denkt, je weet niet meer wat je zegt. Je weet niet meer wie je bent. Waar is het leven, wat is het leven?

• Je denkt niet, je bent niet, je staat stil, je bent dood. Je leeft niet, je bestaat niet, je weet niet. Je lost op, je bent het ijle, je bent het niets, je bent opgelost. Je gedachten staan stil, je denkt niet meer, je bent dood.
.
.

Patronen voor röntgenstralen-ogen

• Je kijkt er doorheen. Je ziet verder dan de afbakening, je kijkt door het materiaal heen. Je ziet dieper dan de rand, je kijkt verder. Dit in combinatie met een patroon op de hersenwerking dat voor lichte psychotische activiteit zorgt en de hallucinatie opwekt van door het schilderij te zien.
.
.

Patronen voor het gevoel dat de psychose steeds op de loer ligt

• Je moet alle actie vermijden, zo niet wordt je psychotisch.

• Een patroon dat een licht psychotische werking van de hersenen veroorzaakt, is chronisch actief. Er is een constante, onrustige elektrische en scheikundige werking in de hersenen waarbij ze ook een constante stress voelt in haar lichaam. Dit patroon is chronisch actief en wordt blijkbaar niet gesust door de medicatie. Een programmering in de tijdlijn zorgt ervoor dat het patroon zich onafgebroken manifesteert.
.
.

Patronen voor het gevoel ‘van de planeet vallen’

• De grond is weg onder je voeten. Je bent in de ruimte, je zweeft. De ruimte is overal rondom jou, de planeet is weg.

• Je valt, je valt, je valt. Je valt in een diepe ruimte, de planeet is er niet meer, je zweeft.

• Je leeft op een planeet. De grond verdwijnt onder je voeten. Angst om van de planeet te vallen. Angst om van de planeet in de ruimte weggezogen te worden. Als je van de planeet verdwijnt, ben je verloren.

• Waar ben je, waar is de planeet, waar is de grond? Je zweeft, je bent in het ijle, je bent in de ruimte.

• Deze patronen zijn gelinkt aan het patroon van de chronische psychotische toestand waardoor een gevoel ontstaat van niet helemaal vast op de grond te staan en niet helemaal stabiel in het lichaam te zijn.
.
.

Patronen voor gevoelsvervlakking

• Er is geen gevoel.
• Er is geen begrip.
• Je bent dood, je leeft niet, je voelt niet, je bestaat niet, je bent niet.
• Je kan niet voelen.

• Je hebt geen contact met de omgeving. Je hebt geen gevoel en geen verbondenheid met de omgeving. Je staat los van de rest.

• Een patroon met het gevoel los te zijn van alles en met niets verbondenheid voelen, een gevoel van onverschilligheid.

• Je bent verdoofd. Je weet niet dat je leeft, je bent onbewust. Je hebt geen contact met de werkelijkheid. Je hebt geen voeling met de werkelijkheid. Het dringt niet door.

• Je neemt niet waar.
• Je bent los van de omgeving. Je staat los van het leven en van de omgeving.
• Het raakt je niet, je kunt je niet inleven.
• Het zegt jou niets, het is allemaal zo veraf.
• Er zijn geen gevoelens, je voelt niet.
• Er is geen begrip, er is geen werkelijkheid. Er is alleen het ijle, er is alleen het lege.
• Je bent gevoelsarm, je kent geen enkel gevoel, niets raakt.

• Je bent onverschillig, het is jou allemaal eender. Wat er ook gebeurt, het raakt jou niet.

• Je bent leeg van binnen, je bent een robot. Je denkt niet, je begrijpt niet, het dringt niet door.
.
.

Patronen voor een wazig gevoel in het hoofd

• Een patroon met als inhoud het gevoel dat zij heeft. Het ligt in de tijd geprogrammeerd wanneer dit patroon geactiveerd wordt.
.
.

Patronen om thuis te moeten zijn

• Een patroon met een beeld van een koord. Het ene uiteinde is vastgehecht aan een binnenmuur van het huis, en het andere is aan haar vastgehecht, en ze kan niet verder weg dan de lengte van het koord.

• Je huis is je moeder, je huis beschermt je, je bent veilig thuis. Verlaat het huis niet, verlaat de veiligheid van het huis niet.

• Als je ver weg bent, is er gevaar, en een gevoel van angst bij het idee van om ver weg te zijn van huis.

• Je moet thuis blijven. Thuis ben je veilig, elders is er gevaar.

• Hoe verder je weg bent, hoe groter het gevaar. Hoe verder je weg bent, hoe moeilijker om terug te keren.

• Blijf bij jou, blijf thuis. De koord zorgt dat je veilig bent, de koord zal jou beletten om te ver te gaan. De koord houdt jou dichtbij. Net zoals een moeder voor jou zorgt, zorgt het koord voor jou.