Linda David             Websites

4 February 2012; 6:44 am

Voorbeelden van patronen van het Christelijk geloof

Patronen voor het geloof in God en om religieuze opvattingen te hebben

De diverse religiën die in de wereld bestaan zijn het resultaat van patronen. Ook het geloof dat er een God is, is het resultaat van patronen.
De set van ideeën die

bij een religie horen, zullen wel deel uitmaken van één groot patroon, heel lang geleden opgebouwd rond de ziel. Hier echter worden de verschillende ideeën als diverse patronen beschreven.
.

Persoon 1

• God bestaat.
• God is eeuwig, God is de schepper van alles wat bestaat.

• God heeft de wereld geschapen in zeven dagen, God zei: laat er licht zijn en er was licht enz.

• God heeft het paradijs geschapen.

• Adam en Eva zijn als eerste mensen in het paradijs geschapen door God
• Enz.
• God is je steun en je toevertrouwen, door God kan je het leven aan.
• Het geloof is je houvast en je steun.
• De wonderen van God zijn het bewijs van zijn bestaan.

• Je hebt de hel en de hemel, de goeden zullen de hemel bestijgen, de kwaden zullen in de hel gestraft worden.

• God de heilige vader, de zoon en de heilige geest.
• De martelaren van het christendom (de heiligen).
• Er zijn miraculeuze genezingen.

• God heeft zijn zoon gezonden om de wereld te helpen, door het lijden van zijn zoon worden de zonden van de wereld vergeven.

• De zoon van God is geboren uit een maagdelijke moeder.
• De zoon van God is ten hemel opgestegen.

• Vertrouw je zorgen toe aan God, God zal genade tonen, God zal je gebeden verhoren.

• Je mag zeker zijn van de juistheid van deze religie, want de bewijzen zijn overweldigend.

• Er zijn veel miraculeuze genezingen. Dat kan alleen een God bewerkstelligen. Zonder God is zoiets niet mogelijk. Dat (de genezingen) is het bewijs van de juistheid van je geloof.

• Wat je hoort is de waarheid, je stelt het niet in vraag.

• Een patroon met een beeld van gelovigen die de kerk bezoeken en samenkomen om al zingend te vieren en te bidden.

• Een patroon met een beeld van martelaren van het geloof die met de rug met naakt bovenlijf tegen een boom gebonden worden en dood gegeseld worden (slagen op de borst en op het gezicht). Een hele menigte volgt het schouwspel. Later worden de martelaren heilig verklaard door de kerk en worden hen genezende en helpende eigenschappen toegewezen. De mensen kunnen nu voortaan tot hen bidden en zullen morele steun en hulp ontvangen (dit patroon is geen beeld uit voorbije tijden (herinneringen van vorige levens) maar een deel van het grote patroon met de verschillende elementen waaruit een religie bestaat).

• Houvast hebben aan het bestaan van God. Houvast hebben aan die zekerheid dat God rechtvaardig zal oordelen (na de dood) zodat rechtvaardigheid zal zegevieren en alle onrechtvaardigheid en ongelijkheid zal rechtgezet worden. Er is houvast aan het idee dat God bestaat en dat eens de bozen en de onrechtvaardigen zullen gestraft worden en er rechtvaardigheid zal heersen. Dit houvast helpt om het leven aan te kunnen. Dit idee is een steun in het leven.

• De overtuiging dat God bestaat nodig hebben om het leven aan te kunnen. God is de zekerheid van het voortbestaan. God is de zekerheid van het leven na de dood. God is de zekerheid dat rechtvaardigheid zal komen.

• Je kunt het lijden nu aanvaarden als je weet dat er rechtvaardigheid is na de dood.
• Enz.
.

Persoon 2

• God is goed.
• Er is God.
• God zal je helpen en bijstaan, de liefde van God.
• God zal je helpen en leiden, waar ook in nood.
• Je moet goed zijn, dat vraagt God van jou.
• Er is geen leven zonder God.
• Zonder God leef je in zonde.

• De Christus is gekomen en heeft zich opgeofferd voor de mens, in opdracht van zijn God.

• De Christus komt de mensheid redden.
• Een patroon met een beeld van de kruisiging van Christus, de zoon van God.
• De zoon zal uit een maagd geboren worden, de zuiverste engel Gods (de maagd).

• Een God zal komen om de mensheid te redden, God zal uit liefde voor ons zijn zoon sturen en die aan ons opofferen uit liefde.

• Het rijk der hemelen is nabij voor diegene die zuiver en kuis leeft en zijn naaste bemint.

• Je moet goed zijn voor de ander uit liefde voor God.
• De hel wacht voor de kwade.
• De beloning komt na de dood.
• Enz.
.

Persoon 3

• God bestaat.
• Je moet geloven in God.

• Er is een hemel en een aarde. De goeden zullen naar de hemel opstijgen, de slechten zullen op de aarde vergaan.

• Je moet geloven in God, zo niet ben je zondig en zul je gestraft worden.

• We moeten bidden, zo niet zal God ons straffen. We moeten geloven, zo niet komen we niet in de hemel. We moeten vergeven, zo niet worden we gestraft met de hel.

• Je moet het geloof aanhouden. Je moet het geloof van je ouders eren. Wat je ouders geloven is de waarheid. Die waarheid moet je navolgen.

• De engelen in de hemel loven en eren God.
• God zit op zijn troon en ziet de mensen, hij ziet het of je goed of kwaad doet.

• God is goed, God reikt ons de hand. We moeten in God geloven.
• Er is een god. Diegenen die zeggen dat er geen god is, zijn leugenaars.

• Je moet bidden. Je moet regelmatig bidden, zo kun je de hemel verdienen.

• Degenen die niet in God geloven, zullen gestraft worden met de hel.
• God biedt jou zijn steun en zijn liefde, geloof in God!

• God is goed. Hij is de meester van alles, hij is degene die alles gecreëerd heeft. Zonder God is er geen liefde en geen bestaan.

• God helpt, God heeft lief, God is onze steun, zonder God is er geen leven.

• We moeten het goede nastreven, want dat is de wil van God, en zo komen we in de hemel.

• De slechten zullen gestraft worden met de hel. Zij zullen eeuwig branden in het eeuwige vuur.

• We moeten bidden, we moeten met z’n allen bidden. Zo zal God ons genadig zijn en zo kunnen we het lijden in de wereld verzachten.

• Als je bidt, zul je geholpen worden. Met bidden kun je alles bereiken. Als je bidt loop je geen enkel gevaar.

• God verhoort en helpt diegenen die hem liefhebben en hem trouw zijn.

• God ziet je. God straft je voor je misdaden. God neemt elke beweging van je waar, wee o jou!

• Je moet je geloof nauwgezet naleven, je moet gewetensgetrouw naar de mis gaan.
• Enz.