Patronen bij Marc, een 35-jarige psychopaat/oplichter, met herhaalde gevangenisstraffen (recidivist). Marc beschikt over een buitengewoon talent om mensen grote sommen geld afhandig te maken.
Bij Marc zie ik (Linda Evans) de patronen dikwijls in beeldvorm.
Ik zie verhalen als ik de patronen voel Ik zie bijvoorbeeld een beeld van een persoon die nerveus is, met het gevoel erbij geprogrammeerd dat die persoon zich wil bewijzen. Wanneer ik de patronen in beeldvorm zie, beschrijf ik ze als: ‘hij (Marc) is nerveus en hij wil zich bewijzen’.
Wanneer ik de patronen in conceptvorm voel, dan bevindt het patroon zich op de volgende manier in het onderbewustzijn: ‘je bent nerveus en je moet je bewijzen’. Ik beschrijf het dan ook op die manier.
Soms zie ik geen beelden in een patroon of voel ik geen concepten in een patroon. Ik krijg dan toch de inhoud door van het patroon; ik krijg het gevoel door van wat in het patroon zit zonder dat ik een concept voel of een beeld of verhaal zie. In dit geval wordt het patroon beschreven in de vorm van: ‘in situaties waarin hij onder druk staat wordt hij zeer nerveus’.
.
Patronen om op te lichten en te manipuleren
• Je voelt je maar goed als je aan het oplichten bent, als je oplicht ben je een heer want je hebt de ander in jouw macht. Als je niet oplicht ben je niemand, als je niet oplicht ben je niets, als je niet oplicht ben je onderworpen, ben je de speelbal van de maatschappij. Daarbij zit ook een gevoel van angst daarvoor, vandaar het oplichten.
• ‘Je moet iedereen oplichten, niemand mag eraan ontsnappen’. Hij maakt er een erezaak van iedereen op te lichten. Als dat niet lukt is hij uit evenwicht, als er ook maar iemand ontsnapt is hij uit evenwicht. Dus zal hij als wraak zo snel mogelijk en zoveel mogelijk en in een zo groot mogelijke mate iemand anders oplichten om het verlies te compenseren. Iedereen moet opgelicht worden, hij kan niet leven met een mislukking, want iedereen moet kunnen vaststellen welk een meester-oplichter hij is. Als hij iemand niet kan oplichten, weten ze niet dat hij een oplichter is en dan zijn er minder mensen die dit weten en daar kan hij niet mee leven. Hij wil dat zoveel mogelijk mensen hem als oplichter kennen omdat hij met zijn speciale gaven om mensen meesterlijk op te lichten wil pronken. Hoe groter de bedragen zijn die hij mensen kan afhandig maken of hoe spectaculairder het bedrog is, hoe beter, omdat zijn prestige als oplichter dan groter is.
.
• ‘Je kunt iedereen overtuigen, ze geloven je altijd, ze zijn allemaal te overtuigen, de ongelofelijke dommeriken, je hebt ze in de hand’. Met dit patroon is een deelziel van Marc verbonden die geprogrammeerd is om zich bij het potentiële slachtoffer te plaatsen (in het programma rond het slachtoffer). De deelziel heeft macht over het slachtoffer (omdat ze zo geprogrammeerd is) en zorgt ervoor het slachtoffer de handelingen uitvoert die Marc wenst. Vandaar dat de slachtoffers machteloos zijn tegenover Marc en dat hij zo’n onverklaarbare macht heeft over mensen. De deelziel zorgt er ook voor dat de mensen een grenzeloos vertrouwen hebben in het verhaal dat Marc hen voorschotelt en hem onvoorwaardelijk geloven en met al het geld komen aandraven dat Marc hen vraagt of wat dan ook doen wat hij vraagt. Een deelziel is nochtans een positief gegeven, maar een deelziel kan onder een patroon zitten waardoor ze negatief wordt, zwarte magiërs en op macht beluste goeroes of genezers hebben dikwijls negatief geprogrammeerde deelzielen in hun onderbewustzijn die zich bij hun slachtoffers plaatsen en zo dingen bewerkstelligen voor de zwarte magiër of voor een enorm aanhang zorgen voor de goeroe.
.
• ‘Je hebt macht, ze geloven je, ze zijn weerloos’. Daarbij zit een overweldigend gevoel van macht en van zich meester voelen over alles en iedereen, een euforisch gevoel van macht en het gevoel dat er hem niets kan gebeuren, dat hij niet kan falen, een overweldigend gevoel van zelfvertrouwen en slagen. Met dit patroon zijn meerdere deelzielen verbonden die zich bij mensen plaatsen en ervoor zorgen dat die als marionetten aan een draadje alles doen wat Marc wilt en hem onvoorwaardelijk volgen in de bevelen die hij geeft.
.
• Hij bekijkt anderen mensen als voorwerpen, als gebruiksinstrumenten om aan geld en andere dingen waar hij naar streeft te komen. Hij heeft geen zin om te werken, hij is lui, hij wil niet in de maatschappij leven zoals de anderen, namelijk gaan werken voor een (karig) loon. Neen, hij wil op grote voet leven en het geld dat hij daarvoor nodig heeft, wil hij te pakken krijgen zonder daar een inspanning voor te moeten doen. Dus begeeft hij zich in rijke milieus en zoekt zijn slachtoffers uit die hem het geld of een ander pleziertje zullen verschaffen. In welke groep hij zich ook bevindt, hij is steeds op zoek naar potentiële slachtoffers. Hij bestudeert iedereen en bekijkt wat hij van iedereen kan bekomen. Hij weet dat hij ze toch allemaal krijgt waar hij ze wil hebben. Als hij een slachtoffer uitgekozen heeft, zal hij er mee aanpappen, een vriendschap opbouwen, doen alsof hij alleen het voordeel van het slachtoffer voor ogen heeft. Hij spiegelt hen een fantastische verhaaltje voor. Op dit gaat moment gaat een deelziel zich bij de ander plaatsen en een euforische toestand van verlangen en geloof opwekken bij die persoon. De andere ziet zich al schatrijk of wat dan ook dat Marc hen belooft. Eens ze helemaal gekneed zijn, slaat Marc toe, en het gaat allemaal vanzelf. De deelziel zorgt ervoor dat de slachtoffers alle handelingen uitvoeren die Marc hen oplegt.
.
• Als hij mensen wil manipuleren, sturen deelzielen (die onder een patroon zitten) hem in de manier waarop hij het moet aanpakken: in het begin de vleierij die hij moet gebruiken, voor wie hij zich moet uitgeven, wat hij moet beloven, de belangrijke mensen die hij kent enz. De deelziel kent het onderbewustzijn en de situatie van de ander en kan aldus de juiste houding tegenover dit specifieke slachtoffer bepalen, zodanig dat Marc intuïtief de juiste strategie toepast aangepast aan een slachtoffer. In een verder stadium sturen de deelzielen hem in de toe te passen strategie, zoals druk leggen op het slachtoffer enz.
.
• Meesterlijke trucjes bedenken om de mensen er te laten inlopen. Hij bedenkt steeds nieuwe dingen, hij vergenoegt zich om zijn eigen vindingrijkheid, hij voelt zich daar bijzonder goed bij.
.
• Hij moet oplichten, kan niet stoppen met oplichten, moet het doen, wordt ongedurig als hij een tijdlang niet kan oplichten. Hij moet het aan een regelmatig ritme kunnen doen, zo niet loopt hij de muren op van de zenuwen. Hij kan maar rustig worden als hij kan oplichten.
• Je moet mensen een hak zetten, pas dan kun je je goed voelen• Een intens geluk beleven als hij iemand kan oplichten, een intens plezier beleven aan het bewerken van zijn prooi, een intens genotgevoel als hij voelt dat hij zijn prooi in zijn macht heeft en ze in alle richtingen beweegt zoals hij het wil hebben.
• Hij doorziet enorm snel situaties, heeft onmiddellijk een inzicht van hoe de vork in de steel zit en hoe hij moet tewerk gaan om zijn doel te bereiken.
.
• Hij bedenkt een strategie hoe hij zijn slachtoffers zal te pakken krijgen. Hij maakt gestructureerde plannen, stap voor stap.
.
• Hij heeft een houding van vriendschap en vertrouwen naar de mensen toe maar in zijn hoofd denkt hij ondertussen aan de laatste stap: namelijk dat hij hun geld te pakken heeft (of wat zijn doel ook is).
.
• Al oplichtend ga je door het leven, er is geen ander leven, je komt in de gevangenis terecht en dan kom je weer vrij. En dan ga je al oplichtend door het leven. Je komt in de gevangenis terecht …
.
• Je moet altijd stelen en bedriegen, er is geen andere weg.
.
• Je zit opgesloten maar je komt weer vrij, je komt steeds weer vrij, hoeveel misdaden je ook begaan hebt. Je komt steeds weer vrij, en dan kun je opnieuw beginnen, je begint steeds opnieuw. Je kan er niet genoeg van krijgen, je komt toch steeds weer vrij en de goede tijden die je gehad hebt, zijn mooi meegenomen.
.
• Je moet het geslepen aanpakken, je moet het eerst allemaal heel goed bekijken. Je moet het eerst allemaal goed uitvissen hoe het in elkaar zit. Je onthoudt elk detail, je slaat alles op in jouw geheugen. Je hebt geduld, je bereidt alles zorgvuldig tot in de puntjes voor en als het moment rijp is sla je toe . En je laat je slachtoffers machteloos aan hun lot over en zij zijn niet in staat om iets te doen. Je gaat steeds vrijuit, er gebeurt jou niets.
.
• ‘Je kan altijd slagen (tijdens het oplichten), er gebeurt jou niets, de anderen zijn machteloos’. Met dit patroon is weer een deelziel verbonden die zich in het onderbewustzijn van mensen plaatst en ervoor zorgt dat de anderen naïef zijn, geen vermoeden hebben, en weerloos zijn na de feiten.
.
• Hij wil de baas zijn over anderen, hij wil macht. Hij wil weten en het gevoel hebben dat hij macht heeft over iedereen, dat niemand hem ontsnapt. Daarom zal hij ook voor de lol mensen oplichten, omdat het hem een kick geeft als hij telkens vaststelt hoeveel macht hij heeft over anderen en hoeveel hij van hen gedaan krijgt, en hoe hij telkens vrijuit gaat en opnieuw kan herbeginnen. Er is een verslaving aan oplichten, hij krijgt er een kick van en hij wil die kick zo dikwijls mogelijk voelen. Hij houdt alle geschreven documenten (verslagen, persartikels) over hem nauwgezet bij en koestert deze als trofeeën van zijn geslaagde oplichterijen. Hoe meer hij in de pers komt, hoe meer over zijn oplichterij bekend wordt, hoe trotser hij zich voelt over alles wat hij gedaan heeft en over de macht die hij over anderen heeft en hoe meer mensen erover horen, hoe machtiger en goddelijker hij zich voelt.
.
• Het is belangrijk voor hem dat anderen weten wat hij al bereikt heeft op het gebied van oplichten, zodat anderen weten tot wat hij in staat is en welke god hij eigenlijk is. Hij waant zich een god in eigen ogen om de macht die hij over anderen heeft.
• Hij kan geen geld houden, het moet weg. Eens er geld is, moet het uitgegeven worden.
Patronen om te liegen
.
• Je moet liegen
• Een dwang om te liegen
.
• Hij kan niet eerlijk zijn, hij moet altijd liegen, hij moet iets vertellen wat niet waar is.
.
• Hij moet de waarheid verdraaien, hij kan het niet aan de waarheid te zeggen. Hij krijgt een onaangenaam gevoel als hij de waarheid vertelt (alsof hij verdwijnt, alsof hij niet meer bestaat, alsof hij ergens in verzinkt).
.
• De waarheid is onaangenaam, de waarheid is vals, de waarheid helpt je niet. Je ondervindt het snel, de waarheid helpt je niet. Als je eerlijk bent, word je gestraft. Je moet liegen, je moet onwaarheden vertellen, de waarheid helpt je niet.
.
• Het is beter te liegen dan de waarheid te vertellen, met de waarheid bereik je niets, dat ondervind je snel. Leugens zijn heilig, leugens zijn jouw waarheid, leugens zijn de uiteindelijke waarheid. Met liegen bereik je de waarheid, de leugens worden de waarheid. Zo kun je aan de werkelijkheid ontsnappen, zo kun je je eigen wereld creëren, een wereld van fantasie die reëel wordt. Een wereld van mooie vrouwen, een wereld van honderden mensen die aan jouw voeten liggen, een wereld waarin je aanbeden wordt en waar honderden mensen aan je voeten liggen, een wereld waar de anderen jouw slaven zijn die jij als marionetten aan een touwtje beweegt; ze vervullen al jouw wensen. Dat is de wereld waar je recht op hebt, dat is jouw wereld. Streef naar deze wereld, doe er alles voor om deze wereld te vinden. Deze wereld is het uiterste genot. Lieg en vertel geen waarheid, zo bereik je deze wereld van het uiterste genot. Gebruik en misbruik mensen, zo maak je anderen tot jouw slaven en jezelf tot hun god. Met liegen en intrige kun je dit doel bereiken want zo krijg je macht over hen en word je hun god.
.
• Het heerlijk vinden om te liegen, het een spelletje vinden, het heerlijk vinden om mensen in de luren te leggen, het heerlijk vinden als mensen geloven wat hij zegt omdat dat hem een gevoel van macht geeft.
.
• Een kick krijgen van te liegen, het windt hem op, het geeft hem een euforisch gevoel: alsof hij alles aankan, alsof hij alles en iedereen naar zijn hand kan zetten.
.
• Liegen is een meesterwerk, leugens zijn meesterwerken, met liegen bewijs je wie de meester is.
• Hij moet onwaarheden vertellen, het kan niet anders. Het mag niet waar zijn wat hij vertelt, het moet verdraaid zijn. Hij heeft geen andere keuze. Er zitten echter ook elementen van waarheid in de leugens die hij vertelt om het zo geloofwaardiger te maken.
• Je vertelt de meest spectaculaire verhalen, zo maak je indruk. Zo word je bewonderd, zo maak je indruk op mensen, zo krijg je mensen in jouw macht.
.
Patronen voor een drang naar aandacht
• Je moet aandacht krijgen, je moet het centrum van ieders aandacht zijn. Als dit zo is, wordt Marc euforisch, wordt hij gedreven, krijgt hij veel zelfvertrouwen, stottert hij niet. Als dit niet zo is, heeft hij het gevoel van gek te worden van ellende, voelt hij zich ondraaglijk slecht, voelt hij zich niet meer bestaan, voelt hij zich vernietigd. Dit is een ondraaglijk gevoel, het enige dat kan helpen om eruit te ontsnappen is aandacht krijgen. Dus zal hij er ALLES voor doen om aandacht te krijgen, zoals beweren dat hij de procureur-generaal is, of mensen lastig vallen (stalken), of iets van een ander vernietigen, of oplichten (want dan krijgt hij aandacht in de pers) enz.
• De wereld moét rond jou draaien, jij moét het centrum zijn, jij moét in de belangstelling staan.
.
• Als je geen aandacht krijgt, ben je verloren, dan besta je niet, dan word je vergeten door anderen. Als je geen aandacht krijgt, zal niemand nog naar jou omkijken. Daar zit een ondraaglijk ellendig gevoel bij, dus móet hij aandacht krijgen om aan dat ellendig gevoel te ontsnappen. Dus gaat hij allerlei fratsen uithalen om aandacht te krijgen, gaat hij zich kinderlijk gedragen om aandacht te krijgen, op een kinderlijke manier spreken om aandacht te krijgen, kinderlijke bewegingen doen om aandacht te krijgen.
.
• Je kunt niet leven zonder aandacht. Aandacht staat centraal, zonder aandacht is er geen leven. Zonder aandacht heb je geen waarde. Je krijgt een ondraaglijk ellendig gevoel als er geen aandacht is. Hij wil er weer alles doen om aan dat ondraaglijk gevoel te ontsnappen.
.
• Een ander mag aan niets anders denken dan aan jou, een ander moet uitsluitend met jou bezig zijn. Een ander mag geen andere interesses en bezigheden hebben dan jou. Als dat niet zo is, dan zal Marc vervelend doen tegenover mensen of mensen lastig vallen om de aandacht van de anderen op zichzelf gericht te krijgen.
.
• Hij moet zichzelf steeds bevestigen en benadrukken wat hij gepresteerd heeft om de sympathie en de achting van de ander te krijgen.
.
• Hij kan niet alleen zijn, hij moet mensen rond zich hebben.• Hij is altijd eenzaam. Daarom wil hij de aandacht trekken: om uit de eenzaamheid te geraken.
.
Patronen voor afwezigheid van normen en waarden
• Je leeft van dag tot dag. Je denkt over niets na, je maakt geen plannen, je ziet wel waar je terecht komt.
.
• Er is niets belangrijk, anderen zijn niet belangrijk, wetten zijn niet belangrijk. Alleen jij en wat jij wilt zijn belangrijk, alleen hoe jij wilt leven is belangrijk, alleen jouw normen (dit is: erop los leven en wel zien waar hij uitkomt, niet willen werken en op grote voet leven met het geld van de anderen) zijn belangrijk.
.
• Doe met anderen wat je wilt, ze zijn toch enkel maar waardeloze gebruiksvoorwerpen die je weggooit na gebruik. Je moet tegenover niemand verantwoordelijkheid opnemen, ze zijn zoveel niet waard. Het zijn slechts waardeloze mensen die je mag gebruiken naar jouw goeddunken.
.
• Je moet geen enkele verantwoordelijkheid nemen. Ontrek je van elke plicht, leef niet naar de regels van de maatschappij. Die zijn er alleen maar om jouw vrijheid af te nemen. Loop niet in het gareel zoals die andere dwazen. Toon hoe jij anders bent en hoe jij je door die regels niet laat strikken. Toon hoe jij daar boven staat en hoe je alles doet wat je wilt.
.
• Het niet kunnen verdragen van regels en wetten. Het gevoel krijgen dat hij niet meer bestaat als hij zich moet onderwerpen aan regels en wetten.
.
• Een dwang om de dingen anders te doen dan de regels vooropstellen.
.
• De regels zijn niet belangrijk, die maken jou alleen het leven zuur. Alleen jij bent belangrijk, jij staat centraal, jouw geluk staat centraal. Regels ontnemen alleen maar je geluk. Breek de regels, steek de draak met de regels, laat aan anderen zien hoe jij de regels met de voeten treedt. Laat aan de anderen zien dat de regels jou niet gevangen zetten, laat aan de anderen zien hoe belangrijk jij bent door alle regels te negeren.
.
• Jij hebt het niet gedaan, jij hebt er niets mee te maken. Je ontkent ten stelligste elke inbreng, je ontkent elke verantwoordelijkheid. Het is jouw schuld niet, het is hun eigen schuld.
.
• Zij hebben misdaan en nu moeten ze gestraft worden. Vandaar het mensen hun geld afhandig maken om wraak te nemen. Het is hun schuld, ze hadden zoiets maar niet moeten doen, het is hun verdiende loon.
.
• Je houdt met niemand rekening, je stelt je eigen wetten. Je doet alleen maar waar je zelf zin in hebt, je plooit voor niemand.
.
• Hij moet met een ander zijn voeten spelen, hij moet een ander voor schut zetten, hij moet een ander tergen, hij moet het anders doen dan wat gevraagd wordt.
• Je moet het onmiddellijk krijgen. Je kan niet wachten, het moet onmiddellijk gebeuren.
Patronen voor gebrek aan empathie, egocentrisme, egoïsme
• Hij wil liefde voelen voor mensen en goed zijn, maar iets anders is sterker dan hem en dwingt hem tot zijn gedrag.
• Een ander moet lijden.
• Een ander heeft geen waarde.
.
• Je voelt geen liefde voor mensen, je houdt niet van mensen. Je haat hen voor wat ze jou aandoen, je wil hen straffen.
.
• Je kunt geen medeleven en mededogen voor een ander voelen.
• Je kunt niet voelen wat een ander voelt.
• Je begrijpt het niet wat een ander voelt .
.
• Je voelt niets, je neemt niets waar. Je beseft niet dat een ander lijdt, het lijden van een ander laat jou onverschillig.
.
• Zorg voor jezelf, zorg goed voor jezelf, denk altijd aan je eigen voordeel. Zet een ander voor je kar, gebruik anderen om je doel te bereiken. De anderen zijn er voor jou. Jij bent een god en zij zijn jouw pionnen die je gebruikt om je doestellingen te bereiken.
.
• Hij kan niet anders dan aan zijn eigen voordeel denken. Hij kan het zich niet voorstellen en kan het niet begrijpen dat je iets zou doen voor een ander dat niet in het eigen voordeel is, dat is hem totaal onbekend. Hij kan uitsluitend iets doen voor zichzelf, hij kan uitsluitend handelen voor zijn eigenbelang. Hij kan alleen zijn eigen voordeel zien, hij kent niets anders.
.
• Een ander laat jou koud, een ander is niet belangrijk. Jij bent belangrijk, jij bent de enige die telt.
.
• Je wilt niets doen voor een ander, je wilt een ander niet helpen. De ander kan stikken, de problemen van de andere zijn jouw zorgen niet. Als jij het maar goed hebt, dat is het enige dat belangrijk is.
.
• Het lot van anderen kan hem totaal niets schelen. Wat er met een ander gebeurt laat hem koud, als hij maar zijn pleziertjes heeft. Daar is gans zijn leven op gericht.
.
• Hij is van ‘s morgens tot ‘s avonds bezig met zijn eigen projecten en staat nooit bij een ander stil.
.
• De waarden van de maatschappij zijn de jouwe niet, de waarden van de maatschappij lap je aan je laars. De waarden van de maatschappij willen het jou alleen maar moeilijk maken. Zo wil jij niet leven, daar ben jij niet voor in de wieg gelegd. Jij bent een god en zo wil je ook leven. Jij wilt alleen doen wat jij prettig vindt, dit is plezier maken, niet werken, anderen gebruiken voor de kick die hij erdoor krijgt en het machtsgevoel dat hij erdoor krijgt. Jij staat boven de wet, jij doet toch wat je wilt en niemand kan je iets doen. Daar grijpen zijn deelzielen weer in en zorgen ervoor dat hij steeds vrijuit gaat, dat hij iedereen voor zijn kar spant.
.
• Je mag iedereen gebruiken, dat is jouw recht.
.
• De anderen zijn er om gebruikt te worden, ze hebben geen andere reden van bestaan dan dat.
.
• Hij kan een persoon op geen enkele andere manier bekijken dan dat hij die persoon wil gebruiken.
.
• Hij moet mensen gebruiken, hij heeft geen andere keuze. Hij kan niet anders dan mensen gebruiken, er is geen andere mogelijkheid.
.
• Je moet mensen gebruiken. Hij zuigt zich vast in iemand tot die volledig uitgezogen zijn en hij die nergens nog kan voor gebruiken. Dan laat hij die persoon vallen en zuigt zich vast in een ander.
.
• Jij bent beter dan de anderen. Dat geeft jou het recht om met de anderen te doen wat je wilt. Jij bent een speciaal iemand. De anderen zijn maar wat afval die je gebruikt als het je uitkomt en wegwerpt als je het niet meer nodig hebt.
.
• Je weet niet wat een ander denkt, je weet niet hoe de wereld van een ander is. Je wilt het ook niet weten, jouw leven is het enige wat belangrijk is, jezelf is het enige dat telt.
.
• Je bent in jezelf, je bent uitsluitend in jezelf, je voelt niets anders dan jezelf, je bent alleen jezelf, er is niets anders.
.
• De ganse wereld draait om jou, jij bent het centrum van de wereld, de anderen rond jou zijn jouw marionetten die jij beweegt naar jouw zin.
.
• Alles is voor jou bestemd, alles behoort jou toe, je moet alles afnemen van een ander. Als je vaststelt dat een ander iets bezit, dan moet jij dat bezitten en als je het niet kunt bezitten dan moet je het vernietigen bij de ander.
.
• Het absoluut niet kunnen verdragen dat een ander iets heeft dat hij niet heeft, en dat hij ook zou willen bezitten. Vanaf dan wordt zijn doel dit de ander afnemen of dit vernietigen zodat het voor de ander ook verloren gaat en de ander dit ook niet meer bezit zodat een ander zeker niet iets bezit dat hij niet bezit. Het willen vernietigen wat een ander heeft als hij het zelf niet kan bezitten.
.
• Hij kan het anderen niet gunnen dat ze gelukkig zijn, hij moet dat geluk op de één of andere manier verbreken.
• Jij bent speciaal, jij bent bijzonder, jij bent zeer groot.
Patronen voor een drang naar belangrijk zijn
• Je moet belangrijk zijn, dat is je belangrijkste streven. Het is zeer belangrijk om belangrijk te zijn, dat is het belangrijkste in het leven. Daarbij zit het gevoel van dwang om belangrijk te zijn.
• Er alles voor doen om belangrijkheid te bereiken. Het zich uitgeven voor een belangrijk persoon om belangrijkheid te bereiken. Als je belangrijk bent, ben je een god, als je belangrijk bent zal men jou eren. Daarbij zit het gevoel van dwang om geëerd te worden.
• Het gevoel dat niemand met hem op dezelfde hoogte staat, iedereen staat onder hem. Het niet kunnen verdragen dat iemand op dezelfde hoogte zou staan, de anderen moeten onder hem staan. Om dit te bewijzen voor zichzelf en de ander zal hij anderen misbruiken en manipuleren. Als hij in zijn opzet slaagt, heeft hij bewezen dat hij beter is en is kan hij zich weer gerust voelen.
.
• Hij moet weten dat hij boven anderen staat. Als daar enige twijfel zou over rijzen, dan moet hij de persoon die bedreigend is, vernietigen.
.
• Jij bent het centrum, niemand is belangrijker dan jij, niemand mag belangrijker zijn jij. Wie belangrijker is, moet je naar je hand zetten, moet je gebruiken, moet je desnoods vernietigen.
.
• Jij bent het belangrijkste wezen dat op de planeet rondloopt. Iedereen moet dat weten. Je moet geëerd worden door anderen want je bent de belangrijkste persoon op de wereld. Niemand is zo belangrijk als jij. Jij staat boven allen, iedereen in minder ten opzichte van jou. Daarom doet hij allerlei dingen om de aandacht te trekken zodat anderen hem kennen. Daarom gaat hij ook kinderlijk gedrag manifesteren om de aandacht te trekken, om op te vallen en zo door iedereen gekend te zijn.
.
• Een drang naar macht, een drang naar macht over anderen.
.
• Het gevoel een god te zijn en zich bewonderd willen weten door ieder ander. Daarom schudt hij de meest spectaculaire verhalen uit zijn mouw.
.
• Als je op grote voet leeft, ben je belangrijk. Als je met geld smijt, ziet iedereen hoe rijk je bent en ben je belangrijk.
.
• Zich heel klein en onbelangrijk voelen. Dit is zo’n ondraaglijk gevoel dat hij het alleen kan overwinnen door zich voor te stellen dat hij iemand bijzonder is (een hooggeplaatst iemand).
• Heel klein en bang van binnen, intens verdriet van binnen. Dat kan hij alleen weg krijgen door zich in een droomwereld van grootheid te begeven.
.
Patronen voor infantiel gedrag en theatraliteit
• Stel jezelf voor als een ongevaarlijke idioot. Doe onnozel, doe hysterisch, wees een klungel, wees een kind. Zo heeft niemand een vermoeden wie je bent, zo ben je veilig. Zo kennen ze jou niet en kun je toeslaan op het gepaste moment.
• Je doet je anders voor dan je bent, ze zien niet wie je bent. Dat is belangrijk, ze mogen niet zien wie je bent. Speel toneel, verberg je achter een scherm, zo ben je veilig. Zo kunnen ze jouw ware bedoelingen niet kennen en heb je vrij spel, zo kun je onverwachts toeslaan.
.
• Je kan jezelf niet zijn, je gedraagt je als een gek, als een onnozel kind. Zo kunnen ze niet weten wie je bent en zo kunnen ze jouw bedoelingen niet doorzien.
.
• Toon je anders dan je bent, verberg jezelf, toon je als een ander.
• Speel altijd een toneel, zet altijd een figuur op (= creëer een ander figuur van jezelf). Zo kan niemand weten wie je bent, zo blijf je voor altijd verborgen, zo kun je onverwachts toeslaan.
Patronen om zijn leven in ziekenhuizen en gevangenissen door te brengen
• Je zit steeds opgesloten, je mag eventjes vrij zijn en dan word je weer opgesloten.
.
• Je brengt een leven door in instellingen en gevangenissen, met tussenpozen ben je vrij.
.
• Je mag geen vrijheid kennen, je zit opgesloten.
• Je kunt je niet aanpassen aan de maatschappij, je steelt en je bedriegt, je bent een gevaar voor de maatschappij. Ze vangen je en ze sluiten je op, maar je komt telkens weer vrij. En dan vangen ze jou en sluiten jou op en je komt weer vrij. En dan vangen ze jou …
• Tot het einde van je leven zal je stelen, tot het einde van je leven zit je gevangen. Je zal vluchten maar je wordt weer opgesloten, je komt nooit vrij.
.
Patronen om geen liefde te vinden
• Een leven zonder liefde (zowel in het ontvangen als in het geven).
• Er is geen liefde.
• Je ouders houden niet van jou, je bent ongewenst. Je bent ongedurig, je vraagt veel aandacht. Ze willen van je af zijn, ze sluiten je op.
.
• De andere kinderen worden voorgetrokken, jij wordt achter gesteld, ze willen van je af zijn.
.
• Je bent een onverdraaglijk kind, je ouders worden gek van jou, ze sluiten je op.
.
• Je kunt geen liefde vinden.
• Je profiteert van anderen, ze willen jou niet meer.
.
• Je moet jezelf steeds bevestigen tegenover de anderen, je moet je steeds bewijzen. Je vraagt steeds aandacht, je hunkert naar aandacht, je hunkert naar de goedkeuring van anderen. Je bent ergerlijk voor de anderen, de anderen mijden jou.
.
• Je staat alleen in het leven, er zijn geen vrienden, iedereen laat je aan je lot over.
.
• ‘Je wordt niet gewaardeerd’, dit activeert een ander patroon dat ervoor zorgt dat hij dit wil compenseren door allerlei fratsen uit te halen om zich te bewijzen tegenover de anderen, met het doel waardering te vinden.
.
• ‘Ze duwen je weg, ze willen jou niet’. Dit activeert een patroon dat ervoor zorgt dat hij op allerlei wijzen de aandacht probeert te trekken.
• Je hebt een ergerlijk gedrag, je stoot anderen af, ze mijden jou.
.
• Er zijn geen familiebanden, er zijn geen vrienden.
• Je bereikt nooit een band met iemand, elk contact blijft oppervlakkig.
.
• Je leeft oppervlakkig, je past niet in de maatschappij, je hoort er niet thuis, er is geen plaats voor jou in de maatschappij.
.
• Je bent alleen.
• Je hebt niemand.
• Niemand houdt van jou.
• Je wordt verstoten.
• Niemand helpt, je moet je eigen boontjes doppen.
.
• Je bent eenzaam en alleen, je leeft op grote voet en je pronkt met je wat je hebt, maar van binnen ben je leeg en eenzaam.
.
• Je bent wanhopig op zoek naar liefde, maar je vindt ze niet, de liefde ligt niet op jouw pad.
.
• Surrogaat liefde: seks.
.
• Je kunt geen liefde voelen voor een ander. Je houdt niet van mensen, je houdt van niemand. Niemand houdt van jou.
.
• Je hebt geen gevoelens voor anderen, je voelt niets voor een ander. Je ziet alleen hoe je een ander kunt gebruiken.
• Je kunt niet begrijpen wat liefde is, je weet niet wat liefde is, je kunt ze nooit kennen.
.
Patronen voor bijzonder groot zelfvertrouwen
• Je weet dat je slaagt, je weet dat je het kan, je weet dat je niet mislukt. Daarbij zit een euforisch gevoel van alles aan te kunnen, van alles in de hand te hebben, van meester te zijn over alles, een euforisch gevoel van god te zijn.
• Je kunt niet falen, je lukt altijd.
• Alles wat je doet lukt.
.
• Je voelt je altijd goed, je zit altijd goed in je vel. Je bent nooit triestig, je overkomt alles, je kunt het altijd allemaal aan, het komt altijd in orde. Er is ook een deelziel die dan op de één of andere manier ingrijpt zodat de dingen in orde komen (een geprogrammeerde deelziel).
.
• Je kan niet mislukken, doe het maar, je kan niet mislukken. Er is ook nog een deelziel daarbij die de dingen die hij doet in de juiste richting stuurt (een geprogrammeerde deelziel).
.
• Een geprogrammeerde deelziel leidt hem voortdurend en fluistert hem in wat hij moet doen om zijn doel te bereiken. Zo krijgt hij intuïtief de juiste ingevingen.
• Als hij informatie via iemand wil te pakken krijgen, dan plaatst een deelziel zich bij de andere persoon en dwingt deze persoon mee te werken. Zo krijgt Marc altijd de informatie te pakken. De persoon geeft (al dan niet tegen zijn/haar zin) de (geheime) informatie vrij.
Patronen voor lage intelligentie
• Je bent dom (onderdrukt energieën van intelligentie).
.
• Jouw denken staat stil, je redeneert niet, je denkt niet, je overziet alleen (= waarnemen).
• Een scheikundig proces in de hersenen voor het verwerken van data tijdens het redeneren, is afwezig. Data wordt niet opgeslagen, zodat deze ook niet tijdens redeneringsprocessen waarbij diverse data met elkaar vergeleken wordt, kan gebruikt worden, zodanig dat er geen processen van redeneren kunnen plaatsvinden. Dit patroon kan ook een rol spelen bij het feit dat Marc niet leert uit ervaringen.
.
• ‘Het denken stopt’. Dit activeert een patroon dat ervoor zorgt dat de toegang tot data in de hersenen nodig voor redeneren afgesloten wordt. De scheikundige stoffen die toegang willen krijgen tot een zeker adres in de hersenen om data op te halen door zich aan de data te binden, worden op dit adres afgestoten (er komt een barrière tussen de scheikundige stoffen en de data, het proces van ophalen van data stopt).
.
• ‘Je bent dood, je leeft niet, je bent als een dier, je overziet, je beziet, je neemt waar, je denkt niet, je leert niet’. Dit patroon activeert een tweede patroon betreffende de hersenwerking dat dicteert dat er geen hersenprocessen voor redeneren plaatsvinden. De hersenprocessen staan stil, Marc kan alleen waarnemen en deze data wordt normaal opgeslagen zodat Marc zich dingen kan herinneren. Marc kan dus alleen maar waarnemen en herinneren en kan moeilijk redeneren.
.
• ‘Je kan niet denken’. Dit patroon zorgt ervoor dat Marc niet kan denken op het moment dat hij wil denken. Het denken in zijn hoofd blokkeert, er is geen denken, hij kan alleen waarnemen. Ook komt er een sluier van valse beelden voor zijn ogen zodat Marc verkeerde dingen waarneemt, waardoor hij verkeerde gevolgtrekkingen maakt (en waardoor hij misschien zo overtuigd vasthoudt aan zijn gelijk omdat hij andere dingen dan de werkelijkheid waargenomen heeft).
.
• Als Marc wil redeneren, als hij probeert te denken of te begrijpen, komt er verkeerde informatie in zijn hoofd, zodat zijn redeneringen vervormd zijn.
.
• ‘Traag denken’. Dit activeert een patroon dat ervoor zorgt dat hersenprocessen vertragen.
• ‘Je mag niet denken, je bent een dier, je mag alleen waarnemen’. Dit zorgt ervoor dat tal van hersenprocessen voor intellectuele processen niet gebeuren, ze bestaan gewoon niet.
Patronen voor gebrekkig zelfinzicht
• Je weet niet wie je bent.
• Je ziet jezelf niet.
• Je merkt niet hoe je bent, je denkt dat je goed bent.
• Jij bent de beste, jij doet alles goed, jij maakt geen fouten. Jij bent perfect, jij hebt een medelevend, goed karakter, jij bent begaan met anderen.
• Kan zichzelf niet waarnemen in dingen die hij voelt, denkt en doet, heeft steeds een gevoel van zichzelf van goed te zijn, van om anderen te geven, van dingen juist in te schatten, van niet te kunnen falen.
.
Energieën (zorgen voor positieve eigenschappen)
• Ik ben verbaal zeer sterk.
Energie : zelfvertrouwen i.v.m. taal, een gevoel van zekerheid en rust i.v.m. taal.
Deelziel : kent de woordenschat, heeft de gave om zich bloemrijk uit te drukken, geeft door aan Marc wat moet gezegd worden (Marc gebruikt intuïtief de juiste zinswendingen en woordenschap op basis van deze deelziel).
• Ik heb een fotografisch geheugen.
Energie : die de hersenen voedt bij opslag en ophalen van data.
Deelziel : een deelziel neemt alle indrukken in zich op, zowel visueel als auditief, en kan op vraag de gegevens reproduceren.
• Ik begrijp alles snel.
Energie : die de hersenen voedt.
Deelziel : die de dingen weet, die inzicht heeft in dingen.
Deelziel : die Marc ingevingen geeft, zodat hij een intuïtief vermoeden heeft hoe dingen in elkaar zitten.
Ondanks het feit dat Marc bij IQ-testen lage resultaten haalt, zijn er zaken waarvoor hij wel aanleg heeft en die hij wel goed begrijpt. Marc heeft b.v. aanleg voor wetgeving en zou daarom graag advocaat worden. Hij kent de wetboeken uit het hoofd. Marc schrijft ook foutloos.
.
Hieronder zijn nog enkele positieve eigenschappen vermeld zoals Marc het ziet. Deze eigenschappen zijn echter het resultaat van patronen en niet van energieën.
• Ik heb de gave om om het even welke persoon te kunnen overtuigen.
Dit is zeker iets dat in het voordeel van Marc werkt. Toch is deze karaktertrek niet het resultaat van energieën, maar wel van een patroon, aangezien deze trek in het nadeel van anderen werkt.
Als Marc iemand wil overtuigen, dan plaatst een van zijn deelzielen zich op de andere persoon (de deelziel gaat letterlijk bij de andere persoon hangen) en verplicht die persoon om te doen wat Marc wil. Deze deelziel doet dit niet op basis van vrije wil, maar op basis van een patroon dat zich rond haar bevindt.
Een tweede deelziel geeft, ook onder invloed van een patroon rond haar, het slachtoffer het gevoel dat hij vertrouwen kan hebben in Marc en dat het waar is wat Marc zegt.
De deelzielen onder het patroon (d.w.z. de vrije deelzielen) staan voor waarheid en impact op anderen, maar dan op een eerlijke basis.
Er is verder nog een patroon aan het werk van macht hebben over mensen, dat mensen hem geloven, dat hij mensen alles kan wijsmaken wat hij maar wil.
Dit patroon onderdrukt energieën van impact hebben op mensen.
• ‘Ik doe alles voor iemand die mij zeer graag heeft’. Patroon: hij zal zich tot het uiterste inspannen om die persoon niet te verliezen.
•’Ik trakteer iedereen die ik tegenkom’. Patroon : hij wil groot lijken in de ogen van anderen.
•’Ik steun sommige projecten financieel’. Patroon: als het in zijn eigen voordeel is, als hij er ergens iets kan bij winnen, zal hij iets voor een ander doen.
•’Ik kan zaken oplossen die anderen niet kunnen oplossen’. Dit komt door deelzielen die op basis van patronen errond deuren openen door mensen te beïnvloeden. Er is ook het patroon: ‘mensen buigen voor jou’.
•’Ik verwen vrouwen met luxe’. Patroon: macht over vrouwen willen door hen financieel van hem afhankelijk te maken .Tweede patroon: hen niet willen verliezen, de liefde in stand willen houden door het zorgen voor luxe.
• ‘Ik help mensen, ook op financieel gebied, ik help mensen in nood, ik klaag het lot aan van zieke geïnterneerde personen’. Patroon: als hij denkt aandacht te krijgen door anderen te helpen of door de aandacht te vestigen op een probleem bij een ander, dan zal hij de ander helpen.