LTA therapie             Websites

21 May 2012; 16:26 pm

Voorbeelden van patronen van diverse thema's

Patronen voor heftige emoties

• Je voelt het diep, je voelt het zó diep.
• Het raakt, het raakt je zó diep.

• Je voelt je zó ellendig, je voelt je zó verdrietig, je voelt zóveel verdriet. Je wordt overspoeld met emoties, het raakt je. Paniek, schuld, angst, woede, ergernis …, het gaat zó diep.

• Je kunt je niet beheersen, je voelt je overspoeld worden, het komt over jou. Je voelt jezelf heftig reageren, je roept, je huilt, je verwijt, je slaat. Je hebt geen controle over jezelf, je voelt dat het met je gebeurt, je laat jezelf maar begaan. Je voelt de woede, je voelt de ergernis. Je wordt erdoor overspoeld, je bent jezelf niet meer, je bent alleen nog emoties.
.
.

Patronen om snel schuldgevoelens te hebben

• Je bent schuldig!
• Je hebt misdaan!
• Ze lijden pijn door jou!

• Je hebt tekortgeschoten, zie eens wat een ander nu moet doormaken door jouw schuld.

• Je schiet tekort, voortdurend, in alles wat je doet. Je doet het voortdurend verkeerd, zodanig dat een ander moet lijden. Een ander moet dingen ondergaan en doorstaan door jouw schuld. Wee o jou, probeer het maar onmiddellijk goed te maken, want anders, wee o jou.

• Een diep gevoel van schuld als een ander lijdt (ook al heeft ze er niets mee te maken). Een schuldgevoel krijgen zodra iemand iets moet meemaken.

• Je doet niets goed, het is altijd verkeerd en een schuldgevoel.
.
.

Patronen om zich dingen erg aan te trekken

• Je weet dat je het verkeerd gedaan hebt. Zich daarbij ellendig voelen.
• ‘Ze lijden’ en het gevoel van zich dit aan te trekken.
• ‘Het mislukt, het slaat tegen’ en het gevoel van het zich dit aan te trekken.
• ‘Je kunt er niet overheen komen, het is heel erg’ en een ellendig gevoel daarbij.

• Het slaat tegen. Dat moet jou dat weer overkomen. Het niet kunnen loslaten. Een onaangenaam gevoel ervaren, het blijft draaien in het hoofd.

• Je trekt het je aan, je vindt het heel erg. Je kunt er niet over heen, je hebt zoveel verdriet.
.
.

Patronen om onafgebroken te piekeren

• Zo’n enorme angst voelen voor tal van dingen en voor het leven, dat de dingen hem niet loslaten zodat hij er zich onafgebroken angstig over voelt.

• Piekeren, piekeren, piekeren, piekeren …

• ‘Je moet piekeren, je moet erover nadenken, je mag het niet loslaten, je moet het steeds in je gedachten houden, je moet er steeds aan denken’ en een zorgelijk en angstig gevoel daarbij.

• Angst dat de dingen verkeerd zullen lopen en er daardoor voortdurend over piekeren.

• Nooit gerust zijn, er hangt steeds wel een zorg. Een zorg niet kunnen loslaten, er dwangmatig over piekeren.

• Zich heel veel zorgen maken over dingen.

• Angst dat er negatieve dingen zullen gebeuren of dat dingen verkeerd zullen aflopen. Nooit gerust zijn, heel veel voorzorgen nemen.
.
.

Patronen om zich heel veel zorgen maken

• Alles zal mislopen, er kan niets goed gaan.
• Maak je zorgen.
• Angst dat er fouten zullen zijn.
• Angst dat de ander niet zal tevreden zijn.
• Het zal verkeerd lopen.
• Er is reden tot ongerustheid.
.
.

Patronen voor frustratie en kwaadheid als iets niet lukt

• ‘Je kan het niet, je bent minderwaardig’ en een gevoel van enorme frustratie daarbij.

• Een enorm gevoel van kwaadheid op zichzelf dat opkomt als iets niet lukt zoals hij het zich voorgesteld had.

• Zich zo kwaad voelen op zichzelf omdat hij zo een debiel is dat hij zich wil pijnigen of iets van zichzelf wil vernietigen. Zo zal hij zijn bril weggooien of met zijn hoofd tegen de muur bonken om zichzelf te pijnigen en om zo zichzelf te straffen.

• Frustratie als iets niet lukt. Dat niet kunnen verwerken, dat niet kunnen aanvaarden van zichzelf dat hij weer iets niet kan. Zich toch zo een mislukkeling en een nul voelen.

• Je moet jezelf pijnigen als iets niet lukt. Je moet jezelf vernietigen als iets niet lukt.

• Je bent een nietsnut. Je voelt je zo ellendig. Roep, roep, schreeuw het uit welke ellendeling je bent.

• Gefrustreerd zijn bij het minste dat niet lukt en onmiddellijk de neiging voelen om op te geven.
.
.
Patronen voor innerlijke onrust

• Je vindt geen rust.
• Je denkt steeds.
• Onrust!
• Een gevoel van nervositeit, een gevoel van onrust, een gevoel van gejaagdheid.

• De nervositeit is steeds aanwezig. Waar je ook gaat of staat, het is er steeds. Het laat je nooit met rust.

• De nervositeit achtervolgt je.

• Zich in elke situatie onrustig voelen en in meer ongewone situaties ook zweten en hartkloppingen en angst voelen.

• De één of andere stof is tekort in het lichaam zodat dat er een puur lichamelijke nervositeit is. Dit patroon bepaalt lichamelijke processen.
.
.

Patronen voor zenuwachtigheid

• Je mag geen rust voelen, je moet steeds onder druk staan, je moet steeds onrustig zijn.

• ‘Je bent nerveus, je weet niet meer waar je het hebt van de nervositeit’ en een hevig gevoel van nervositeit.

• In situaties van spanning, waarbij hij iets wil bewijzen, waarin hij onder druk staat, wordt hij zeer nerveus.

• Als je spreekt, ben je onrustig. Als je iets wilt zeggen, ben je onrustig.
• Nerveus! En het gevoel van nervositeit erbij.
• Alles heel diep voelen en heel nerveus worden daarbij.
• ‘Nerveus, gejaagd’ en een gevoel van nervositeit en gejaagdheid.
.
.

Patronen om haastig te zijn

• Snel, snel, je hebt geen tijd.
• Je moet alles op een zekere tijd doen.
• Een patroon waarin het ritme aangegeven is waarop dingen moeten gebeuren.
• Het snel doen.
• Haast je.
.
.

Patronen om onafgebroken te denken – voorbeeld 1

• Denk, je moet steeds denken. Je mag nooit stoppen met denken, je moet onafgebroken denken.

• Er is steeds denken.
• Je kan niet stoppen met denken.
• Er moet steeds een gedachte zijn.
• De gedachten volgen elkaar op, er is een aansluitende reeks van gedachten.

• De gedachten komen, de gedachten gaan. De gedachten komen, de gedachten gaan …

• De gedachten staan niet stil.
• Het draait in je hoofd.
• Er is steeds een nieuwe gedachte.
• Overdenken.
• Een gedachte blijft hangen.
• Je moet onafgebroken denken, het denken mag niet stoppen.
• Je denkt aan iets en je blijft denken aan iets.
• Je moet denken.
• Je mag een gedachte niet loslaten.
.
.

Patronen om steeds te denken – voorbeeld 2

• Je moet denken.
• Er zijn steeds gedachten.

• Je moet het uitdiepen, je moet het overdenken, je moet er nog meer over denken. Je hebt nog niet genoeg gedacht, je moet er nog meer over denken …

• De gedachten er niet bij kunnen houden als iemand praat. De eigen gedachten dringen zich op. Naar de eigen gedachtewereld overgaan en het niet horen wat de ander zegt.

• Er komen steeds gedachten bij, er zijn al gedachten en dan komen er nog gedachten bij. De eerste gedachten gaan verloren. Tevergeefs proberen die terug te herinneren. Er zijn steeds nieuwe gedachten en de vorige gedachten gaan verloren. Het niet kunnen onthouden wat eerst aan bod kwam. Iets anders dringt zich op (wat heel vervelend is).

• Je moet nog denken, je moet nog meer denken, nog meer denken. Denk, denk nog meer. Je moet nog denken …
.
.

Patronen voor vergeetachtigheid, een slecht geheugen – voorbeeld 1

• Je kunt het niet onthouden.
• Je weet het niet meer.
• Het ontglipt je. Wat was het ook al weer?

• Je kunt er niet meer aan denken, het komt niet meer in je op. Je bent het kwijt, het is je ontsnapt.

• Je kunt het niet meer herinneren, het is je ontsnapt.
• Je vergeet het.
• Je mag niets onthouden.

• De hersens pijnigen om het zich te herinneren. Ergens zit het in het achterhoofd maar het wil er maar niet doorkomen.
.
• Er is over gesproken, iets is afgesproken, maar dan is het onmiddellijk weer vergeten. Wat was het ook alweer dat er gezegd werd? Wat werd er ook alweer afgesproken? De hersens pijnigen om het zich te herinneren, maar het komt niet terug naar boven.
.
.

Patronen voor vergeetachtigheid – voorbeeld 2

• Verwardheid, onnadenkend handelen. Dingen automatisch doen zonder erbij stil te staan.

• Het ontsnapt je, het valt je niet op.
• Je luistert niet, je hoort het niet.
• Je weet het niet meer, het is weg. Je kunt het niet herinneren.

• De gegevens die in de hersenen binnenkomen traag verwerken. Zaken worden niet volledig opgeslagen, flarden verdwijnen.

• Een gezicht komt je vreemd voor, het gevoel dat ze iemand kent, maar niet meer weten waarvan in combinatie met een patroon betreffende de hersenwerking waarbij gegevens die moeten opgehaald worden geblokkeerd worden.

• Een fout bij de opslag van data in de hersenen, zodat de data achteraf niet meer kunnen herinnerd worden. Data worden met verkeerde scheikundige verbindingen gekoppeld zodat de data vervormd worden en achteraf niet meer kunnen herinnerd worden.

• Als ze contact heeft met iemand is ze voor een deel met de aandacht bij zichzelf (hoe zie ik er uit), zodat ze niet alles opneemt wat er gezegd wordt en wat er gebeurt.

• Niet alles begrijpen, moeilijk iets begrijpen en het dus achteraf ook niet meer kunnen reproduceren. Iets in de hersenen blokkeert bij het nadenken of redeneren.

• Het niet opnemen. Het blijft zo wat in de verte hangen (bv. wat iemand zegt). Het dringt niet door.

• Je bent het kwijt, je weet het niet meer. Een patroon omtrent de hersenwerking zorgt ervoor dat data niet opgehaald worden.
.
.

Patronen voor geslotenheid, om gevoelens moeilijk te kunnen uiten

• Zeg niets!
• Zwijg!
• Jij hebt geen grote waarde. Wat jij zegt, is niet belangrijk

• Jij bent niet belangrijk. Als het uit jouw mond komt, is het niet belangrijk. Als de gedachten zijn door jou bedacht en geformuleerd zijn, dan zijn die niet belangrijk. Jouw ideeën zijn niet waardevol. Het beste wat je daarom kunt doen, is erover zwijgen.

• Als er een behoefte is om een gevoel te uiten, dan welt de emotie naar boven, maar er ontstaat een verkramping van de mond bij het uiten. De woorden komen niet over de lippen. Het is alsof de mond toegesnoerd wordt door een kracht buiten hem, en hij kan uitdrukken wat hij wil zeggen.

• Jij hebt niets te zeggen. Er komt niets in je op (de geest blijft leeg).

• Je kan het niet zeggen, het komt niet over je lippen, je krijgt het niet gezegd.
• Een verkramptheid ontstaat in hem als het over gevoelens gaat.
• Gevoelens zijn iets beschamends. Je stopt ze best zo diep mogelijk weg.

• Gevoelens horen niet. Ze wijzen op zwakheid en onstabiliteit. Je loopt er best niet mee te koop.
.
.

Patronen om zich moeilijk te kunnen uitdrukken

. De woorden komen niet over de lippen. Er zijn ideeën in het hoofd en een wil om ze te verwoorden, maar hij krijgt het niet in woorden, hij kan het niet uitdrukken wat hij wil zeggen.

. Jij bent verbaal niet sterk, jij weet niet wat zeggen, jij kunt je niet uitdrukken. Een ander kan het allemaal veel beter zeggen dan jij.

. Je weet niet wat te zeggen, het blijft stil in je hoofd, er komen geen woorden.

. Je vindt de juiste zinswendingen niet, je kunt de nuances niet weergeven. Je kunt wat je wilt zeggen niet in woorden leggen. Je kunt het gevoel dat je erin wilt leggen, niet uitgedrukt krijgen.
.
.

Patronen om iets onmiddellijk, onsamenhangend te vertellen

. Je kunt niet spreken.
. Het is niet duidelijk.
. Je kunt het niet zeggen.
. Een patroon dat de tongspieren beïnvloedt.

. Een patroon dat ervoor zorgt dat de stukken tekst die ze in gedachten heeft, weer uit haar gedachten ontsnappen zonder dat ze het merkt, zodanig dat wat gezegd wordt, onvolledig is. Ofwel wordt een deel uit een zin gehaald, en worden de twee verschillende stukken aan elkaar geplakt, zonder dat ze het beseft.

. Een patroon zorgt ervoor dat ze vergeet wat ze wou zeggen, en in de plaats daarvan komt er een andere tekst op in haar hoofd, en dat wordt gezegd, zonder dat ze het beseft.

. ‘De woorden moeten verplaatst worden.’ Dit patroon zorgt ervoor dat de woorden door elkaar komen te staan en dat ze die zo uitspreekt, zonder dat ze dit merkt.
.
.

Patronen om over alles de controle te willen hebben, om niet te kunnen delegeren

• Jij moet het doen. Niemand anders mag het doen. Alleen als jij het doet, kan het goed zijn.

• Het zal maar half gedaan zijn als een ander het doet. Je moet het zelf doen.

• Er mag niets mislopen. Zorg dat je alles beheerst. Zorg dat je de touwtjes zorgvuldig in handen hebt.

• Angst dat er iets zou mislopen. Angst dat er iets zou kunnen gebeuren dat niet voorzien is. Daarom zelf overal willen bij zijn, voor het geval dat er iets misloopt, om zelf te kunnen ingrijpen, omdat hij er niet op vertrouwt dat een ander onverwachte situaties goed zal kunnen opvangen.

• Controleer jezelf, beheers je gevoelens. Je mag geen kwaadheid laten blijven. Als je kwaad bent, verlies je de controle over jezelf. Een angst voor de eigen kwaadheid.

• Houd alles in de gaten, zorg dat je overal bij bent, dan ben je in geval van moeilijkheden de eerste die de stoten kan opvangen.

• Angst voor moeilijkheden, voor onverwachte gebeurtenissen. Daarom alles op voorhand goed willen kunnen inschatten en plannen. Niets aan het toeval overlaten, zorgvuldige voorzorgen nemen. Te streng zijn voor de kinderen, niets toelaten waarbij ze aan zijn controle ontsnappen. Controle willen houden over de activiteiten van de kinderen uit angst dat ze in moeilijke situaties zouden terechtkomen en hij er niet zou zijn om ze te helpen.

• Geen controle willen overlaten aan een ander, het niet vertrouwen. Als er iemand iets alleen moet doen, zal hij zorgen dat hij in de buurt is, dat hij kan bijspringen in nood.

• Je moet controle houden over alles, je moet alles beheersen.
.
.

Patronen voor zuinigheid

• Er is niet genoeg geld, je zal honger lijden.

• Niet graag geld uitgeven. Zich er niet goed bij voelen als er geld moet uitgegeven worden.

• Verkrampt vasthouden aan geld. Geld is het allerbelangrijkste. De beurs niet open krijgen.

• Een weerstand voelen als er iets moet betaald worden. Zoveel mogelijk willen sparen. Heel nauwgezet bijhouden wat alles kost en heel nauwkeurig het geld uittellen voor wat moet gekocht worden. Er mag geen centiem teveel betaald worden. Het moet heel precies afgemeten worden.

• Je zult niet genoeg geld hebben, je zult niet toekomen. Een angst om niet genoeg geld te hebben. Heel verkrampt zijn als er geld voor iets moet betaald worden of als iets veel geld kost. Er erg mee bezig zijn wat iets kost en wat er nog over is. Het doet pijn als er geld voor iets moet betaald worden.

• Nog steeds meer willen krijgen. Het uiterste eruit willen halen, om nog meer te kunnen sparen.

• Je moet geld sparen, je moet geld opbouwen, alleen zo ben je veilig. Een obsessie om te sparen. Daardoor heel zuinig zijn en heel moeilijk geld kunnen uitgeven.
.
.

Patronen om gepest te worden

• Je moet achteruitgeduwd worden. Je moet vernederd worden.
• Een ander houdt niet van jou.
• Je bent een hinder voor een ander.
• Je ergert een ander.
• Een ander kan niets van jou verdragen, een ander ergert zich aan jou.
• Je wekt oppositie op.
• Een ander mag jou niet.
• Ze pesten, ze stoken.
• Ze willen jou vernederen.
• Ze duwen jou naar achteren.
• Ze willen jou pijn doen.
• Ze kunnen jou niet verdragen.
• Ze moeten jou pijnigen.
• Ze willen jou tergen.
• Je willen jou kwetsen.
• Ze zijn in groep tegen jou verbonden, jij kunt je niet verdedigen.
• Ze kiezen jou uit en ze hakken op je in.
• Jij hebt geen waarde.
• Ze voelen zich genoodzaakt tegen jou in te gaan, en jou te tergen.
• Jij bent bang van hen.
• Je kunt niets tegen hen beginnen. Je bent weerloos, je vlucht.
• Ze kiezen jou als hun slachtoffer.
• Agressie van anderen uitlokken door zelf eerst aan te vallen.
• Jij bent niet aangenaam.
• Ze kijken op je neer.
• Jij bent niemand.
• Zelf eerst stoken en dan verwonderd zijn van de reactie van de ander.
• Zelf een ander willen pesten en tegen een ander ingaan.

• Onaangenaam gedrag van de ander oproepen door haar eigen onaangenaam gedrag naar anderen.

• In oppositie staan naar anderen. Geen liefde voelen voor anderen.
.
.

Patronen om anderen te pesten

• Een sadistisch plezier in het kwetsen van anderen. Middelen zoeken om anderen pijn te kunnen doen. Onverschillig zijn tegenover anderen is er één van.

• Je moet hen kwaad doen. Je moet middelen vinden om hen te kelderen.

• Anderen willen tergen. Een sadistisch plezier hebben als hij ziet dat hij een ander op de één of andere manier pijn kan berokkenen. Zwakkere elementen uitzoeken op wie hij vat kan hebben. De sterkere elementen mijden.

• Een dwang om negatieve dingen te zeggen, om dingen te zeggen die de ander pijn doen.

• Doen alsof hij het slachtoffer is, alsof de ander de pester is. Hij zal in een situatie waarbij hij betrapt wordt, zich zo gedragen alsof de ander de boosdoener is. Hij zal zeggen: die heeft mij gepest en hij zal zielig doen.

• Pest, terg. Hoe heerlijk is dat niet, hoe leef je daar niet van op!

• Een bijzonder gevoel van genot als hij anderen ziet kronkelen van de pijn (mentaal of fysiek).

• De ander willen wegduwen en zelf op de voorgrond willen treden. De gunst van vrienden willen winnen en willen opvallen door stoer gedrag, namelijk door anderen te tergen.
.
.

Patronen voor negatieve gevoelens voor andere mensen

• Ze zijn niet belangrijk, ze zijn maar niets.
• Kijk, kijk, wat komt daar? Wat een niemendal van een mens.
• Neerkijken op andere mensen.
• Een ander is niet belangrijk. Jij bent beter.
• Weg willen van een ander, een negatief gevoel hebben bij een ander.
• Een ander veroordelen. Die is maar niets.
.
.

Patronen voor een laag verantwoordelijkheidsgevoel

• Het is niet belangrijk. Je mag niet nadenken. Doe alles los van een regel, leef er maar op los, er zijn geen regels. Doe maar alsof je niets gehoord hebt. Het is gemakkelijker als je er je niets van aantrekt. Trek het je allemaal maar niet aan, dan heb je een rustig leventje. Luister maar niet naar het gezeur van de ander. Doe maar gewoon wat je goeddunkt en waar je zin in hebt. Dat is pas het leven.

• Je moet niet luisteren naar een ander, een ander weet het niet. Wat een ander vertelt, en de regels waaraan ze jou willen binden, zijn er alleen maar om jou het leven lastig te maken.

• Je moet geen verantwoordelijkheid nemen. Zo maak je het alleen maar lastig voor jezelf. Laat de wereld maar draaien. Als jij er maar tussenuit knijpt.

• Leef zoals je wilt. Hou geen rekening met de ander. Doe wat het beste is voor jezelf.

• Je maakt het leven van je ouders tot een hel.
.
.

Patronen om zwart-wit te denken

• Er is één standpunt en er is niets anders, er is geen tussenweg, er kan niets tussen zijn.

• Er zijn geen compromissen, het is het een of het ander.
• Ofwel het één, ofwel het ander, uiterst links of uiterst rechts.
• Je kan geen tussenweg vinden.
.
.

Patronen om niet te kunnen loskomen van een overtuiging

• Je moet geen toegevingen doen, blijf bij jouw standpunt.
• Dat is de waarheid.
• Wat jij denkt is juist, jouw inzicht is juist.
• Zij weten het niet.
• Zij zijn verkeerd.
• Jij weet het.
.
.

Patronen voor weinig wilskracht

• Het is niet belangrijk.
• Streef niet.
• Geef op.
• Het is te moeilijk.
• Je kunt het niet.
• Het heeft geen zin.
• Je hebt geen doel.
• Je zal er niet komen, doe maar geen moeite, het lukt toch niet.
.
.

Patronen voor slordigheid

• Wanorde!

• Je ruimt niet op, je laat het liggen. Je hebt de moed niet om op te ruimen. Je ziet er je geen doen aan, je ziet er tegenop. Je wilt ervoor vluchten, je laat het liggen, later kun je het ook nog doen.

• Geen structuur kunnen brengen in iets. Iets niet ordelijk kunnen schikken. Een barrière om dingen ordelijk te schikken, er niet kunnen toe komen het te doen. Het resultaat is een wanordelijke boel.

• Je moet niet opruimen. Zo gaat het ook, laat het maar liggen.

• Er niet kunnen toe komen om op te ruimen. Weten dat het moet gebeuren, maar er niet kunnen aan beginnen. Ervoor vluchten door iets anders te gaan doen.
.
.

Patronen voor het gevoel niet mooi te zijn

• Je bent lelijk, je bent niet volmaakt. Wie niet volmaakt is, is lelijk.
• Elk detail is belangrijk, de kleinste afwijking maakt je onvolmaakt.
• Je moet mooi zijn, zo niet ben je geen volwaardig mens.
• Je bent niet mooi genoeg.
• Je moet nog mooier zijn.

• Een patroon dat ervoor zorgt dat ze zich van elk detail van haar lichaam bewust is en elk detail nauwgezet in de gaten houdt. Zichzelf in de spiegel bekijken en elk detail nagaan op zoek naar de kleinste afwijking.

• Je borsten zijn niet volmaakt, ze zijn lelijk.
• Je benen zijn te dik.
• Oud worden maakt je tot een lelijke heks. De rimpels verraden je leeftijd.

• Een patroon met als inhoud een ondraaglijk gevoel bij de wetenschap oud te worden en rimpels te krijgen en perfectie te verliezen.

• Je moet mooi zijn. Een ondraaglijk gevoel als ze niet mooi is.
• Elk detail moet perfect zijn.

• Het is niet waar wat zij zeggen. Je bent niet mooi, want je bent niet volmaakt. Jij weet van jezelf wel wat er allemaal minder is. Dat maakt jou tot een bedrieger.

• Je moet aan de perfectie beantwoorden, zo niet ben je een lelijke heks.
.
.

Patronen om aandacht te willen krijgen, om in de belangstelling te willen staan

• Zichzelf naar voor moeten brengen. Angst om in het niet te verzinken, om niet mee te tellen. Vandaar dwangmatig op de voorgrond willen treden.

• Een dwang om de aandacht te willen trekken, om in groepen aan bod te komen, om in groepen het centrum te zijn.

• Jij bent het centrum, de wereld draait rond jou. Jij moet alle aandacht krijgen, jij bent belangrijk. Een ander verzinkt in het niets bij jou.

• Je moet waarde hebben. Manifesteer jezelf, laat je opmerken, laat ze zien dat je er bent.

• Je moet aandacht krijgen.

• Jij ben heel belangrijk, jij hebt een enorme waarde. Laat ze van jouw aanwezigheid doordrongen zijn.

• Je bent niet belangrijk. Zorg dat je opgemerkt wordt.
• Als je niet opgemerkt wordt, verlies je je deel, zorg dat je aan bod komt.

• Ze zien je niet, ze merken jou niet op. Maak hen bewust van jouw aanwezigheid, laat hen zien dat je er bent.

• Luid roepen (om op te vallen).
• Lawaaierig en geagiteerd handelen om op te vallen.
• Naar de andere kant van de zaal roepen om op te vallen.
.
.

Patronen voor nagelbijten

• Bijt op je nagels.
• De nagels moeten kort zijn, de nagels mogen niet groeien.

• Een patroon in beeldvorm dat inhoudt dat als er stress is, hij op de nagels gaat bijten.

• Een patroon met als inhoud een beeld van iemand die de nagels tot op het vlees afbijt, en het gevoel van dwang erbij om dat te moeten doen.
.
.

Patronen voor tics

• Als hij zenuwachtig wordt, wordt een zone in de hersenen (waarvan de locatie is gespecificeerd in het patroon) geactiveerd. Hierdoor wordt een prikkel over de zenuwbanen naar delen van het gezicht gestuurd, zodat de tics ontstaan.
.
.

Patronen om ‘s morgens te móeten douchen

• Je bent vuil, je moet douchen.

• Tijdens de nacht heeft een proces plaats waarbij de vuiligheid uit het lichaam gezuiverd wordt en naar buiten gedreven wordt via de huid. De huid bevat het vuil in de morgen. Je voelt het vuil doordat het kriebelt. Je moet ’s morgens het vuil van je wassen.

• Als je niet douchet, ben je niet zuiver. Als je niet douchet, blijft het vuil de ganse dag aan je plakken. Het gevoel zelf van vuil te zijn en te moeten douchen is ook in het patroon aanwezig.

• Je bent moe zolang je niet gedoucht hebt. Alleen douchen kan de vermoeidheid verdrijven.
.
.

Patronen voor een drang naar voedsel en naar kauwgom ter compensatie

• Een verlangen naar snoep, naar zoetigheid.

• Frustraties willen wegwerken door te eten. Een automatische impuls om naar voedsel te grijpen als er iets tegengaat.

• Steeds honger hebben, steeds met het idee van voedsel in het hoofd zitten, steeds willen eten. Aangezien dit niet mag omdat het lichaam te dik zal worden, (er is een angst om dik te worden), naar iets grijpen dat de drang naar voedsel tegengaat, in dit geval kauwgom.

• Je moet kauwgom eten, hierdoor zal je niet eten.

• Een drang naar voedsel, een constante drang naar voedsel. Daartegen een onafgebroken gevecht leveren. Omdat de drang naar voedsel niet kan beheerst worden, uit wanhoop naar kauwgom grijpen.
.
.

Patronen om te knarsetanden

• De beweging met de tanden die wordt uitgevoerd zit in beeldvorm in het patroon. In het patroon zit vervat dat het automatisch gebeurt als de persoon zijn aandacht op iets heeft, naar iemand luistert, stil is en niets te doen heeft en in gedachten verzonken is, een boek leest of met een fysieke activiteit bezig is.