Linda David             Websites

4 February 2012; 7:00 am

Voorbeelden van patronen van diverse angsten

Patronen voor angst in de buurt van mensen, angst om verkeerde dingen te zeggen

• Angst dat wat hij zal zeggen stom zal zijn.
• Angst dat hij iets verkeerds zal zeggen, daarom zwijgen.
• Je hebt niets te zeggen, er komt niets in je hoofd op.

• De anderen praten, dat valt je op. Jij staat daar met je mond vol tanden, jij weet niet wat zeggen. Een gevoel van schaamte en zich dom voelen.

• Je hebt geen contact met mensen, je houdt je op de achtergrond.

• Een gevoel van ongemak bij mensen. Een angst om veroordeeld te worden bij mensen. Zich vooral stil houden om niet op te vallen, om geen aandacht te trekken en dus ook geen negatieve reacties van mensen te krijgen. Angst om iets doms te doen of te zeggen in de buurt van mensen. Daarom vooral zo onopvallend mogelijk willen zijn zodat niemand hem zal aanspreken.

• Je zegt niet veel.
• De anderen spreken, jij zwijgt.
• Je moet niet veel zeggen, dat is beter.
• Angst om onhandig en stuntelig te zijn, zich daarom op de achtergrond houden.

• Je moet sympathiek zijn voor een ander, de ander moet goed over je denken. Daardoor zijn gedrag aanpassen, meerbepaald door stil en lief te zijn.
.
.

Patronen voor angst dat het niet goed zal zijn

• Je hebt geen waarde, wat jij doet is waardeloos.
• Je kan het niet goed doen, je kan niets goed doen.
• Het is niet goed afgewerkt.
• Een onzeker gevoel over zijn werk als een ander het beoordeelt.
• Een angst dat het zal afgekeurd worden en de schande daarover.
• Een enorme angst voor veroordeling door een ander als het niet goed zou zijn.
• Niemand zal blij zijn met wat jij doet.
.
.

Patronen voor claustrofobie

• De deur gaat toe. Je zit gevangen, de deur gaat nooit meer open.

• Er is een kleine doorgang, je raakt er niet door. De muren zullen zich sluiten en jou verpletteren.

• De muren zullen zich tegen jou aansluiten en jou alle adem benemen.

• Er is geen zuurstof in een kleine ruimte, je kan niet ademen in een kleine ruimte, je zult stikken in een kleine ruimte.
• Een kleine ruimte is ontoereikend. Je zult er nooit in overleven.

• Een angst komt op zodra hij een kleine doorgang of een kleine ruimte ziet, samen met het gevoel te willen vluchten.

• Een hevige, totaal irreële angst voelen in een kleine ruimte, het gevoel van opgesloten te worden en er nooit meer uit te geraken.

• Een hevige, hevige angst, een verkrampt worden van angst bij het in een scanner geschoven worden, omdat het in het onderbewustzijn gelijk staat met in een kist in zijn graf geschoven te worden en er nooit meer uit te komen. Het staat gelijk met de dood en met begraven te worden.

• Herinneringen uit vorige levens van als kind als straf opgesloten worden in een klein hokje, waarbij een hevige angst aanwezig was. Die gebeurtenissen en de bijgaande angst van toen worden wakker gemaakt bij het zien van kleine ruimtes.

• In een kleine ruimte komen, staat gelijk met opgesloten worden door je ouders in een hokje en de hevige lijfstraffen die volgen als je eruit komt.

• Een patroon met een beeld van iemand in een klein hokje en de angst erbij.

• Je kunt er niet meer uit. De deuren zullen zich sluiten om zich nooit meer te openen. De muren zullen op je afkomen, de muren zullen zich sluiten. Je zult verpletterd worden, je zult geen lucht meer hebben, je zult stikken.

• De deuren gaan nooit meer open.
• Je zit voor altijd gevangen, je kunt er nooit meer uit.
• Eens je ergens binnengaat, sluiten de deuren zich achter jou om er nooit meer uit te komen.
.
.

Patronen voor angst om ziek te worden

• Je zult ziek worden, je zult sterven.
• Angst om te sterven.
• Een angst om ziek te worden.
• Een angst bij de gedachte aan ziekte alleen al.

• Hevig begaan zijn met het lichaam, hevig erop letten dat er niets scheelt, hevig alert zijn op de kleinste waarschuwing dat er iets mis zou kunnen mis zijn.

• Angst dat er iets niet met zijn lichaam in orde zou zijn,. Angst om een gevaarlijke ziekte te krijgen die naar de dood leidt. Zodra hij ergens iets voelt, stelt hij zich de ergste dingen voor.

• Je moet ziek zijn, het gevoel van niet aan ziekte te kunnen ontsnappen.
• Zodra er iets scheelt, moet je alert zijn voor het grotere gevaar (een grotere ziekte).
• Je wordt ziek, daar is niets aan te doen, die weg ligt voor je klaar.

• Iedereen wordt ziek, iedereen moet sterven. Dat is het lot van allen. Wees steeds op je hoede.

• Ziekte is onvermijdelijk en onafwendbaar. Er komt ziekte.
.
.

Patronen voor hoogtevrees

• Angst zodra iets verheven is van de grond, al was het maar enkele centimeters. Er is alleen maar geen angst als hij stevig op de grond staat. Elk verhoog creëert al angst. Hoe hoger het verhoog, hoe groter de angst.

• Hoe hoger, hoe gevaarlijker.
• Je zult vallen.
• Alleen de grond is veilig. Elke hoogte is gevaarlijk.
• Blijf met je voeten op de grond, zo kan jou niets overkomen.

• Hoe hoger hij stijgt, hoe groter de angst hij voelt. Daarom zal hij bij het opgaan van een trap bij elke trede omhoog een grotere angst voelen.

• Hevige angst bij het neerkijken vanuit een hogere positie naar een lagere positie.
• Een patroon met als inhoud een beeld van hoogte en een hevige angst daarbij.
• Hoogte is gevaarlijk.
• Een hevige angst bij het idee van hoogte.
• Een hoogte is gevaar.

• Een patroon met als inhoud een aanduiding van hoogte en ook het gevoel ‘angst’ zelf. Hoe groter de hoogte, hoe groter de angst.

• Als je je op een zekere hoogte bevindt, zul je vallen. En een beeld van een lichaam dat van een hoogte naar beneden valt.
.
.

Patronen voor plankenkoorts – persoon 1

• Angst dat ik het niet goed zal doen.
• Wat gaan ze denken!
• Ik zal een slecht figuur slaan.

• Het zich nog maar moeten voorstellen om voor een groep te staan, en al overweldigd worden door angst.

• Bij het idee alleen al om naar voor te moeten stappen en op het podium te staan, een gevoel van hevige paniek krijgen, een gevoel dat de keel dichtknijpt. Niet meer kunnen ademen, verlamd zijn, geen controle meer hebben over acties en woorden.

• Bij het op het podium of voor een groep staan: de keel wordt dichtgeknepen, niet meer kunnen ademen, niets meer kunnen zeggen, niet meer kunnen denken, niet meer kunnen handelen, verlamming.

• Angst om een pover figuur te slaan op het podium.
• Angst om zich door een slechte prestatie heel vernederd te voelen.
• Ze zullen met je lachen.
• Ze zullen je belachelijk vinden.

• Je weet niet wat zeggen, je keel knijpt dicht, je bent verlamd, de woorden komen niet.

• Je zult niet goed presteren, en dan ben je voor altijd veroordeeld. Het is voor eeuwig een schande.
.
.

Patronen voor plankenkoorts – persoon 2

• Angst om te falen.
• Ze kijken, ze beoordelen.
• Angst om te beginnen en om te falen.

• Een hevige angst bij het idee op een podium te staan of voor een groep te moeten spreken.

• Zodra iemand kijkt, komt er een angst op.
• Zich bekeken, zich bespied voelen.

• De keel snoert dicht als ze voor een publiek moet spreken. Alleen al bij het idee te moeten spreken, snoert de keel toe. Zodra ze moet spreken, kan ze geen woord uitbrengen.

• Als mensen naar haar kijken als ze voor een groep staat, wordt ze verlamd van angst.

• Als ze moet beginnen, is ze verlamd van angst en daarna wordt het iets beter.
• Een hevige angst om het niet goed te doen.

• Een hevige angst om achteraf veroordeeld en verworpen te worden, een angst voor de schande van het falen.

• Je kan het niet, je doet het niet goed. Je bent stuntelig, je hebt geen charisma. Ze willen jou niet, een ander is beter.

• Ze zullen jou uitjouwen, je zult met hevige schaamte moeten afdruipen, je zult hen nooit meer onder de ogen durven komen. Vandaar alles mijden wat maar met mensen toespreken te maken heeft.

• Het is een schande als je faalt. Het is een schande als je het niet goed brengt. Dat creëert een grote onzekerheid en een grote druk om te presteren, en het gevoel ervoor te willen vluchten.
.
.

Patronen voor angst voor spinnen – persoon 1

• Een beeld van een reuzengrote spin in een grot (1 à 2 meter). Bij het beeld zit het idee dat de spin mensen opeet. Kleine mensjes van ½ meter hoog jagen in groep op de spin. Dit is geen beeld van een waar gebeurd verhaal in het verleden, maar het is een beeld dat in het onderbewustzijn is ingeplant.

• Een spin is gevaarlijk. De achtpotige wezens zullen je verslinden.
• Een beeld van een reuzengrote spin en een enorme angst erbij en een gevoel van weerloosheid.
.
.

Patronen voor angst voor spinnen – persoon 2

Bij veel mensen bevindt er zich in het onderbewustzijn een beeld van reuzengrote spinnen in een bos en van mensen die in grotten wonen, die niet meer behaard zijn dan wij, met een blanke huid. De spinnen torenen boven de mensen uit en hun mond is zo groot dat ze de mensen in één hap kunnen verslinden. Dan is er een volgend beeld van een mens in een grot, die met de rug tegen de muur gedreven is en de spin staat klaar om hem te verorberen. De spin hapt en de mens wordt met zijn hoofd eerst door de spin opgeslokt.
Deze beelden zijn geen herinneringen uit een vorig leven, maar zijn beelden die vastgelegd zijn in patronen. Het gaat om irreële verhalen. Naast de patronen met de beelden, zitten er andere patronen die inhouden: ‘een grote angst voor spinnen’, ‘zodra je een spin ziet, tolt je hart van angst en je bloed stolt in je aderen van angst’, ‘je begint te beven van angst’ en andere. Deze diverse patronen worden bij het zien van een spin geactiveerd, vandaar de ongelofelijke angst die sommige mensen voelen als een spin in de buurt is. Als er alleen beelden van opgepeuzeld te worden zonder de bijkomende patronen van angst zouden zijn, dan zouden deze beelden geen dergelijke angst bij het zien van een spin kunnen opwekken.
.
.

Patronen voor angst voor insecten

• Ze vliegen, ze zijn gevaarlijk. Het kan vliegen, dus is het gevaarlijk.
• Ze zullen jou vernietigen.
• Een insect wordt met hevige angst geassocieerd.

• Een beeld van een reuzengrote honingbij die hem, als heel klein mensje, oppikt en wegdraagt in de lucht en die hem in de bijkolonie laat verblijven waar hij voor altijd opgesloten is wordt en heel ongelukkig is. (Dit is een patroon met als inhoud dit verhaaltje.)

• Ze zullen jou steken.
• Hun grote poten vermorzelen je.
• Angst, angst, vlucht, vlucht. Ze komen achter je aan, ren voor je leven.

• Een patroon met een beeld van reuzengrote insecten die door de lucht vliegen en een bijzonder intense angst erbij.

• De insecten zijn gevaarlijk.
.
.

Patronen voor angst voor wolven en om opgegeten te worden onder water (irreële angst)

• Een patroon met een beeld van een grote gapende muil, van een dier met het uitzicht van een wolf in combinatie met het idee: ‘voor dit dier heb je angst’.

• Een patroon met een beeld van een wolfachtig dier en met het idee: ‘dit dier is gevaarlijk’.

• Een patroon met een beeld van iemand die zich in de zee bevindt en die daar rondloopt op de bodem. Er zwemmen grote vissen in de buurt, en ineens is er een grote gapende muil vóór de persoon en de persoon wordt opgeslorpt.

(Beelden die in dromen doorkomen, komen voort uit beelden uit patronen en komen niet voort uit de hersenen.)
.
.

Patronen voor angst voor immense diepten

• Diepte is gevaarlijk.

• Hoe dieper, hoe groter het gevaar. Rillingen krijgen van angst voor de diepte en een gevoel van groot gevaar.
.
.

Patronen voor paniek als iemand volgt (als iemand achter de persoon wandelt)

• Een patroon met een beeld van iemand die door een smalle doorgang gaat met links en rechts muren en het gevoel van gevaar als er iemand dicht achter hem volgt. Een gevoel van gevaar achter zich en de mogelijkheid om in de rug aangevallen te worden en een gevoel van angst en paniek.