Ingrid Holvoet           Websites

5 September 2010; 18:43 pm

Voorbeelden van patronen om geen liefde te ontvangen

Patronen om alleen in het leven te staan

• Je bent alleen.
• Je staat alleen in het leven.
• Er is geen hulp.
• Niemand houdt van jou.
• Je kunt geen liefde vinden. Er is geen liefde.
• Een moeder houdt niet van jou.
• Een moeder haat jou. Een moeder wil jou niet.
• Je vindt geen steun bij jouw moeder. Ze laat jou in de steek.
• Jouw moeder wil niet helpen.
• Jouw moeder zal jou verstoten.
• Ze wil jou uit haar leven.
• Ze zal niet ter hulp komen, ook niet in uiterste nood.

• Je bent haar totaal onverschillig. Ze geeft niet om jou, ze wil niet naar jou luisteren. Ze is doof voor jouw problemen.

• Je bent een last voor jouw moeder.
• Ze heeft jou liever dood en uit haar leven dan dat ze jou helpt.
• Je kunt voor haar part verrotten.

• Je hebt geen enkele waarde voor een moeder. Je bent een blok aan haar been.

• Je krijgt geen liefde, je krijgt nooit liefde. Je bent altijd alleen.
• Je irriteert jouw moeder, ze wil jou uit haar buurt.
• Er is geen partner.
• Je kan niemand vinden.
• Er zijn geen contacten.
• Je komt niet buiten.
• Je komt niet in contact met anderen.
• Een ander mijdt je.
• Je moet alles alleen doen.
• Je gaat alleen door het leven. Je ziet niet om naar anderen.
• Je kunt geen vrienden vinden.
• Je slijt je leven alleen.
• Je kunt geen steun vinden.
• Niemand schiet toe, niemand helpt, niemand staat je bij.
• Er is geen liefdesgeluk. Er is geen bevrediging met zijn twee.
• Er is geen samenzijn.
• Je kunt geen geluk vinden.
• Er is geen vreugde, er is geen bevrediging.
• Niemand vindt jou interessant.
• Een vrouw wil jou niet, een moeder wil jou niet, een zuster wil jou niet.
• Een relatie met een vrouw kan niet.
• Een relatie bouwt op en breekt.
• Moeilijke contacten met vrouwen.

• Enz.
.
.

Patronen om geen vrienden te hebben

• Er is niemand.
• Je bent alleen.
• Niemand voelt liefde voor jou.
• Niemand houdt van jou.
• Je wordt verstoten.
• Ze duwen je weg.
• Ze moeten je niet.
• Je kunt geen liefde vinden.
• Je volgt je weg alleen.
• Alleen!
• Er is geen liefde.
• Niemand wil je hebben.
• Je bent alleen en eenzaam.
• Je kunt geen vrienden vinden.
• Er is geen kracht naast jou, je moet er alleen doorheen.
• Je vindt geen goede ouders. Je blijft alleen.
• Je krijgt geen liefde en geen steun. Je staat er alleen voor.
• Men laat je aan je lot over.
• Je denkt dat ze jou verstoten.
• Ze kwetsen jou.
• Angst voor liefde.
• Anderen mijden zodat ze geen liefde kunnen uiten.
.
.

Patronen om uitgesloten te worden

• Niemand houdt van jou.
• Ze moeten jou niet, ze hebben jou niet graag.

• Een patroon dat zorgt voor een onaangename uitstraling, om een onaangenaam gevoel over hem zichzelf op te wekken bij contact met hem.

• Je wordt verstoten.
• Ze mijden jou als de pest.
• Je bent alleen belangrijk als ze jou nodig hebben.
• Ze zien jou nog niet staan.
• Je telt niet mee, je bent niet belangrijk.
• Je bent onzichtbaar.
• Je bent een noodzakelijk kwaad.
• Ze willen jou niet.
• Je bent het vijfde wiel aan de wagen.
• Je staat in de weg.
• Je verdient geen respect.
• Niemand respecteert jou.
• Je bent als het minste van het minste.
• Ze zien jou niet. Niemand houdt rekening met jou. Je bent een last.
• Ze zijn jou liever kwijt dan rijk.
• Ze zullen jou uitstoten.
• Je staat alleen in het leven.
• Je kan geen contacten leggen.
• Je kan geen liefde opbouwen, je kan alleen ruzie maken.
• Je bent eenzaam.
• Iedereen laat je aan je lot over. Men laat jou in de steek.

• Ze mijden jou als de pest, ze blijven heel ver uit de buurt, ze gaan van je weg. Ze zoeken geen contact, ze willen uit jouw buurt zijn, ze voelen zich niet goed bij jou.

• Je komt niet in aanmerking.
• Je bent niet aangenaam.
• Je hebt geen waarde, je bent waardeloos, je bent van geen enkel nut.
• Je telt niet mee.
• Je mag geen liefde vinden.
.
.

Patronen voor de afwezigheid van liefde

• Niemand houdt van jou.
• Je wordt verstoten.
• Er is geen liefde.
• Je kunt geen liefde vinden.
• Je bent eenzaam en alleen.
• Dolen.
• Er is geen vreugde.
• Je mist warmte en genegenheid.
• Er komen geen mensen naar jou toe.
• Er is geen partner.
• Er is niemand.
• Niemand wil je hebben.
• Niemand helpt.
• Niemand schiet toe in nood.
• Je wordt aan je lot overgelaten.
• Je wordt gemeden, ze mijden je.
• Niemand neemt je op in zijn kring.
• Er hangt een boodschap: te mijden, en ze maken een grote bocht rond jou.
• Je trekt niet aan, je stoot af.

• Een patroon dat ervoor zorgt dat er een zekere uitstraling van hem uitgaat zodat een ander in zijn buurt een automatische weerstand voor hem voelt en hem op afstand wil houden. Dit patroon bevat het gevoel dat de ander bij hem krijgt.

• Er gaat geen enkele deur voor jou open.
• Je kan niemand vinden.
• Wanhopig op zoek naar liefde, die niet komt.
• Zich vastklampen aan de eerste de beste om maar liefde te vinden.
• Zich vastzuigen in iemand om maar niet alleen te zijn.
• Angst om alleen te zijn.

• Er alles voor doen om iemand te vinden. De gekste dingen doen om iemand te vinden.

• Niet alleen kunnen zijn.
• Je bent onzichtbaar.
• Je wordt niet opgemerkt.

• ‘Je bent niet belangrijk.’ Dit patroon zorgt ervoor dat een ander hem als onbelangrijk beschouwt.

• ‘Je hebt geen waarde.’ Dit patroon zorgt ervoor dat hij voor een ander geen waarde heeft.

• Je bent geobsedeerd om iemand te vinden, het houdt je dag en nacht bezig. Je moet iemand vinden.

• Er is geen gezelschap.
• Je krijgt geen achting.
• Je komt niet in aanmerking.
• Er zijn geen vrienden.
• Je kan geen vrienden maken.
• Je komt niet buiten.

• Geen beweging zoeken buitenshuis. Graag thuis zitten, weg van de wereld buiten.

• Angst voor contact met mensen.
• Je kan geen contacten leggen.
• Je kent slechts een aantal mensen.
• Je moet je leven alleen slijten.
• Er is een schaarste aan contacten.
• Geen weg vinden, geen hoop. Uitzichtloos. Depressie. Eenzaam en alleen.
• Jouw hond is jouw enige gezelschap.
• En andere patronen.
.
.

Patronen om geen liefdevolle relatie te hebben

• Je mag geen liefde vinden.
• Je wordt gebruikt.

• Een man houdt niet van jou. Hij heeft jou nodig, hij komt op je pad omdat hij je nodig heeft. Je doet alles voor hem, je houdt van hem, je wilt hem helpen. Hij heeft jou nodig. En dan komt de ontnuchtering: hij houdt niet van jou, hij wil jou niet helpen. De relatie breekt.

• Het loopt verkeerd af, het mislukt.

• Een relatie blijft niet duren. De liefde schiet omhoog als een pijl in de lucht, maar is snel bekoeld.

• De liefde houdt niet aan, de liefde verdwijnt.

• Er is altijd iets dat niet bevredigend is. Er is altijd iets dat niet perfect is (in de relatie).

• Eerst komt de liefde, dan komt de irritatie en het onbegrip, en dan komt de scheiding.

• Je houdt niet van hem. Je mag hem wel, maar je houdt niet van hem. Het blijft niet duren.

• Er is geen echte liefde, je moddert maar wat aan tezamen.

• Een man houdt niet van jou. Hij neemt jou gewoon eventjes voor de lol. Het komt hem uit dat je op zijn pad komt. Je bent een tijd samen en dan dooft het uit.

• Je houdt niet van een man. Je neemt hem eventjes voor de lol. Het komt jou uit dat hij op jouw pad komt. Je bent een tijd samen en je hebt wat lol samen en dan scheiden jullie wegen.
.
.

Patronen i.v.m. liefde en relaties

• Je kan geen liefde vinden.
• Je bent eenzaam binnen een relatie.
• Er komt geen liefde naar je toe. Jij moet geven.
• Mensen aantrekken die niet kunnen geven.

• Mensen aantrekken die volledig in hun eigen wereld leven en die maar een minieme belangstelling voor een ander hebben.

• Zich in een relatie moeten bewijzen. De partner is eisend.
• Zich moeten weren voor haar deel in een relatie.
• Een partner aantrekken die financiële moeilijkheden aantrekt.
• Door een partner kom je in het slop.

• Een partner aantrekken voor wie je steeds moet klaarstaan, voor wie je de meid bent.

• Een partner aantrekken die lui is, die geen verantwoordelijkheid neemt en die steunt op een ander.

• Niemand geeft.
• Er is geen liefde.
• Eenzaam moeten leven.
• Teveel geven en de ander profiteert.

• De gebreken van de ander niet zien en niet willen zien en eindeloos vergeven.
• Het geterg van de ander erbij nemen.

• Zich laten doen, een situatie ondergaan. Ik ben het niet waard om liefde te krijgen. Voor voor de partner kruipen.

• Steeds moeten geven. Zich schuldig voelen als ze niet genoeg geeft.

• Niets voor zichzelf durven opeisen. Moeten geven en zich onder de ander plaatsen.

• Je hebt geen rechten, je hebt geen waarde.
• Je geeft, je geeft, maar dat wordt niet in dankbaarheid afgenomen.
• Je wekt geen waardering voor je op.
• De partner neemt.
• Je partner leeft voor zichzelf.
• Je partner raakt aan de drank.
• In het begin gaat het goed en daarna breekt het af.
• Elke relatie stopt.
• Een relatie gaat bergafwaarts.
• Je wordt geslagen.
• Je partner begint een relatie met een andere vrouw.
• Je partner kan het financieel niet redden.
• Je partner sleept je naar de financiële afgrond.

• Eén patroon op het soort partner dat ze aantrekt: hij is niet intelligent, hij begrijpt niet, je kan niet met hem communiceren.

• Enz.
.
.

Patronen i.v.m. te weinig liefde krijgen van een moeder

• Niemand houdt van jou.
• Je moeder verwerpt jou.
• Je moeder haat jou.
• Je bent een grote last voor jouw moeder.
• Je bent een bron van irritatie voor je moeder.
• Je vader neemt jouw verdediging niet op zich.
• Je bent ongewenst.
• Je moeder verwenst en vervloekt je.
• Je moeder kan geen liefde geven.
• Je wordt verwaarloosd.
• Je blijft in de kou staan.
• Je moeder laat je aan je lot over.
• Je moeder neemt de verdediging voor jou niet op zich.
• Je moeder is blij als je buiten bent.
• Je moet buitenspelen.
• Je moeder verdraagt jou niet in haar buurt.
• Je kunt niets vragen aan jouw moeder. Ze wil niet luisteren.
• Je moeder heeft geen belangstelling voor jou.
• Je moeder steunt jou niet.
• Je moeder wil niets van je problemen horen.
• Je bent alleen en eenzaam, zonder steun.
• Je moeder zal blij zijn als ze van je af is.

• Je moeder is eenzaam en verdrietig en zonder steun in haar leven en kan jou geen liefde geven.

• En andere.
.
.

Patronen om een strenge moeder te hebben

• Jouw moeder is streng voor jou, je mag niets verkeerd doen. Je moet doen zoals ze het wil, ze wil er niet vanaf wijken.

• Ze wil liefde voelen, maar ze kan niet. Daarom is ze streng, ze kan niet anders.
• Jouw moeder houdt van jou, maar kan jou geen liefde tonen.
• Je ergert haar.

• Je mag niets verkeerd doen, of het zit erop. Je houdt je het beste stil en op de achtergrond. Zo kun je alles ten beste houden en komt er niets ergers van.

• Pas je aan, dat is het beste. Ga er niet tegenin, want zo maak je het alleen maar erger.
.
.

Patronen voor kritiek van de vader, de vader toont geen interesse voor een kind

• Ze geven niet om jou.
• Je bent niet belangrijk voor een ander.
• Een ander kijkt op je neer.
• Je hebt geen waarde voor een ander.
• Je telt niet mee.
• Een vader houdt niet van jou, je bent een ergernis voor hem.

• Een vader zal jou afbreken, zal jou helemaal naar beneden halen. Je kunt niets goeds doen.

• Je vader wordt kwaad en dat doet jou pijn. Je zou het toch zo graag anders willen, je zou toch zo graag zijn liefde krijgen.

• Een vader wil jou niet helpen, je hebt geen waarde voor hem. Hij is begaan met zijn eigen zaken, hij heeft geen tijd en geen liefde voor jou.
.
.

Patronen voor ruzies thuis

• Ze (de ouders) maken ruzie.

• Je voelt je zo ellendig, je zou willen wegkruipen in een hoekje en het niet meer horen.

• Waarom doen ze het toch, steeds ruziën? Waarom kunnen ze elkaar niet begrijpen?  Zich hevige zorgen maken om de situatie.

• Je wordt geboren in een milieu waar ze ruziën, onafgebroken ruziën. Je wordt er gek van, je kunt er niet mee leven.Je gaat eraan kapot, je kunt het niet meer uithouden.

• Je moet je er in mengen. Je moet hen uit elkaar drijven, je moet de vrede herstellen.

• Je vader is zwijgzaam. Je moeder roept op hem, je moeder maakt hem verwijten omdat hij niet antwoordt.