Handigheid, sporttalent, technisch inzicht … worden gestuurd door energieën en deelzielen die inzicht en controle hebben over materiële zaken en over het lichaam. Patronen onderdrukken deze energieën.
.
Patronen voor onhandigheid
• Je ziet niet hoe het moet, je kunt niet denken hoe het moet, het niet weten hoe het moet. Dit patroon onderdrukt de energieën en deelzielen die ervoor zorgen dat ze handig is of een automatisch inzicht heeft in praktische zaken.
• Een ander patroon zonder inhoud (er zitten geen ideeën in) dat gewoon bestaat uit materie en dat energieën voor handigheid onderdrukt.
• Een blokkade i.v.m. de hersenwerking. Het doorseinen van prikkels voor opslag en ophalen van data gebeurt niet zodat iets dat geleerd wordt i.v.m praktische zaken niet wordt opgeslagen en dan ook niet kan terug opgehaald worden om kennis en inzicht op te bouwen, om telkens te kunnen bouwen op voorgaande kennis, om te leren.
• Je kunt met je hoofd denken, maar niet met je handen, niet met je lichaam.
• ‘Je hebt geen inzicht’. Dit onderdrukt energieën van praktisch inzicht.
• ‘Je kunt niet denken’. Dit onderdrukt de energieën voor praktisch inzicht.
• Je weet het niet, je begrijpt het niet, je weet niet hoe het moet.
• ‘Niet aanvoelen’ onderdrukt de energie om ruimtelijk te voelen, en om verhoudingen en evenwicht te voelen.
• Geen fijne dingen kunnen zien, alleen de grove dingen zien. Alleen grote lijnen kunnen zien, geen details kunnen zien.
• Geen zicht op het geheel van een voorwerp hebben, alleen één stukje kunnen zien.
• Geen bewustheid hebben van dingen, dingen niet zien.
• Geen voeling hebben met materiële zaken.
• Je kunt niet zien (technisch inzicht), je weet niet hoe het moet (handigheid).
• Je kunt het niet (als het i.v.m. handigheid is), je kunt niet voelen hoe het moet. Je weet niet hoe je het moet aanpakken, het is je een raadsel wat je ermee moet doen.
• ‘Je kunt niet zien hoe het moet, je begrijpt niet hoe het moet’ onderdrukt energieën van technisch inzicht.
• Zich niets ruimtelijk kunnen voorstellen, alleen een vorm die ze ziet kunnen waarnemen. Het zich niet in de geest kunnen voorstellen.
• ‘Je kan niet waarnemen’ onderdrukt de energieën om automatisch inzicht te hebben in materiële zaken en om ze technisch te beheersen.
• ‘Geen inzicht, niet weten’. Dit onderdrukt de energieën die inzicht verschaffen om materiële zaken te manipuleren.
.
.
Patronen om de handen onhandig te gebruiken
• Een patroon dat ervoor zorgt dat er een druk op de handen is, een zwaarte die de handen neerdrukt, zodat de mobiliteit van de handen geblokkeerd wordt.
• Je kan geen fijne dingen doen (met de handen). Je ziet het niet, je kent alleen de grove dingen.
• Een patroon zorgt ervoor dat de handen als het ware in een omhulsel gevangen zitten. Er is iets om de handen heen (in het patroon is dit in beeldvorm zo geprogrammeerd) zodanig dat het gevoel vermindert en alleen grove bewegingen kunnen uitgevoerd worden. Het verfijnde gevoel in de handen is afwezig.
.
.
Patronen om niet te kunnen dansen
• Een beeld van een lichaam dat geblokkeerd is, dat zich stijf en stuntelig houdt.
• ‘Je kunt niet dansen’ onderdrukt energieën van creativiteit.
• ‘Je kunt niet bewegen’ onderdrukt energieën om het lichaam gracieus te bewegen.
• ‘Je kunt niet begrijpen’ onderdrukt energieën van feeling voor ritme en beweging.
• ‘Stuntelig, stijf, houterig!’ onderdrukt energieën om controle over een lichaam te hebben en gracieus te bewegen.
.
.
Patronen om slecht te zwemmen
• Een patroon met een beeld van iemand die zwemt. De handen en de voeten zijn als het ware in een omhulsel gevangen, er is iets omheen (vgl. met het patroon hierboven over de handen), zodat bewegingen belemmerd worden. Bewegingen verlopen stroef, er zijn geen fijne bewegingen mogelijk.
• Een patroon die de bewegingen van de handen stuurt: bepaalde bewegingen zijn met de handen niet mogelijk en de handen maken daardoor een afwijkende beweging (om welke bewegingen het gaat zit in beeldvorm in het patroon, dit heeft ook invloed op de prestaties bij de balsporten).
• Je hebt geen gevoel over je lichaam. Je kunt het onderste en het bovenste deel niet tegelijk voelen, je kunt alleen de twee helften apart voelen.
.
.
Patronen die de sportprestaties algemeen negatief beïnvloeden
• Lichaamsbewegingen verlopen stuntelig. De coördinatie van de verschillende lichaamsdelen verloopt gebrekkig.
• Je mag niet sporten, je mag niet succesvol zijn.
• Het is alsof er een zwaarte op het lichaam drukt tijdens het rennen of het beoefenen van sport, zodat de prestatie belemmerd wordt.
• Het is alsof het lichaam in een omhulsel zit en er een touw tussen de benen gespannen is, zodat bewegingen belemmerd worden.
• Je kunt het niet, je bent niet goed, je zult falen. Onzeker zijn over bewegingen, aarzelen.
• ‘Je mag niet winnen. Er zal iets gebeuren om je te saboteren.’ Dit zorgt ervoor dat Jeroen een fout maakt of iets gebrekkig uitvoert.
• Een patroon met beelden van handelingen: sporthandelingen zoals een bal gooien en handelingen i.v.m. handigheid, bijvoorbeeld een beeld van iemand die aan een machine staat en die iets in elkaar moet steken. Bij elk beeld zit er een gevoel van het onhandig uitvoeren van de actie of het niet weten of aanvoelen hoe het moet, een barrière omtrent het beheersen van de vereiste actie.
• Een patroon met als inhoud een gevoel van lichamelijk geblokkeerd zijn.
• Een serie patronen met telkens als inhoud een gevoel van een barrière op de een of andere manier: een verkeerde lichamelijke houding of niet aanvoelen hoe het moet of geblokkeerd zijn om een beweging te maken enz.
.
.
Patronen om links en rechts niet te kunnen coördineren
• Je kan geen twee dingen tegelijk. Als je je aandacht op het ene hebt, kan je je aandacht niet op het andere hebben.
• Het ene lichaamsdeel werkt pas als het andere klaar is. De twee delen (links en rechts) kunnen niet tegelijkertijd werken.
• De twee delen van het lichaam (links en rechts) zijn twee gescheiden delen. De linker- en de rechterhelft van het lichaam werken apart en de ene kant kan maar werken als de andere kant niet werkt. Er is ook een patroon i.v.m. de hersenen dat ervoor zorgt dat de twee delen van het lichaam niet tegelijkertijd gestuurd worden, maar elk om beurt.
• Links en rechts zijn niet aan elkaar aangepast, ze werken verschillend. De seinen die elke lichaamshelft van de hersenen ontvangt, hebben een andere frequentie. Links en rechts worden niet in dezelfde mate door de hersenen geprikkeld. De seinen vanuit de hersenen naar links of naar rechts zijn willekeurig en niet volgens een vast ritme. Daarnaast is er ook een patroon i.v.m. de hersenen die ervoor zorgt dat de hersenen op die manier werken.
• Als ze een gedachte heeft over iets wat ze met haar lichaam wil doen, bv. over een lijn lopen, dan is de sturing in de hersenen die ervoor moet zorgen dat het lichaam dat uitvoert, geblokkeerd. De hersendelen die de opdracht moeten uitvoeren, werken niet. De hersenen reageren traag op het commando: het geblokkeerde deel komt vrij en gaat de opdracht vertraagd uitvoeren, zodat er een afwijking is tussen de wens om iets te doen en om dit op hetzelfde moment te kunnen uitvoeren. Op het moment dat de hersenen de taak uitvoeren is er al een ander commando doorgegeven aan de hersenen, dat weer geblokkeerd wordt en vertraagd wordt uitgevoerd.
• Als er twee prikkels tegelijk komen, bijvoorbeeld de linker- en de rechterhand moeten tegelijk iets doen, dan blokkeren de hersenen, en het patroon dat ofwel links ofwel rechts werkt, neemt de controle over. Dus als ze twee dingen tegelijk wil doen, wordt ze ertoe gedwongen de dingen apart te doen.
• ‘Je kan niet coördineren’, activeert een patroon aangaande de hersenen dat ervoor zorgt dat diverse delen van het lichaam apart werken. (Niet enkel het linker- en het rechterdeel van het lichaam werken apart, bijvoorbeeld ook in het hormonaal systeem waar dingen moeten samenwerken of waar scheikundige processen tegelijkertijd moeten gebeuren, worden deze apart gedaan.)
• Denken en handelen niet kunnen coördineren. Het is ofwel het één ofwel het ander. Ze kan dus niet denken terwijl ze iets moet doen. Als ze bv. een bed moet opmaken, kan ze niet tegelijkertijd denken of redeneren. De hersenen blokkeren bij de uitvoering van wat op de tweede plaats komt.
• Twee handelingen kunnen niet tegelijkertijd uitgevoerd worden. De hersenen zullen de actie voor de tweede handeling blokkeren.


