LTA therapie             Websites

21 May 2012; 16:07 pm

Voorbeeld 3 van patronen die intelligentie blokkeren

Patronen voor een concentratiestoornis

• Je kunt niet denken.
• Je kunt er je gedachten niet bijhouden.
• Je kunt je aandacht niet op één punt richten, je aandacht is verspreid.
• Het denken stopt (het hoofd is leeg, kan niet denken en zich niet concentreren).

• Er zijn steeds gedachten, de gedachten dringen zich op, je kunt niet alleen maar aan één iets denken.

• Je aandacht glipt weg, je denkt aan veel dingen (zijn gedachten worden dwangmatig naar iets anders gestuurd).

• Je mag niet geconcentreerd zijn, je moet aan andere dingen denken.
• Je bent met je gedachten elders.

• Er zijn oh zo’n mooie dromen, helemaal wegglijden in de dromen. Versmelten met de dromen, helemaal weg zijn van de realiteit.

• Je droomt.
• Je hebt fantasieën. De beelden van de fantasieën die in het hoofd opkomen.

• Er zijn andere dingen dan lessen, de lessen zijn niet interessant, wat interesseert jou dat allemaal. Ga over naar je dromen, daar is het veel gezelliger, daar is een wondere wereld, daar is alles zo zalig, daar leef je.

• De dromen zijn beter.

• Je moet onafgebroken denken, je mag nooit stoppen met denken, ook als je slaapt, denk je.

• Je bent nooit zonder gedachten, er zijn altijd gedachten, zonder gedachten is er leegte. Angst voor leegte, daarom heerlijk overgaan naar gedachten. Zich nestelen in gedachten, de verrukking smaken van de veilige wereld van de gedachten.

• De fantasie is heerlijk. Daar creëer je je eigen wereld, daar vlucht je weg van de harde en onaangename realiteit, daar leef je in vreugde.

• De fantasie dringt zich op, je wilt ze van je wegduwen, maar ze dringt zich op. Je hebt geen keuze, je hoort niet wat ze zeggen, want de fantasie dringt zich op.

• Automatisch chronisch overgaan naar een toestand van dagdromen. Bijna nooit bij de realiteit zijn, bijna nooit de realiteit waarnemen. Steeds in de wolk van dromen verblijven (dit patroon zal dan ook voor sterke verstrooidheid zorgen).

• Je bent steeds afgeleid, je kunt niet met je aandacht bij iets blijven.
.
.

Patronen om heel moeilijk te memoriseren

• Je moet herhalen.

• Je kan het nog niet, het dringt niet door, je neemt het niet op, je moet het nog eens herhalen.

• Er wordt niets opgenomen.
• Je kan het niet onthouden, je moet het nog eens leren.
• Vergeten!

• Je kan het niet onthouden. Processen in de hersenen om data op te slaan en op te halen worden geblokkeerd.

• Je kan het je niet herinneren. Processen in de hersenen om data op te slaan en op te halen worden geblokkeerd.

• Je kent het nog niet, je moet het nog herhalen, je moet het nog herhalen, herhalen, herhalen, herhalen …

• Je kan niet onthouden, je weet het niet.
• Je kunt niet denken.
• Het denken stopt.

• Niets kan opgeslagen worden, alles gaat verloren. Processen in de hersenen blokkeren.

• Data in de hersenen worden omgezet in scheikundige gegevens en daarna aan scheikundige stoffen gebonden. Deze data zijn op een bepaald moment klaar om op een bepaald adres opgeslagen te worden, maar een scheikundige stof zorgt ervoor dat de toegang tot het adres geblokkeerd wordt zodat de data niet opgeslagen kunnen worden.

• Een adres (= een scheikundige stof) waar iets in de hersenen moet worden opgeslagen is verkeerd. De scheikundige stof heeft een verkeerde samenstelling zodat de data (in de vorm van scheikundige stoffen) niet kan gebonden worden aan deze stof en daardoor niet kan opgeslagen worden.

• Het adres van opslag is verkeerd, (er is een fout in de scheikundige stof) zodat verkeerde data uit de hersenen opgehaald wordt.

• Je kunt het je niet herinneren. Dit patroon bevat ook een adres van een zone in de hersenen, waar echter niets is opgeslagen, zodat hij zich niets kan herinneren.

• Een gegeven dat hij wil onthouden of uit het hoofd wil leren, wordt gedurende een korte tijd in het hoofd gehouden, maar daarna starten de processen om dit in de hersenen op te slaan niet. Er wordt niets opgeslagen, slechts na heel wat herhalingen wordt het gegeven beetje voor beetje bij elke volgende herhaling in de hersenen opgeslagen. De scheikundige processen om data op te slaan werken gebrekkig, zodat er slechts telkens een deeltje opgeslagen wordt, maar de data blijven niet lang opgeslagen (door de gebrekkige opslag). De data gaan weer verloren zodat hij iets na een tijd weer niet meer weet.

• Je weet het niet meer, het is allemaal weg. Er is geen enkele actie om gegevens uit de hersenen op te halen, er gebeurt niets.

• Bij het ophalen van gegevens uit de hersenen, worden slechts stukjes van de informatie opgehaald. De scheikundige processen verlopen gebrekkig en stoppen voortijdig, zodat niet alle info kan opgehaald worden. Hij kan zich slechts flarden van iets herinneren, het geheel is verdwenen.

• Een patroon dat ervoor zorgt dat hersenprocessen vertragen.

• Je zult niet veel leren. Een tijdsaanduiding van hoeveel stof in een bepaalde tijd kan verwerkt worden is ook in dit patroon aanwezig.

• Je mag niet opnemen, je mag niet leren. Dit patroon activeert een tweede patroon dat ervoor zorgt dat hersenprocessen vertragen.

• Je kan het je niet herinneren. Hoe dikwijls je het ook geleerd hebt, het komt niet in je op. Er is ook een link naar een tweede patroon dat ervoor zorgt dat data op een zeker adres niet vrijkomen door toedoen van een scheikundige stof.

• Je kan het na vijfmaal herhalen nog niet, je moet het nog herhalen.

• Het blijft niet hangen, het verdwijnt weer uit je hoofd, je moet het nog opnieuw herhalen.

• Je kan het niet onthouden. Je hebt gehoord maar het ontsnapt je weer. Je hebt het gelezen maar het ontsnapt je weer.

• Moeizaam leren. Het duurt lang eer iets doordringt, het vraagt tijd eer iets opgeslagen wordt in de hersenen. Hierbij is er een link naar een tweede patroon dat de hersenwerking beïnvloedt: vertraagde opslag van gegevens. Er is een fout in de scheikundige samenstelling van stoffen die nodig zijn om de data te binden (die zelf eerst in een scheikundig gegeven worden omgezet) zodat die kan opgeslagen worden in de hersenen. De processen van opslag verlopen daardoor vertraagd.

• ‘Traag memoriseren, moeten herhalen, herhalen, herhalen, voor iets opgeslagen wordt’. Dit patroon activeert een patroon betreffende de hersenwerking: slechts een gedeelte van de data worden opgeslagen en pas bij de herhalingen wordt de rest opgeslagen en pas na een zeker aantal herhalingen is alles opgeslagen. Daarna is er een abnormale scheikundige werking in de hersenen die de scheikundige verbinding waaruit de opgeslagen data bestaat vernietigt, zodat iets wat na veel herhaling gekend is, niet lang kan onthouden worden.
.
.

Patronen voor vergeetachtigheid en verstrooidheid

• Je weet het niet meer. Wat was het ook weer? Het denken blokkeert, het gegeven komt niet in het hoofd op, er komt geen herinnering door.

• Je legt het zomaar neer (zonder dat hij beseft dat hij dit doet), en je weet niet wat je doet.

• Je bent er niet met je gedachten bij.
• Je denkt niet. Dingen automatisch doen, zonder na te denken.
.
.

Patronen om traag te zijn

• ‘Vertraagd functioneren van de hersenen’.

• Een patroon met een beeld van een persoon die bewegingen traag uitvoert. Een gevoel van loomheid, een beeld van traag tot actie komen.

• ‘Je bent traag’. Een gevoel van traag tot actie komen is ook in het patroon aanwezig.

• Je doet alles traag, je hoort traag, je denkt traag, je handelt traag, je begrijpt traag.
.
.

Patronen voor verlaagde intelligentie

• Je kan niet denken.
• Niemand denkt.
• Er is geen denken.
• Het denken stopt.
• Foutief denken.
• Verward denken.
• Je bent verward.
• Verkeerd begrijpen.

• Je kan moeilijk begrijpen, je kan niet onthouden, het dringt niet door, je kan het niet opnemen.

• Dingen niet doorzien, dingen niet begrijpen en bijgevolg heel verward worden.
• Je weet niet.
• Je denkt niet.
• Je begrijpt niet.
• Je vertraagt.
• Je bent traag, niets gaat vlug. Vertraging van de hersenfuncties.
• Je hoofd is leeg, er is geen data, je kan niets begrijpen.
• Je kan niet redeneren.
• Niet denken, niet redeneren, de gedachten staan stil.
• Verkeerd doen, het anders doen dan het moet (= fouten maken).

• Je kan niet samenvoegen, je kan niet coördineren, je kan dingen niet met elkaar in verband brengen. Het denken stopt als dit moet gebeuren.

• Processen in de hersenen worden geblokkeerd, de toegang tot data in de hersenen wordt geblokkeerd.

• Scheikundige processen nodig voor de verwerking van data gebeuren slechts gedeeltelijk. Deze verwerking houdt in: data van elkaar onderscheiden en omzetten in de juiste scheikundige stoffen en deze verbinden met andere stoffen voor opslag in de hersenen. Een scheikundige stof zorgt ervoor dat het proces halverwege stopt waardoor de data in de vorm van een scheikundige verbinding niet meer aan andere stoffen voor opslag in de hersenen gebonden worden.

• Er is één element, daarmee kunnen werken, er is een ander element, daarmee kunnen werken, er is nog een ander element, daarmee kunnen werken. Geen raad weten met meerdere elementen tegelijk omdat de procedure per element verschilt. Het niet zien hoe het moet, niet kunnen verbinden. Verwarring, het denken blokkeert.

• Bij lezen of schrijven: het denken blokkeert, hersenprocessen vertragen, data worden uit de hersenen opgehaald maar worden niet herkend als data zodat er geen verdere processen voor verwerking van data plaatshebben.

• Je kunt geen regels begrijpen (o.a. schrijfregels bij een taal).
• Je kunt maar niet onthouden hoe het moet (o.a. schrijfregels bij een taal).
• Verwarring over wetmatigheden (o.a. schrijfregels bij een taal).

• Je kunt een taal niet begrijpen, je kan de regels van een taal niet begrijpen (vandaar schrijffouten).

• Je kunt niet schrijven, je kan niet begrijpen hoe het in elkaar zit (de geschreven taal).

• Je kunt geen taal schrijven, je kunt het niet onthouden (hoe het moet).

• ‘Je bent niet intelligent, je kunt niet begrijpen’, dit activeert een patroon aangaande de hersenwerking: scheikundige processen in de hersenen worden tijdelijk geblokkeerd, zodat het redeneervermogen tijdelijk onderbroken wordt.

• ‘Traag denken’. Dit activeert een patroon aangaande de hersenwerking: een stof voor verwerking van data wordt niet of onvoldoende geproduceerd in de hersenen, (data omgezet in een scheikundig gegeven reageert met deze stof), zodat de informatie gebrekkig en vervormd wordt opgeslagen.

• ‘Verkeerde inzichten’. Dit activeert een patroon aangaande de hersenwerking: er wordt een stof geproduceerd die normaal niet aanwezig is bij het binden van data (in scheikundige vorm) met andere stoffen voor opslag. De verbinding van de data met deze verkeerde stof zorgt voor een verkeerde opslag van data. Deze worden vervormd opgeslagen zodat dingen verkeerd worden herinnerd en dingen verkeerd worden begrepen.

• ‘Verkeerd redeneren, afleidingen maken die verkeerd zijn, van de juiste redenering afwijken’. Dit activeert een patroon aangaande de hersenwerking: de omzetting van data in een scheikundig gegeven verloopt normaal, maar de processen daarna, namelijk het binden van de data met scheikundige stoffen, verlopen verkeerd, zodanig dat data niet worden opgeslagen, data gaan verloren.

• Er is een patroon dat ervoor zorgt dat zuurstof in de hersenen onvoldoende toegevoerd wordt, waardoor er een vertraagde verwerking van gegevens (binden van data) in de hersenen is.

• Bij het horen van gegevens worden gegevens verward. Er wordt iets anders begrepen, de gegevens worden vervormd, en dus verkeerd opgeslagen in de hersenen.

• Patroon omtrent de hersenwerking: vooraleer gegevens worden opgeslagen, gebeurt er iets in de hersenen waardoor de gegevens vervormd worden. Er is een signaal in de hersenen waardoor afgeweken wordt van de normale procedure voor het omzetten van data in scheikundige verbindingen, zodat vervormde data worden opgeslagen.

• ‘Je kunt geen talen leren, je kunt geen zinsconstructies begrijpen, je kunt geen zinsbouw onthouden’. Dit activeert een patroon aangaande de hersenwerking waarbij kennis i.v.m. met zinsbouw vervormd wordt opgeslagen.

• ‘Je kan geen structuren herkennen’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat data i.v.m. alles wat met structuur te maken heeft, niet wordt opgeslagen, zowel i.v.m. talen als i.v.m. wiskunde als i.v.m. andere zaken.

• ‘Je wilt niet leren’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking waarbij data verloren gaat. Niets wordt opgeslagen.

• ‘Je mag niet leren’, activeert hetzelfde patroon als hierboven.

• ‘Verdoving’. Dit activeert een patroon waarbij een signaal wordt gegeven naar de hersenen waardoor hersenprocessen voor opslag van data afgebroken worden.

• ‘Je kunt het nooit kennen’. Dit zorgt ervoor dat data verloren gaat in de hersenen. De hersenprocessen voor opslag van data gebeuren niet.

• ‘Je kunt het nooit begrijpen’. Dit activeert een patroon op de hersenwerking dat ervoor zorgt dat data i.v.m. logische structuren, logisch denken, herhaaldelijk niet worden opgeslagen.

• ‘Je bent niet’ activeert een patroon van vertraagde hersenwerking bij opslag van data, van sterk vertraagde scheikundige processen in de hersenen.

• ‘Je redeneert niet’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat de hersenen blokkeert bij processen waarbij data opgeslagen in de hersenen onderling vergeleken wordt en vergeleken wordt met nieuwe data.

• ‘Je kunt niet herkennen’ activeert een patroon aangaande de hersenwerking waardoor data niet wordt opgehaald om met nieuwe data vergeleken te worden, zodanig dat hij zich dingen niet kan herinneren.