Linda Evans             Websites

8 February 2012; 1:29 am

Voorbeelden van patronen die intelligentie blokkeren

Diverse onderwerpen

Patronen voor een gebrekkige aanleg voor wiskunde, scheikunde, fysica

• ‘Je kunt niet denken’ (waarmee bedoeld wordt redeneren, gevolgtrekkingen maken), activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat iets wat geleerd wordt niet wordt opgeslagen, waardoor er bij de volgende gelegenheid geen vergelijking kan gemaakt worden.

• Een patroon zonder inhoud, dat alleen bestaat uit materie, dat de energieën en deelzielen verantwoordelijk voor inzicht en begrip onderdrukt.

• ‘Traag begrijpen’, onderdrukt energieën van inzicht, van kennis, van weten.

• ‘Je kunt niet leren’ activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat zorgt voor een vertraagd doorgeven van seinen waardoor hersenprocessen voor opslag, ophalen en vergelijken van data vertraagd verlopen.

• ‘Je kunt het niet begrijpen’, activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat nieuwe data niet worden vergeleken met bestaande data.

• ‘Anders denken’, activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat de data verkeerd worden opgeslagen. De scheikundige vorm waarin de data gegoten worden is verkeerd waardoor iets vervormd wordt herinnerd.

• ‘Je bent dom, je bent traag’, zorgt ervoor dat de hersenprocessen vertraagd worden.

• ‘Je hebt geen begrip, je hebt geen inzicht’, zorgt ervoor dat data niet wordt opgehaald uit de hersenen.
.
.

Patronen voor een gebrek aan feeling voor talen

• Een patroon zonder inhoud dat de energieën en deelzielen voor feeling voor talen onderdrukt. Dit is een materie zonder inhoud.

• ‘Je kan niet leren’ (als het om woorden gaat). Als hij iets hoort, dringt het niet door, kan het niet opgenomen worden.

• Hij kan de structuur van een taal niet begrijpen, ziet de logica van zinsstructuren en grammatica niet, ziet een taal als losse, onsamenhangende delen die hij moeilijk volgens een regel kan samenbrengen, begrijpt de regels van grammatica niet.

• Hij kan woorden niet onthouden.

• Een patroon aangaande de hersenen laten de hersendelen die werkzaam zijn bij taal vertraagd werken.

• Een patroon dat inhoudt dat bij een man andere hersendelen werken dan bij een vrouw, en dat bij een man sommige hersendelen geblokkeerd zijn en andere bij een vrouw. Als hij als man incarneert, zullen taalhersenzones geblokkeerd worden en als hij als vrouw incarneert, zullen andere hersenzones geblokkeerd worden.

• ‘Je begrijpt niet’ (het gaat weer over de structuur van een taal).
• Hij kan niet voelen hoe woorden samen horen.

• Bij het aanleren van een taal moet het herhaald en herhaald worden vooraleer hij het ritme van de taal vastheeft, vooraleer hij een feeling voelt voor de taal.

• Hij moet het tienmaal horen vooraleer hij het kan onthouden, als het over talen gaat. Het moet geoefend en nog eens geoefend worden.

• ‘Je kan niet zien, je kan niet voelen’ (alleen voor talen).
.
.

Patronen voor een gebrekkig ruimtelijk inzicht en om een afstand niet te kunnen inschatten

• Een patroon zonder inhoud dat de energie onderdrukt die voor ruimtelijk inzicht verantwoordelijk is.

• ‘Geen begrip van ruimtelijke velden’ onderdrukt de energie om diepte te voelen.

• Een patroon dat ervoor zorgt dat ze geen verschil kan zien tussen een lange en een korte afstand, ze kan geen afstand voelen.

• Er is geen afstand, alles is dichtbij.

• Een patroon dat ervoor zorgt dat ze geen ruimte in haar geheel kan waarnemen. Ze kan alleen de onderdelen apart waarnemen en niet hun verhouding tegenover mekaar.

• ‘Een barrière op denken’ onderdrukt de energie die voor ruimtelijk overzicht verantwoordelijk is.

• je kan geen afstand voelen.
.

Persoon 1, Timo

Patronen voor een slechte concentratie

• Je kan het niet, je kan niet leren, je kan je niet concentreren.
• Je bent steeds afgeleid, je denkt steeds aan iets anders.

• Er is iets anders naast jou, dat is veel interessanter. Een drang, een verlangen naar dat andere, gezogen worden naar dat andere.

• Niet bij één ding kunnen blijven qua interessepunt, met verschillende dingen tegelijkertijd bezig zijn in het hoofd.

• Er zijn steeds gedachten, er zijn andere gedachten.
• Je bent er niet met je gedachten bij.

• Je mag niet alleen daaraan blijven denken, je moet aan iets anders denken.

• Je kan niet bij je taak blijven, je wordt afgeleid naar prettige dingen.
• Er is geen haast, je hebt nog tijd, doe eerst iets anders.
• Je kan niet focussen, je aandacht glipt weg.
.
.

Patronen om traag te memoriseren

• Je kan het niet opnemen, je kan het niet leren, je kan het je niet herinneren.
• Er kan niets doordringen.
• Je kan niet opnemen. Je zult herhalen, herhalen, herhalen voor je het kent.
• Je kan het niet onthouden, je kan het niet vasthouden, het ontsnapt je weer.
• Moeizaam onthouden. Je hebt de dingen eventjes vast en dan ontsnappen ze je weer.

• Je kan niet lang iets onthouden, het blijft niet hangen, het is weer we. Je moet het herhalen vooraleer het blijft hangen, vooraleer het in je geheugen wordt opgenomen.

• Een patroon i.v.m. de hersenwerking zorgt ervoor dat de hersenen traag werken. Seinen worden traag doorgegeven, er is een tekort aan elektrische spanning in sommige delen van de hersenen. Dit gebeurt onder invloed van een patroon dat invloed heeft op de genetische code die de elektrische spanning in de hersenen bepaalt. Dit patroon kan de DNA-structuur beïnvloeden. Er is ook een patroon dat de sterkte van de spanning aangeeft voor verschillende hersendelen.

• ‘Je zult herhalen, je zult herhalen, tot vervelens toe, je zult herhalen, herhalen, herhalen eer je het kent’. Dit patroon activeert een tweede patroon omtrent de hersenwerking dat ervoor zorgt dat de scheikundige processen voor opslag van data zeer vertraagd werken, zodat bij elke leerbeurt maar een deel van de gegevens kunnen opgeslagen worden.

• Data worden vervormd, data die worden opgeslagen worden in een scheikundig gegeven omgezet, en dit gegeven reageert met scheikundige stoffen en het eindproduct van deze reactie wordt opgeslagen. Er is een fout bij de omzetting van data in een scheikundig gegeven, waardoor de data vervormd worden opgeslagen, en dus vervormd worden herinnerd.

• ‘Je kan niet onthouden’. Dit activeert een patroon betreffende de hersenwerking dat ervoor zorgt dat de hersenprocessen voor opslag van data tijdelijk onderbroken worden, waardoor de data verloren gaat.

• ‘Je kan het je niet herinneren’. Dit patroon activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking waarbij data gewoon verloren gaat, de data verdwijnt in het niets. Er gebeuren geen scheikundige processen voor omzetting van data, er is geen opslag van data in de hersenen.

• Op het moment dat hij zich iets wil herinneren, blokkeert het denken. Hij kan niet meer denken, er komt niets door.

• ‘Traag herinneren’. Dit patroon activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat er bij het ophalen van gegevens een verkeerde scheikundige bewerking gebeurt zodanig dat informatie die moet opgehaald worden, geblokkeerd wordt, waardoor er niet kan herinnerd worden.
.
.

Patronen voor een verlaagde intelligentie

• Er is geen denken.
• Je denkt niet, je begrijpt niet, je redeneert niet.
• Traag denken.
• Moeizaam denken.
• Traag begrijpen, traag doorsijpelen.
• Traag opnemen.
• Niemand denkt.
• Er is verdoving, er is geen begrip.
• Het denken stopt.

• Moeizaam opnemen. Er zit een barrière vóór het hoofd (een denkbeeldige muur) waardoor gegevens niet kunnen binnendringen in het hoofd.

• Een scheikundige stof nodig voor de opslag van data in de hersenen is in onvoldoende mate aanwezig.

• Een scheikundige stof nodig voor de omzetting van data in een scheikundig gegeven wordt in onvoldoende mate opgebouwd.

• Scheikundige stoffen verbinden zich te traag, scheikundige processen verlopen te traag.

• ‘Je kan niet denken’. Dit patroon activeert een patroon aangaande de hersenwerking: data die worden opgehaald om te vergelijken met nieuwe data, worden onderling verkeerd verbonden waardoor onjuiste data ontstaan waardoor logisch denken niet meer mogelijk is (bij logisch denken wordt informatie in de hersenen vergeleken met andere informatie).

• Op het moment dat hij iets wil begrijpen, blokkeert het denken. Het denken stopt en hij kan het niet begrijpen.

• Een patroon dat hem een zekere manier van redeneren oplegt: elk stukje van een geheel wordt apart bekeken zonder dat het verband tussen de verschillende stukjes opgemerkt wordt, er is geen overzicht van het geheel. Hij brengt deeltjes van een geheel die niet bij elkaar horen met elkaar in verband waardoor een onlogisch geheel ontstaat, of hij brengt deeltjes uit verschillende gehelen die niet samen horen bij elkaar. Voor hem lijkt het wel logisch. Daarom denkt hij dat hij iets kent of begrijpt.

• Een ander patroon van foutieve redenering: hij maakt een element los van het geheel en concentreert zich alleen nog daarop en het geheel verdwijnt. Als hij luistert in de les of iets studeert, blijft zijn aandacht haperen op één element. Hij onthoudt vooral dat detail, hij blijft uitsluitend redeneren met dat ene element i.p.v. met het geheel.

• Het niet zien waar het antwoord ligt. Het veel te ver gaan zoeken in complexe redeneringen. Niet zien dat het antwoord voor zijn ogen zichtbaar is.

• ‘Je kan niet begrijpen’, activeert een patroon dat ervoor zorgt dat een stof in de hersenen data in de vorm van een scheikundig gegeven aanvalt en vernietigt.

• ‘Je kan het nooit begrijpen’, activeert een patroon dat ervoor zorgt dat een stof in de hersenen voorkomt dat data opgeslagen wordt.

• ‘Je kan niet redeneren’, activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: data wordt niet opgehaald om te vergelijken met nieuwe data. Data die toch opgehaald wordt, wordt niet vergeleken met nieuwe data. Daardoor zijn er geen aanknopingspunten die het redeneren kunnen helpen.

• Een patroon dat ervoor zorgt dat het hersenweefsel niet optimaal opgebouwd wordt. Er is geen goede verbinding tussen verschillende hersencellen.

• Een patroon met als inhoud een scheikundige formule van hoe data gebonden wordt. Dit is een verkeerde formule en zorgt ervoor dat data verkeerd opgeslagen wordt.

• Voor elke soort data (beelden, geluiden, ideeën, gevoelens …) is er een code die ermee overeenstemt. Naargelang de code worden de data aan andere stoffen gebonden voor omzetting in een scheikundig gegeven. Dit patroon bevat foutieve informatie i.v.m. de codes. Daardoor worden data met de verkeerde stoffen gebonden. Dit zorgt voor vervormde data en voor verkeerd redeneren. Door de foutieve codering ontstaan verkeerde paden (structuren, kettingen, aaneenschakelingen) van verbindingen waardoor de redenering verkeerd is, want via deze paden wordt geredeneerd.

• Er is een fout in de dataorganisatie in de hersenen. Data worden op een verkeerde locatie (volgens een adres in het patroon) opgeslagen. Er is een fout in het adressensysteem voor opslag van data. Info X (soort info) wordt normaal op adres A opgeslagen, info Y wordt normaal op adres B opgeslagen enz. Door het patroon wordt info Y i.p.v. info X op adres A opgeslagen. Het ophalen van informatie wordt van het juiste adres afgelezen. Dit zorgt voor het ophalen van verkeerde informatie en dus het zich verkeerd herinneren en verkeerd begrijpen achteraf. (Eerst wordt iets goed begrepen, maar het wordt op een verkeerde locatie opgeslagen. Bij het ophalen op de de juiste locatie worden dingen verkeerd begrepen).

• ‘Verkeerd redeneren’. Er gaat een signaal naar de hersenen en op basis daarvan wordt de productie gestart van een stof die zich met data bindt en deze data vervormt. Data worden verkeerd opgeslagen en worden dan ook verkeerd herinnerd.

• ‘Je moet slechte punten halen, je moet verkeerd redeneren tijdens het examen. Je moet het verkeerd begrijpen, je moet het anders interpreteren dan de bedoeling is. Je moet een andere richting nemen dan de waarheid’. Dit patroon activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: een stof nodig voor het ophalen van de juiste data wordt ineens geblokkeerd. In plaats daarvan komt er een verkeerde scheikundige stof vrij die data gaat ophalen op een ander adres. Volgens de soort scheikundige stof worden gegevens op andere plaatsen geadresseerd. De soort stof bepaalt het adres van data.

• ‘Anders begrijpen’. Door dit patroon wordt een gegeven tijdens het proces van begrijpen, in de geest, in het hoofd bijgevoegd, waardoor Timo de leerstof verkeerd interpreteert.

• ‘Je mag het niet begrijpen’. Dit blokkeert het denken. Hij kan niet meer denken.

• ‘Je kunt het niet zien, je kunt geen geheel zien, je kunt geen verbanden zien. Je hebt geen overzicht, je ziet een deeltje apart’. Dit patroon onderdrukt energieën voor ‘logisch denken’. Dit patroon zorgt ervoor dat hij dingen niet kan samenvoegen of de relatie van de verschillende onderdelen tot elkaar niet kan zien. Hij kan alleen stukjes zien die los van elkaar staan.

• Je moet fouten maken.
• Verkeerd antwoorden.
• Je moet het anders antwoorden.

• Kleine dingen over het hoofd zien, kleine dingen missen en daardoor foutief antwoorden.

• Je hebt geen aandacht voor kleinigheden en details, je kan alleen de grove lijnen zien.

• Je kunt geen structuur waarnemen, je kunt alleen de losse deeltjes zien, je kunt de deeltjes niet in relatie tot elkaar zien. Een onmogelijkheid om het verband te voelen, de verhouding van de diverse delen tot elkaar te voelen (wat ervoor zorgt dat hij niet goed kan redeneren).

• Een patroon dat ervoor zorgt dat hij geen automatisme kan ontwikkelen i.v.m. talen, dat hij geen taalgevoel ontwikkelt. De toepassing van een werkwoordvervoeging wordt bv. niet opgeslagen in de hersenen waardoor het niet kan herinnerd worden, waardoor hij telkens opnieuw moet ontleden en redeneren. Het gaat niet automatisch.

• ‘Je kan niet begrijpen, er is geen begrip’. Dit zorgt ervoor dat dingen verkeerd begrepen worden.

• ‘Je kan niet juist begrijpen’. Dit patroon zorgt ervoor dat data in zijn denken vervormd worden vooraleer ze in de hersenen worden opgeslagen.)

• ‘Er is verwarring’. Dit patroon zorgt ervoor dat hij zich verward voelt als hij dingen moet begrijpen.

• ‘Je bent verward, je kan niet denken’. Dit zorgt voor een gevoel van verwarring bij het denken.

• ‘Er is geen rechte lijn’. Dit betekent: het is niet logisch, dit patroon creëert het gevoel dat dingen niet logisch zijn.

• Je ziet het niet, je ziet het verband niet, je begrijpt het niet.
• ‘Je kent het, je begrijpt het’. Dit geeft hem het gevoel dat hij kent en begrijpt.

• ‘Je hoort het niet, het ontsnapt aan je aandacht’. Dit zorgt ervoor dat Timo delen mist van wat door de leerkracht verteld wordt.

• ‘Je merkt de dingen niet op’. Dit zorgt ervoor dat hij over stukken leerstof heen springt als hij dingen leest of studeert.

• Een patroon zorgt ervoor dat hij stukken overslaat en dit niet merkt maar integendeel het gevoel krijgt dat hij het kent.

• Verkeerd begrijpen, verkeerd interpreteren. Dingen die door de leraar gezegd worden, worden op een andere manier begrepen. Hij krijgt het gevoel dat hij het begrijpt, maar achteraf blijkt zijn denken verkeerd te zijn.

• Bij twijfel (op een examen) de verkeerde oplossing kiezen.
• Je moet fouten maken, je moet fouten maken om slechte punten te halen.

• Als hij op een examen een idee heeft van wat het juiste antwoord is, zal hij ineens een (foutieve) ingeving krijgen en iets anders schrijven.

• Je kan geen talen leren, je kan het nooit begrijpen.
• Er is geen taalgevoel.
.

Persoon 2, een meisje

Patronen voor een slechte concentratie

• Je zit met je gedachten elders.
• Er is iets buiten jou dat interessant is.

• Dwangmatig overgaan naar de fantasiewereld, beginnen te dromen over haar dieren of zich verhaaltjes voorstellen over een prinses en een prins …

• Je blijft er niet bij.
• Je denkt nog aan iets anders.
• Er zijn veel dingen om aan te denken.
• Je kunt niet aan één ding denken, je moet aan veel dingen denken.
.
.

Patronen voor een te lage intelligentie

• Je kan niet begrijpen.
• Er is geen begrip.
• Je bent verstrooid, je hoort het niet.
• Je denkt niet.
• Je weet niet.
• Je kan niet leren.
• Je kan niet denken.
• Er is geen denken.
• Traag begrijpen.
• Traag verwerken.
• Traag denken.
• Je kan niet nadenken.
• Je kan niet redeneren.

• Bij het horen van gegevens worden gegevens verward. Er wordt iets anders begrepen, de gegevens worden vervormd, en bijgevolg verkeerd opgeslagen in de hersenen.

• Patroon i.v.m. de hersenwerking: vooraleer gegevens worden opgeslagen, gebeurt er iets in de hersenen waardoor de gegevens vervormd worden. Er is een signaal in de hersenen waardoor afgeweken wordt van de normale procedure voor het omzetten van data in scheikundige verbindingen, waardoor vervormde data worden opgeslagen.

• ‘Je kan geen talen leren, je kan geen zinsconstructies begrijpen, je kan geen zinsbouw onthouden’. Dit activeert een patroon omtrent de hersenwerking waarbij kennis i.v.m. met zinsbouw vervormd wordt opgeslagen.

• ‘Je kan geen structuren herkennen’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat data i.v.m. alles wat met structuur te maken heeft, niet worden opgeslagen, zowel i.v.m. talen als i.v.m. wiskunde als i.v.m. andere zaken.

• ‘Je wilt niet leren’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking waarbij data gewoon verloren gaat. Er is geen enkel proces, niets wordt opgeslagen.

• ‘Je mag niet leren’, activeert hetzelfde patroon als hierboven.

• ‘Verdoving’. Dit activeert een patroon waarbij een signaal wordt gegeven naar de hersenen waardoor hersenprocessen voor opslag van data afgebroken worden.

• ‘Je kan het nooit kennen’. Dit zorgt ervoor dat data verloren gaan in de hersenen. De hersenprocessen voor opslag van data gebeuren niet.

• ‘Je kan het nooit begrijpen’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat data i.v.m. logische structuren, logisch denken, herhaaldelijk niet worden opgeslagen.

• ‘Je bent niet’ activeert een patroon van vertraagde hersenwerking bij de opslag van data, van sterk vertraagde scheikundige processen in de hersenen.

• ‘Je redeneert niet’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat de hersenen blokkeert bij processen waarbij data opgeslagen in de hersenen onderling en met nieuwe data vergeleken worden.

• Je kunt niet herkennen’ activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking waardoor data niet worden opgehaald om te vergelijken met nieuwe data, waardoor ze zich sommige dingen niet kan herinneren.
.
.

Patronen om traag te memoriseren

• Nog eens herhalen.
• Herhalen.

• ‘Vergeten’. Dit patroon zorgt ervoor dat iets onmiddellijk weer vergeten is nog voor het kan opgeslagen worden.

• Je zal alles vergeten, je kan niets onthouden.

• ‘Je kan het niet onmiddellijk, je moet het dikwijls leren, je moet het drie- tot viermaal leren’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat bij elke herhaling slechts een deeltje van de data in de hersenen worden opgeslagen.

• De hersenprocessen voor opslag van data worden voortijdig afgebroken (opnieuw door dat signaal in de hersenen) waardoor data slechts gedeeltelijk opgeslagen worden.

• ‘Je kan het niet leren’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat data niet worden opgeslagen.

• ‘Je mag het niet leren’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat data herhaaldelijk niet worden opgeslagen, waardoor ze het niet kan leren, ook niet na veel herhalingen.

• ‘Je weet het niet meer’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat bij het opzoeken van data een verkeerd adres doorgegeven wordt naar de hersenen, waardoor data niet kunnen opgezocht worden (weer door een signaal in de hersenen) of andere data herinnerd worden.

• ‘Je kan het je niet herinneren’, zorgt ervoor dat data in de hersenen niet worden opgehaald’.

• ‘Je kan niet onthouden’, activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat de hersenen blokkeert bij opslag van data.
.

Persoon 3, een jongen

Patronen voor een slechte concentratie

• Je kunt niet focussen.
• Je kunt je niet concentreren.
• Denk aan iets anders.
• Verstrooid zijn.
• Er zijn steeds gedachten.

• Honderden gedachten in het hoofd, er komt steeds een gedachte bij, een netwerk van gedachten in het hoofd.

• Een dwang om aan iets anders te denken.
• Je bent afwezig.
• Je kunt niet met je aandacht bij iets blijven, je gedachten gaan weg.

• Er is een apart patroon i.v.m. de werking van het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor concentratie. Dat deel werkt te traag, normale scheikundige processen doen zich vertraagd voor.
.
.

Patronen voor een verlaagde intelligentie

• Je bent traag.
• Je kunt niet denken.
• Er is geen denken.
• Je denkt niet.
• Je kunt niet redeneren.
• Er is geen logisch denken.
• Herhalen, herhalen voor je iets kunt onthouden.
• Je weet het niet onmiddellijk, je moet het nog eens horen.
• Het dringt niet door.
• Je kunt het niet onthouden.
• Je weet niet.
• Je kunt niet leren.
• Je kunt niet snel leren.
• Traag opnemen.
• Traag begrijpen.
• Traag verwerken.
• Verkeerd begrijpen.

• Verkeerd interpreteren van nieuwe leerstof, wat hij hoort wordt vervormd en verkeerd begrepen.

• Niet uit het hoofd kunnen leren. Het geleerde bouwt niet op, het is weer verloren. Herhalen, herhalen … Enkel na veel herhalingen kan het opbouwen.

• Traag verwerken van nieuwe informatie, traag en moeizaam begrijpen.
• Je kunt het niet voelen (talen).

• Heel snel het gevoel krijgen dat hij het kent, waardoor hij snel stopt met studeren.

• Je zult falen, je zult geen diploma halen. (Dit patroon zit ook vaak bij mensen die ondanks een goede intelligentie toch falen op school.)

• Moeizaam leren. Het duurt lang eer iets doordringt, het vraagt tijd eer iets opgeslagen wordt in de hersenen. Hier is er een link naar een tweede patroon dat de hersenwerking beïnvloedt: vertraagde opslag van gegevens. Er is een fout in de scheikundige samenstelling van stoffen die nodig zijn om de data te binden (die zelf eerst in scheikundige gegevens worden omgezet) zodat die kan opgeslagen worden in de hersenen. De processen van opslag verlopen daardoor vertraagd.

• ‘Je bent niet intelligent, je kunt niet begrijpen’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: scheikundige processen in de hersenen worden tijdelijk geblokkeerd, waardoor het redeneervermogen tijdelijk onderbroken wordt.

• ‘Traag denken’. Dit activeert een patroon i.v.m de hersenwerking: een stof voor verwerking van data wordt niet of onvoldoende geproduceerd in de hersenen. Data omgezet in een scheikundig gegeven reageert met deze stof, waardoor de info gebrekkig en vervormd wordt opgeslagen.

• ‘Verkeerde inzichten’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: er wordt een stof geproduceerd die normaal niet aanwezig is bij het binden van data (in scheikundige vorm) met andere stoffen voor opslag. De verbinding van de data met deze verkeerde stof zorgt voor verkeerde opslag van data. Deze wordt vervormd waardoor dingen verkeerd worden herinnerd en begrepen.

• ‘Verkeerd redeneren, afleidingen maken die verkeerd zijn, van de juiste redenering afwijken’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: de omzetting van data in een scheikundig gegeven verloopt normaal, maar de processen die daarop volgen lopen verkeerd: bindingen met scheikundige stoffen verlopen verkeerd, waardoor data niet worden opgeslagen, data gaat verloren.

• ‘Traag memoriseren, moeten herhalen, herhalen, herhalen, voor iets opgeslagen wordt’. Dit patroon activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: slechts een gedeelte van de data worden opgeslagen en pas bij de herhalingen wordt de rest opgeslagen en pas na een zeker aantal herhalingen is alles opgeslagen. Daarna is er een abnormale scheikundige werking in de hersenen die de scheikundige verbinding waaruit de opgeslagen data bestaat vernietigt. Hierdoor kan iets wat na veel herhaling gekend is, niet lang onthouden worden.

• Er is een patroon dat ervoor zorgt dat zuurstof in de hersenen onvoldoende toegevoerd wordt, waardoor er een vertraagde verwerking van gegevens (het binden van data) in de hersenen is.
.

Persoon 4, een meisje met een IQ van 72

Patronen voor een gebrek aan concentratie

• Je bent er niet bij, je bent elders.
• Geen gedachten kunnen vasthouden, ze glippen weg.
• Er komt steeds een gedachte binnen.
• Je kan je aandacht niet op iets houden.
• Je kunt niet focussen.
• Er is een blijde gebeurtenis (en dan gaat ze daaraan denken).
• Zitten dromen.
• Je bent afgeleid, je denkt aan iets anders.
• Je kunt je gedachten niet stilhouden.
• Je bent met je gedachten elders.
• Je aandacht is niet gericht.
• Je kunt je niet concentreren, je aandacht is altijd weg.
• Je denkt.
• Je bent afwezig.
• Je aandacht is weg.
• Je blijft niet volgen.
• Denk aan verschillende dingen.

• Je aandacht glipt weg, je kunt heel kort je aandacht houden en dan denk je aan iets anders.

• Ze kan niet volgen, ze is verward als iemand iets vertelt. Haar gedachten dwalen af. Ze gaat een kort tijdje weg en heeft niet gehoord wat iemand zei. Op dat moment wordt een sturing in de hersenen geblokkeerd waardoor ze een korte tijd afwezig is. Ze pikt terug op wat ze nog weet van het moment ervoor en ze weet niet dat ze delen gemist heeft. Vandaar dat ze niet relevante antwoorden op vragen geeft.

• Er is een patroon i.v.m. processen in de hersenen dat ervoor zorgt dat de normale scheikundige processen nodig voor concentratie verkeerd verlopen. Door deze foutieve werking in de hersenen is er geen concentratie mogelijk.
.
.

Patronen voor een lage intelligentie

• De bloeddoorstroming in de hersenen is niet optimaal. Daardoor sterven hersencellen langzaam af. Dit patroon is chronisch actief.

• Hersencellen worden geblokkeerd. Hersencellen worden verdoofd, zijn inactief. Dit patroon is chronisch actief.

• ‘Hersencellen worden te weinig gevoed’, is chronisch actief.

• ‘Heel traag denken, heel traag begrijpen, heel traag verwerken’, activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat de elektrische activiteit in de hersenen tijdelijk onderbreekt. Hierdoor worden scheikundige processen voor het verwerken van gegevens tijdelijk stilgelegd. Deze verwerking bestaat uit het binden van data aan scheikundige stoffen, deze opslaan en ophalen, en het vergelijken van de scheikundige producten (= het vergelijken van begrippen, waardoor we herinneren en kennis hebben) die ontstaan zijn door de binding van de data aan een stof.

• ‘Je kan geen gegevens vasthouden’, activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat gegevens die klaar zijn voor opslag, niet opgeslagen worden. Het proces van opslag verloopt gedeeltelijk correct. De binding van scheikundige stoffen aan de gegevens verloopt goed, maar bij de opslag loopt het verkeerd.

• ‘Je kan niet leren’, ‘niet begrijpen, niet denken’, activeren beide een patroon dat de hersenen blokkeert op het moment dat er bepaalde scheikundige stoffen moeten vrijkomen om gegevens om te begrijpen op te halen door een vergelijking van nieuwe gegevens met reeds opgeslagen gegevens.

• ‘Je denkt niet’, ‘je kan niet denken’ activeren een patroon dat de hersenen blokkeert bij het naar boven halen van informatie over wat ze al geleerd heeft.

• ‘Je kan niet weten’ activeert een patroon om de opslag van data in de hersenen te blokkeren. De scheikundige processen om de data te binden verlopen niet normaal.

• ‘Je kan niet begrijpen, redeneren, concluderen, afleiden, verbanden maken’: blokkeert de energieën van automatisch inzicht en weten en blokkeert de hersenen om gegevens te verwerken.

• ‘Er kan niets doordringen’, activeert een eerste patroon dat de hersenen blokkeert, de hersenen stoppen een kort tijdje met werken. ‘Er kan niets doordringen’, activeert een tweede patroon van slechte bloeddoorstroming in de hersenen.

• Ze kan niet memoriseren omdat ze zich niet kan concentreren. Als ze wil memoriseren, dan wordt een patroon geactiveerd van niet-concentratie.

• ‘Je kan het niet direct weten, je moet het herhalen, herhalen, herhalen’ activeert een patroon betreffende de hersenwerking dat de opslag van gegevens vertraagt.

• ‘Je kan niets meer weten’, zorgt ervoor dat ze niet kan onthouden, dat gegevens in de hersenen niet worden opgeslagen.

• ‘Je kan geen dingen zien, je kan geen dingen leren, je kan geen dingen waarnemen, je kan niet leren’, activeert een ander patroon dat de hersenen blokkeert.

• Een patroon bevat informatie voor de vorming (of misvorming) van hersencellen, de scheikundige (verkeerde) samenstelling van de hersencellen, (abnormale) scheikundige processen in de hersenen. Er is een onvoldoende vorming van hersencellen waardoor prikkels te traag worden doorgegeven.