Elsje, een 9-jarig meisje met een lichte vorm van autisme, licht mentaal gehandicapt, lichte vorm van ADHD
.
Patronen voor kopstoten bij frustratie
• Drie patronen zijn tegelijkertijd actief en veroorzaken tezamen de kopstoten. Een eerste patroon heeft als inhoud: je mag niet lijden, je mag geen pijn voelen, zodra er iets onaangenaams is dat pijn doet (de geringste frustratie) moet jouw pijn verdoofd worden, je mag niets meer voelen. Daardoor gaat Elsje over in een toestand van mentale verdoving waar ze niets meer voelt (ze is niet meer bewust, ze is mentaal weg van de wereld, ze is zich niet bewust van de kopstoten). Een tweede patroon i.v.m. de hersenwerking zorgt ervoor dat de kopstoten zich voordoen. Dit patroon bevat een scheikundige formule voor de productie van een stof, waardoor de hersenen op een bepaalde manier reageren. Het patroon stuurt de nodige zenuwen om de vinger in de mond te steken en de hoofdbewegingen te veroorzaken. Het patroon dat de hersenen stuurt, wordt geleid door een derde patroon met beelden die het in de mond steken van de wijsvinger en de kopbewegingen inhouden. Afhankelijk van het soort frustratie is er een andere kopstoot.
• Je moet met je hoofd tegen de muur bonken om frustratie van je af te werken. Dan zul je geen frustratie meer voelen, dan ben je het weer vergeten. Na het bonken is alles weer vlot en vrij, is alles weer nieuw. Een nieuwe tijdsperiode begint en de vorige is weg, is vergeten, is niet meer bestaande. Je moet met je hoofd tegen de muur bonken om alles te vergeten.
• Bij frustratie t.o.v. andere kinderen moet je tegen hen bonken om deze frustratie te vergeten.
• Als je woedend bent, dan moet je met je hoofd tegen de muur bonken.
.
.
Patronen voor een lage intelligentie
• De gedachten staan stil. Er is geen verwerking van gegevens. Er is enkel waarnemen, geen redeneren.
• Je mag niet denken.
• Het denken stopt.
• Je kan niet denken, er is geen denken.
• Je kan niet begrijpen, alleen waarnemen.
• Je kan niet verbinden, je kan niet afleiden.
• Je kan niet redeneren, je kan het ene niet uit het andere halen.
• Niet weten.
• Traag denken.
• Je begrijpt niet. Dit patroon activeert een ander patroon betreffende de hersenwerking dat ervoor zorgt dat er geen seinen, geen prikkels worden doorgegeven in de hersenen.
• Niets kan tot je doordringen.
• Je kan niets opnemen.
• Je kan je niets herinneren.
• Je kan niet leren. Je doet altijd hetzelfde. Je herhaalt hetzelfde.
• Je kent niet.
• Elk gegeven bestaat afzonderlijk. Gegevens blijven aanwezig als afzonderlijke gegevens en kunnen niet gebruikt worden om zich te verbinden met andere gegevens, om te redeneren, om verbanden te leggen, om conclusies te trekken.
• Er kunnen zich geen gedachten vormen in je hoofd. Ideeën vormen zich zeer moeizaam. Informatie die binnenkomt van buitenaf blijft steken bij het voorhoofd, geraakt niet verder. Je kan het niet begrijpen. Hoe iemand het ook uitlegt, je kan het niet begrijpen.
• Er is uitsluitend vegetatief leven, zoals bij een oester of bij een plant. Er zijn alleen de lichaamsfuncties. Er is geen bewustzijn. Er is geen denken. Er is geen waarnemen.
Deze verschillende patronen onderdrukken energieën en deelzielen verantwoordelijk voor intelligentie. Aangezien een ziel in een lichaam opereert via het lichaam en de hersenen en de opslag van gegevens van wat iemand leert in de hersenen gebeurt, zijn er ook patronen i.v.m. de hersenwerking verantwoordelijk voor de lage intelligentie. Deze patronen zorgen ervoor dat de hersenwerking voor de opslag en het ophalen van gegevens niet normaal verloopt.
• Er is een patroon dat ervoor zorgt dat de hersenen niet voldoende gevoed worden. Er is een tekort aan stoffen in de hersenen waardoor er geen opslag kan zijn van gegevens. Het patroon bevat de scheikundige formule van een stof voor het binden van data voor de opslag in de hersenen. Deze scheikundige stof is afwezig waardoor geen data kan opgeslagen worden.
• Er is een patroon dat de locatie van bepaalde delen van de hersenen inhoudt. Deze delen zijn chronisch inactief. Er is geen elektrische activiteit in deze delen en deze delen worden zeer beperkt gevoed.
• Er is een patroon i.v.m. de scheikundige werking van de hersenen. Er vinden verkeerde scheikundige reacties plaats waardoor stoffen zich verkeerd binden. Er ontstaan afvalstoffen en onvolmaakte stoffen. Dit zorgt er op zijn beurt voor dat de opslag en het ophalen van informatie niet normaal verloopt. Ook het doorgeven van signalen tussen de hersencellen is verhinderd.
• Sommige delen van de hersenen worden op sommige tijdstippen geblokkeerd (telkens als ze wil denken). Op dat moment is er geen doorstroming van elektriciteit en kan er geen data opgehaald worden.
• Een patroon dicteert: ‘mentale handicap in ieder leven’. Dit activeert het volgende patroon betreffende de hersenen: ‘het ritme van doorseinen (of elektrische activiteit) in de hersenen is vertraagd. Daardoor is er een te lage doorbloeding in de hersencellen en worden die te weinig gevoed, zodanig dat deze hersencellen afsterven’.
• Bij de vorming van de foetus krijgen de hersencellen te weinig voedsel waardoor hersencellen onvolwaardig gevormd worden. Indien er door de twee laatste patronen hersenletsels zijn, dan kan de intelligentie slechts gedeeltelijk verbeterd worden.
.
.
Patronen voor ‘het moet haar zin zijn’
• Jouw wil is wet.
• Je moet aandringen tot je je zin krijgt.
• Buig niet.
• Jij hoort gelijk te krijgen.
• Jij bent de belangrijkste.
• Wat jij wilt, is belangrijk.
.
.
Patronen voor een gebrek aan soepelheid
• Het moet zo, het hoort zo en niet anders.
• Dat is de regel en er is geen andere.
• Er is maar één weg.
• Er mag niets veranderen. Wat je geleerd hebt is de juiste weg. Zoals je het nu doet, is de juiste weg. Als er een verandering komt, zal ze door dit patroon de vorige weg willen blijven volgen.
• Je mag niet afwijken van de juiste tijd.
• Het zit zo in mekaar en op geen enkele andere manier.
• Dat is de juiste gedachte. Er is maar één juiste gedachte. Er is geen andere juiste gedachte. Daardoor kan ze niet loskomen van een gedachte, kan ze geen ander standpunt zien)
.
.
Patronen voor een drang naar aandacht
Deze patronen zijn onafgebroken actief.
• Je moet aandacht krijgen. Jij bent belangrijk. Jij bent het centrum. Alles draait rond jou. Iedereen en alles moet er altijd zijn voor jou. De aandacht van de ander moet altijd naar jou gaan.
• De aandacht van de moeder moet altijd op jou gericht zijn.
• Haar aandacht (van de moeder) is weg van jou. Je moet je laten opmerken. Ga naar haar toe en dring je aan haar op. Vraag haar iets tot ze erop reageert en geef niet op tot ze haar aandacht op jou richt.
• Jij moet op de eerste plaats komen. Alles moet voor jou wijken. Jij komt het eerste aan bod.
.
.
Patronen voor ADHD
. ‘Je moet aandacht krijgen’ activeert het patroon van ADHD. Er zijn twee variaties.
1. Er zijn elektrische storingen in de hersenen, daardoor wordt een stof overvloedig geproduceerd. Mogelijk wordt een klier teveel geprikkeld door de elektrische storingen die daardoor een te grote hoeveelheid hormoon afscheidt. Door de overvloed van deze stof wordt een andere stof vernietigd of niet meer opgebouwd waardoor de hersencellen niet meer normaal gevoed worden.
2. Er is een te grote elektrische activiteit. Daardoor worden stoffen niet opgebouwd of vernietigd. Er ontstaat een tekort aan stoffen in de hersenen.
. Er is een ander patroon dat mogelijk iets met ADHD te maken heeft. De hersenvloeistof is onvoldoende ontwikkeld, de scheikundige samenstelling ervan vertoont gebreken. Daardoor is het milieu voor het opbouwen van stoffen niet optimaal. Stoffen worden vernietigd of niet opgebouwd.
.
.
Patronen voor een slechte concentratie en om voortdurend afgeleid te zijn
Deze klacht zou uitsluitend het resultaat van ADHD kunnen zijn, maar bij Elsje zijn er ook aparte patronen i.v.m. concentratie.
• Er is geen concentratie.
• Je kunt er niet bij blijven.
• Je bent voortdurend afgeleid, je denkt voortdurend aan iets anders.
• Er zijn steeds gedachten. Je gedachten gaan elders. Er blijven steeds gedachten komen.
• Een dwang om aan iets anders te denken dan aan hetgeen waar ze mee bezig is. ‘Je moet je aandacht op iets anders richten’.
• Elke beweging in de omgeving trekt je aandacht.
• Je bent nerveus.
• Je moet voortdurend bewegen.
• Onrust.
• Je bent niet geïnteresseerd.
• Het is niet belangrijk, het is niet interessant.
• Je wil niet leren.
• Je moet niets kennen.
• Zeer moeizaam begrijpen. Het vraagt een enorme mentale inspanning om iets te begrijpen. Hierdoor verzwakt haar concentratie en daalt haar interesse.
.
.
Patronen voor een gebrek aan fijne motoriek
Er is een patroon inzake de hersenwerking, maar ik kan het niet in detail zien. Delen van de hersenen die verantwoordelijk zijn voor de motoriek worden door dit patroon beïnvloed.
Soms is de inhoud van een patroon niet in conceptvorm maar in een andere vorm die we op deze planeet niet kennen. Een vorm van communicatie of het doorgeven van betekenissen die hier niet bestaat en waarvan ik de inhoud dan ook niet kan ontcijferen.
Dit patroon is chronisch actief.
.
.
Patronen voor de tic om met haar voet tegen haar achterste te slaan
Je moet met je voet tegen je achterwerk schoppen, aan een ritme X, met beelden van de beweging. Dit is de inhoud van het patroon voor de beweging die ze maakt. Ook het ritme waarop dit gebeurt en het commando dat ze dit moet doen, zitten in het patroon.
