Ingrid Holvoet           Websites

5 September 2010; 17:56 pm

Marnyka probleembeschrijving in tekst

Lijst met probleempunten

Ik heb problemen met mijn gewicht. Het houdt me erg bezig hoe ik gewicht kan verliezen. Ik weeg 114 kg en ik ben 1.70 m groot.
Mijn ganse leven hebben mijn familieleden mij laten horen dat ik dik ben of een ‘vetzak’ ben. Ik heb hen steeds geloofd. Ik volgde een opleiding bij de zeevaartschool en ik faalde voor alle fysieke proeven. Ik raakte er gestrest en ik was te zwaar. Toen ik begon te werken in 1999, nam mijn gewicht toe. Ik ben 34 kg bijgekomen in de laatste 8 jaar. Ik neem zeer moeilijk af in gewicht, en als ik geen gewichtsverlies bemerk ben ik snel ontmoedigd. Ik houd er niet van om lichaamsoefeningen te doen, en ik vind uitvluchten om het niet te moeten doen. Ik heb angst dat indien ik er in slaag mijn streefgewicht te bereiken, ik dat niet zal kunnen behouden. En dat ik dan als gevolg daarvan mijzelf en anderen die mijn gewicht in de gaten houden, zal teleurstellen. Ik zie van mezelf ook niet hoe zwaar ik ben tenzij ik een foto van mezelf zie. Ik denk dat ik slanker ben dan ik eruitzie. Ik weet welke maat van kleren ik heb, maar als ik iemand anders zie met dezelfde maat, geloof ik niet dat ik zo dik ben.

Ik heb angst dat ik geen gewicht zal kunnen verliezen en zal kunnen zakken naar 64 kg. Dat is wat ik graag zou bereiken. Ik ben niet zeker van wat mijn ideale gewicht is.

Ik ben een emotionele eter. Telkens als ik angstig wordt in grote menigten of bij samenkomsten, wil ik eten. Telkens als mijn zoon ziek is, of als ik een telefoon krijg van de kinderopvang dat ik hem vroeger moet ophalen, stop ik bij een fast food restaurant en haal ik iets om te eten. Wanneer mijn man moet werken in het weekend, grijp ik naar voedsel om mij gezelschap te houden. Ik voel mij angstig, ik heb het gevoel dat ik moet eten in plaats van steeds te denken aan het feit dat hij er niet is. Ik ga naar Mc Donalds en bestel een menu. Ik heb geen maat in eten wanneer ik in zo’n stemming ben.

Soms denk ik dat ik verslaafd ben aan brood en chocolade. Wanneer ik chocolade of cheeto puffs (knabbelsnacks) koop, dan zal ik alles opeten wat er is. Als ik mij gestrest voel, heb ik de neiging om chocolade te eten of warme chocomelk te drinken.
(Ik heb ook het gevoel dat ik verslaafd ben aan TV shows over ware gebeurtenissen).

Mijn gewrichten doen pijn, mijn beweeglijkheid is bijna niet bestaande. Ik ben er niet zeker van of dit komt door mijn gewicht. Ik vermoed dat dat de oorzaak is.
Mijn gewichtstoename heeft mijn zin in seks met mijn man beïnvloed. Ik heb te weinig uithoudingsvermogen. Ik ben snel buiten adem, ik word snel moe, en ik houd er niet van om naar mijn lichaam te kijken. Door mijn gewicht heb ik zwangerschapsdiabetes gehad. Ik voelde mij alsof ik niets kon doen tijdens mijn zwangerschap. Ik had geen zin om te wandelen of om lichaamsoefeningen te doen.
Ik had geen recht op een aanvullende levensverzekering van mijn werkgever door mijn gewicht.

Als ik in de spiegel kijk dan bevalt het me niet wat ik zie. Ik houd niet van mijn dubbele kin, de zwangerschapsstrepen op mijn buik, de striemen op mijn buik door het uitzetten van mijn huid door gewichtstoename.

Ik heb een complex over mijn gewicht, over het feit dat ik geen kleren vind in mijn maat en over het feit dat ik opval in een menige door mijn mijn huidskleur en lichaamsomvang.
Ik scheld mijzelf soms uit en noem mezelf vetzak, luiaard, stommerik.

Ik schaam me er soms voor om alleen of samen met mijn echtgenoot uit te gaan. Ik vind het soms beschamend voor mijn man wanneer we uitgaan dat ik meer weeg dan hem. Mijn kleren zitten nooit goed en ik denk dat zijn familie en mijn familie zich afvragen waarom ik zo dik ben.

Ik voel me minderwaardig door mijn huidskleur. Ik heb het gevoel dat ik mij als een Afrikaans-Amerikaanse vrouw steeds moet bewijzen.

Ik ben zeer slordig. Het lijkt alsof mijn man voortdurend de rommel achter mij en onze zoon moet opruimen. Mijn man houdt het huis schoon. Ik houd niet van schoonmaken. Mijn bureau op mijn werk is een rommel. De kleren die ik aanheb zijn slordig en verkreukeld. Ik strijk nooit.

Ik heb niet genoeg wilskracht. Ik kan vol goede moed beginnen maar het blijft niet duren. Ik ben altijd enthousiast als ik iets nieuws wil leren. Maar dit duurt hooguit vier weken.
Ik heb organisatievermogen voor een week of twee en daarna is dat verdwenen en wordt het een rommel.

Ik ben een kampioen in ‘uitstellen’. Ik stel mijn werk uit, lichaamstraining, schoonmaken. Ik slaag er niet in om dingen af te maken, om te trainen, om taken op mijn werk te beginnen. Ik heb het gevoel dat uitstellen mijn leven beheerst. Ik kan een taak hooguit 20 minuten volhouden en dan zoek ik excuses om te kunnen stoppen. Ik zeg dan dat ik moet schoonmaken, uitrusten, iets anders is belangrijker, ik ga dagdromen…
Soms droom ik over het feit dat ik niet al mijn cursussen op school heb afgemaakt. Mijn vader zei mij dat ik altijd dingen zou opgeven. Zelfs al denkt hij dat nu niet meer, ik nog steeds wel.

Ik vind de problemen van anderen belangrijker dan de mijne. Ik zal hen helpen en geraak achter met mijn eigen dingen.

Ik heb een hekel aan administratief werk en schoonmaken (mezelf, mijn huis, mijn zoon).

Ik ben lui. Ik houd ervan om niks te doen en op de bank te zitten als ik thuis ben.
Ik heb het gevoel dat er een andere persoon moet zijn, een partner, om mij te helpen met mijn gewichtsverlies. Ik denk dat ik het niet alleen kan. Ik zou een trainer moeten hebben of iemand met wie ik tezamen kan trainen.
Op het werk moet een ander de dingen voor mij in gang zetten, anders geraak ik niet door mijn agenda.

Ik ben scheikundig ingenieur. Ik heb meestal een hekel aan mijn werk. Ik doe mijn werk niet graag meer. Er wordt van mij verwacht dat ik lange uren maak en soms ook dat ik ‘s avonds en in de weekends thuis werk. Ik wil niet langer een slaaf zijn van mijn werk. Ik zou meer tijd willen doorbrengen met mijn gezin.
Op mijn werk kan ik me niet concentreren op mijn opdrachten. Ik denk steeds dat ik beter iets anders zou doen. Ik zou willen opstappen en technieken willen leren betreffende het onderbewustzijn en afstandsbehandeling. Ik denk daar zo vaak aan dat mijn werk er werkelijk onder lijdt. Ik houd me momenteel enorm bezig dat ik zou willen stoppen met mijn job. Ik wil een heler en levenscoach worden. Ik heb al training gehad i.v.m. energie heling en ik wil hiermee doorgaan. Ik heb me al aangetrokken gevoeld tot dit soort werk van zodra ik begon te werken.

Ik heb stemmingswisselingen als ik op mijn werk ben en als het hectisch is of als ik zie dat mijn prestaties niet serieus genomen worden of volgens mij niet worden gewaardeerd.

De aard van mijn job werk brengt met zich mee dat er dagelijkse en wekelijkse deadlines zijn. Ik ben nooit op tijd klaar, hoe ik me ook achter iets zet.

Ik gedraag me dominant en bazig tegenover de mensen die voor mij werken. Ik heb het gevoel dat ik dat zo moet doen omdat ze anders niet goed presteren en hun deadlines missen.

Ik praat teveel met andere mensen op het werk i.p.v. te werken.
Ik kom drie van de vijf keer te laat op het werk. Ik ben vaker te laat dan niet. Ik ben alleen op tijd als het echt moet.

Ik probeer teveel dingen op hetzelfde moment te doen en heb het idee dat ik daarin te ver ga. Ik probeerde een internet bedrijf op te zetten, daarom ging ik in op vijftien verschillende aanbiedingen tegelijk. Dan wordt het teveel en dan laat ik vervolgens alles vallen om weer van voren af aan te beginnen.

Als iets vervelends gebeurt en die persoon me aan het hart ligt, dan doet me dat pijn en het laat me niet los. Ik kan het even vergeten maar dan komt het weer terug in mijn gedachten. Er zijn zelfs nog herinneringen van toen ik nog thuis woonde bij mijn ouders die ik niet kan loslaten. Dingen die gebeurd zijn blijven maar door mijn hoofd malen. Het duurt meestal twee weken eer het volledig gaat liggen.

Ik neem dingen die op het werk spelen of zaken die gebeuren in mijn familie te zwaar op.

Ik pieker over mijn zoon. Over zijn gezondheid in de crèche, over hem alleen buiten laten spelen, over dat hij zich bezeert. Ik pieker over niet genoeg geld hebben als mijn man zal stoppen met werken in mei, zodat hij zijn diploma om les te geven kan halen. Hij gaat weer fulltime naar school.

Ik voel mij gespannen als mijn zoon ziek is omdat ik dan vind dat ik geen goede moeder ben.

Ik heb de neiging van het slechtste scenario uit te gaan.
Als ik een vergadering heb op mijn werk dan denk ik dat ik zal gaan schreeuwen en te keer zal gaan (dit gebeurt nooit). Mijn eerste gedachte is altijd hoe slecht de vergadering zou kunnen zijn. Niemand zal begrijpen wat ik probeer duidelijk te maken, niemand zal mijn ideeën goed vinden, niemand zal begrijpen wat er aan de hand is en de vergadering zal zinloos zijn en er zal niets bereikt worden.

Ik heb spijt dat ik scheepvaartschool niet heb afgemaakt. En van het halen van slechte cijfers, van het aangaan van studentenleningen in plaats van een studiebeurs. Ik heb spijt dat ik mijn zoon niet lang genoeg borstvoeding heb gegeven, ik heb dat slechts 3 weken gedaan. Ik had niet voldoende melk voor hem. Ik ben bang dat het weer gebeurt als ik nog een kind krijg.

Ik kan niet altijd gemakkelijk vergeven en vergeten. Ik herinner me hoe mijn vader, grootmoeder, stiefmoeder en anderen mij behandelden. Ik kan nog altijd sommige zaken niet loslaten.
Ik heb wrokgevoelens tegenover mijn vroegere werkgevers. Ik begrijp niet precies waarom. Ik heb het gevoel dat ze mij probeerden te veranderen en dat ik mezelf niet mocht zijn .
Ik heb nog altijd een probleem met enkele gezagsfiguren die in mijn leven waren sinds ik van school was. Ik heb het gevoel dat ze me niet begrepen.

Er zijn bepaalde thema’s die regelmatig terugkomen in gesprekken. Zoals dat ik een hekel heb aan mijn werk, of die of die heeft mij iets aangedaan …

Mijn man is een klankbord voor mij. Ik vertel hem effenaan wat ik meemaak.

Ik ben onzeker als ik dingen alleen moet doen in gelegenheden waar ik niemand ken. Ik ben verlegen, kan mensen niet in de ogen kijken, ga op mijn eentje staan en als er eten in de buurt is, ga ik erbij staan en ga ik ervan eten.

Soms ben ik depressief omdat ik niet heb geprobeerd om vrienden te maken in de staat waarin ik tegenwoordig woon. Ik voel me alleen zonder gezelschap. Soms ben ik depressief als ik alleen thuis ben, of als ik ergens ben zonder mijn man.

Ik word soms agressief naar mijn zoon toe, als hij tekeergaat. Ik voel me gefrustreerd als hij steeds weer ‘neen’ zegt.
Ik pak een houten pollepel en tik hem op zijn achterste of laat hem de pollepel zien en zeg dat hij moet stoppen.

Ik ben teleurgesteld dat collega’s taken krijgen waarvan ik denk dat ze het niet goed doen. Ik erger mij aan mensen als ik niet begrijp waarom ze de dingen niet zo duidelijk zien als ik. Als ik mensen iets probeer uit te leggen dat ze niet direct begrijpen dan word ik ongeduldig, maar ik probeer dan toch door te bijten om te helpen.

Ik heb geldzorgen en zorgen om de gezondheid van mijn familie en mijzelf. Veel van mijn familieleden zijn niet gezond.

Ik ben teleurgesteld om mijn toegenomen gewicht en over mijn gezondheid. Ik ben teleurgesteld over mijn financiële situatie (ik kan niet alles kopen dat ik zou willen).
Ik ben te bezorgd over mijn gezondheid, gewicht en geld.

Ik ben verbitterd over mijn zwangerschap. Ik kreeg een andere baan en verhuisde toen ik tussen elf en zestien weken zwanger was. Ik had last van ochtendziekte gedurende 8 maanden van mijn zwangerschap. Ik had zwangerschapdiabetes.

Ik had veel onenigheid met mijn vader en stiefmoeder tijdens mijn jeugd. Ik heb bij hen gewoond vanaf mijn achtste jaar. Mijn stiefmoeder is 12 jaar ouder dan ik (dat stoorde me) en er waren veel situaties waarin we niet met elkaar overweg konden. Er waren vaak situaties dat mijn vader moest kiezen tussen mij en mijn stiefmoeder. Ik werd niet gekozen.

Ik ben verlegen als ik niemand ken. Ik stel mijzelf niet voor. In groepen voel ik me ongemakkelijk en blijf ik stil op de achtergrond.
Ik wil niet de aandacht op mij vestigen en dat mensen mij op mijn gebreken wijzen. Ik houd meestal mijn problemen voor mij zodat ik daarop niet beoordeeld kan worden. Ik deel mijn seksuele problemen niet met anderen.

Ik heb me eenzaam gevoeld sinds ik verhuisd ben uit Maryland in 2002. Ik heb het gevoel dat ik geen nieuwe vrienden kan maken. Ik heb geen nauwe band met mijn broers en zusters. Ik probeer te glimlachen naar vreemden maar zeg zelden iets tegen hen.

Ik hunker naar aandacht van mijn man. Ik ben egoïstisch over de tijd die we samen zijn. Ik houd er niet van hem te moeten delen met anderen als hij niet werkt.

Ik vind het belangrijk dat mijn schoonfamilie denkt dat ik een aardig iemand ben en dat ik Ben (echtgenoot) en Chase (zoon) goed behandel. Ik ben altijd bezorgd over hoe ik eruit zie en hoe anderen eruit zien. Ik probeer collega’s, vrienden en familie te tonen dat ik kan bereiken wat zij bereikt hebben en dat ik dingen kan bereiken op een andere manier dan hen.

Ik vind dat ik niet genoeg respect krijg of dat ik niet genoeg geapprecieerd word maar als het toch gebeurt word ik verlegen en te bewust van mijzelf. Ik hunker naar aandacht maar ik weet niet hoe er mee om te gaan zodra ik het krijg. Ik zoek bevestiging en complimenten zodat ik weet dat wat ik doe ook een effect heeft op anderen. .

Ik trek mensen aan die hulp nodig hebben. Maar ik denk dat ik mezelf niet genoeg liefde geef om anderen liefde te kunnen geven.

Stress komt en gaat. Momenteel heb ik stress om geld en mijn gewicht. Er zijn bepaalde cursussen die ik zou willen volgen maar die niet binnen mijn budget passen. Mijn echtgenoot is ermee akkoord dat ik verderga met de interesses die ik heb, maar ik weet nog steeds hoe ik het zal kunnen betalen. Voor de dingen die we willen hebben, hebben we niet genoeg geld en piekeren we daarover. Als ik geld heb, heb ik gevoel dat ik het onmiddellijk moet uitgeven.

Ik heb dagen dat alles fout gaat vanaf het moment dat ik wakker word.

Dingen die niet gladjes verlopen zijn: trainen, gezondheid, afvallen, een andere baan zoeken, nieuwe vrienden maken.

Ik kan moeilijk neen zeggen tegen een verkoper die iets aanbiedt waarin ik in geïnteresseerd ben. Betreft auto’s, voedsel, magazines, wat aangeboden wordt in tv reclames.

Ik ben soms vergeetachtig, zelfs als ik mezelf zeg ‘je móet dit onthouden’, of ‘schrijf het op’. Dan vergeet ik ook dat ik het heb opgeschreven.
Ik ben verstrooid. En dit op ieder gebied van mijn leven.

Soms kom ik niet op de juiste woorden. Er zijn tijden dat ik de simpelste woorden niet kan vinden om uit te leggen wat er aan de hand is.
Ik gebruik soms woorden die mensen beledigend vinden.

Ik heb dingen snel door maar ik kan niet altijd de dingen op een begrijpelijke manier aan anderen overbrengen. Ik voel me creatief maar kan het niet echt uiten.

Ik heb plankenkoorts maar niet genoeg dat het mij belet te spreken. Mijn stem hapert en soms heb ik het gevoel dat ik hyperventileer. Het gaat altijd over zodra ik een tijd aan het spreken ben..

Soms ben ik te open, ik ben afwezen voor banen omdat ik teveel over mezelf blootgaf.
Ik heb de neiging om te goed van vertrouwen te zijn. Vooral bij zaken waarvan ik denk dat ze me zullen helpen bij mijn financiën. Vroeger was het bij producten om af te vallen totdat ik me er ziek door voelde.

Als ik met anderen in gesprek ben dan heb ik voor een deel mijn aandacht op mezelf. Als ze klagen dan luister ik niet meer. Als ze grappig zijn dan luister ik met volle aandacht.

Ik weet dat dingen soms mijn schuld zijn, maar toch geef ik anderen soms de schuld.
Ik ben niet altijd in staat om te zeggen dat ik fout was, ik begin met te zeggen dat het niet mijn schuld was maar na een paar dagen kan ik schuld bekennen.

Ik ga niet zitten mokken als iets mij niet bevalt, maar ik ga klagen of ik word erg stil.

Ik ervaar dat mensen mijn plannen niet willen volgen. Ze willen dan echt niet. Ik zet dan een pruillip op en wil niet meer deelnemen.

Ik geef als excuus dat ik geen oppas heb voor mijn zoon zodat ik niet mee hoef te doen aan sociale bijeenkomsten.
Ik gebruik soms mijn huidskleur als excuus om een baan te krijgen.

Ik eet snel alsof mijn lichaam een stofzuiger is. Zelfs als ik probeer om langzamer te eten ben ik als eerste klaar en heb ik gemorst.

Ik bijt niet op mijn nagels maar zit altijd aan mijn vingers te pulken en stop ze in mijn mond.

Ik denk soms dat ik meer weet dan anderen en dat ik mij niet met die anderen moet inlaten. Ik praat niet langer tegen hen of als ik wel tegen hen praat dan ben kortaf in mijn antwoorden en in wat ik hen zeg.

Ik oordeel snel over anderen, over hoe ze omgaan met hun partner, hun kinderen, of hun gewicht.
Ik heb vooroordelen over mensen die niet zo veel welvaart hebben als ik of die wonen in een minder welstellende buurt, of die een minder goede opvoeding hebben genoten en zich niet goed gedragen.

Soms zie ik iemand voor het eerst en dan heb ik direct een oordeel over hem of haar. Gedachten als ´ik mag hem niet´, ‘hij is slecht’’, ‘zij is slecht’, ‘je kunt hem vertrouwen’, ‘zij zullen je geen pijn doen’. Dit neemt toe de laatste maanden.

Ik houd van roddelen over dingen verbonden met werk of over beroemde mensen.

Ik ben over tenminste 1 persoon heel schijnheilig zodra zij uit mijn gehoorafstand verdwenen is. Ik veroordeel haar levenswijze en haar manier van opvoeden.

Ik heb stereotiepe ideeën over bepaalde rassen. Mexicanen zitten met teveel mensen in een auto, blanken transpireren teveel, zwarten wonen in ghetto´s.

Ik raak erg gefrustreerd als ik iets zoek dat ik niet kan vinden.

Ik heb een gebrek aan seksueel verlangen naar mijn man.
Ik heb ook last van vaginale droogte. Dat gebeurt altijd als we seks hebben.

Momenteel heb ik nooit genoeg energie. Elke bezigheid is een opgave. Schoonmaken, wandelen, werken.

Ik ben allergisch aan schimmels, stof, pollen, gras, dieren. Dat werd gediagnosticeerd in 1992. ik heb last van jeukerige ogen, waterige ogen, niezen, verstopte neus. Deze symptomen variëren van mild tot gematigd.

Ik heb dikwijls een verstopte neus.
Ik heb pijnlijke menstruatiekrampen voor en tijdens de menstruatie.
Mijn huid is droog, mijn haar is broos en valt uit sinds ik bevallen ben van mijn zoon.
Ik ben uitgedroogd, ik heb altijd dorst en mijn huid is zeer droog en jeukt. Ik ben dikwijls moe.