Vragenlijst in te vullen voor de start van de behandeling op afstand of de zelfbehandeling.
Download de vragenlijst hier.
Zorg ervoor dat je bij het invullen van de vragenlijst de vragen overneemt. Dus niet alleen een nummer vermelden met het antwoord op die vraag. De vragenlijst wordt wel eens bijgewerkt en dan kan het voorkomen dat antwoorden niet meer overeen komen met de nummers van de vragen.
Sommige vragen lijken wat op elkaar. Als je het gevoel hebt dat een vraag door een vorig antwoord al beantwoord is, sla je die vraag maar over. Toch geeft een kleine variatie in vraagstelling soms goede bijkomende informatie.
Naam:
Adres:
Telefoon:
Email:
Datum:
Je schrijft eerst op wat je minder goed vindt aan jezelf en welke problemen je hebt. Daarna beantwoord je de vragen.
.
Vragenlijst
1) Hoe is je zelfbeeld? Leg uit in detail.
2) Heb je minderwaardigheidsgevoelens? Waarover, bij wie, in welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
3) Heb je complexen? Dewelke, bij wie, in welke situaties, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
4) Hoe is je zelfvertrouwen, zowel in contacten met mensen als in verband met je capaciteiten en de dingen die je wilt doen? Leg uit in detail, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
5) Ben je onzeker? Wanneer, waarom, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
6) Heb je faalangst ? In welke situaties, bij welke mensen, hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
7) Zijn er dingen die je niet durft zeggen of doen? Dewelke, wanneer, waarom, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
Heb je het gevoel dat je je moet bewijzen t.o.v. andere personen of t.o.v. jezelf? Bij wie, wat moet je bewijzen, wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
9) Heb je een lage frustratiedrempel, ben je zwaartillend, trek je je de dingen erg aan? Leg uit in detail, geef voorbeelden, hoe intens, hoe dikwijls, hoe lang duurt het eer je je evenwicht teruggevonden hebt, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
10) Heb je de neiging om te dramatiseren, maak je wel eens van een muis een olifant? Waarover, bij wie, hoe reageer je dan, hoe intens, hoe lang duurt het eer je je evenwicht teruggevonden hebt, wat zijn de gevolgen?
11) Maak je je snel zorgen? Waarover, hoe intens, hoe dikwijls doet zich dit voor, hoe gedraag je je dan?
12) Ben je dikwijls aan het piekeren? Waarover? Op welke manier doe je dat dan, wat gaat er allemaal door je hoofd heen?
13) Ben je een zwartkijker? Geef voorbeelden. Welke invloed heeft dit op je leven?
14) Denk je op voorhand dat iets niet goed zal gaan? Geef voorbeelden, welke invloed heeft dit op de dingen?
15) Zit je snel in de put? Wanneer, waarover, hoe intens, hoe dikwijls, hoe snel geraak je er weer bovenop, wat zijn de gevolgen?
16) Ben je snel ontmoedigd? In welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
17) Hoe reageer je als er iets tegengaat? Leg uit in detail, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
18) Panikeer je gemakkelijk? In welke situaties, bij wie, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
19) Ben je prikkelbaar? Wanneer, bij wie, waarom, hoe dikwijls, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
20) Erger je je aan anderen of aan bepaalde dingen? Geef voorbeelden, hoe reageer je dan, hoe dikwijls, wat zijn de gevolgen?
21) Heb je schuldgevoelens of spijtgevoelens? Dewelke, om wat, wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
22) Ben je wantrouwig t.o.v. anderen? Tegenover wie, in welke situaties, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
23) Koester je wrok– of haatgevoelens t.o.v. bepaalde personen? Tegenover wie, waarom, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
24) Ben je wel eens agressief? In welke situatie, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
25) Ben je ontevreden of teleurgesteld, over jezelf, over anderen of situaties? Over wie of wat, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
26) Heb je verdriet? Waarover, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
27) Heb je één of meerdere angsten? Dewelke, in welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
28) Word je snel kwaad? Of kun je moeilijk kwaad worden? In welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
29) Ben je opvliegend? In welke situaties, bij wie, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
30) Heb je schaamtegevoelens? Waarvoor, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
31) Ben je ongeduldig? Wanneer, bij wie, waarom, hoe dikwijls, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
32) Ben je soms wanhopig? Waarvoor, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan?
33) Heb je wel eens momenten dat je zwaarmoedig, somber, neerslachtig bent? Wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
34) Ben je depressief? Waardoor, hoe dikwijls, hoe intens, beschrijf je gevoelens, je gedachten, je gedrag, wat zijn de gevolgen?
35) Is er een chronische negatieve gemoedstoestand, b.v. je voelt bijna steeds verdriet of woede? Hoe intens, om welke reden, wat zijn de gevolgen?
36) Heb je last van wisselende stemmingen? Wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
37) Is er iets wat jou erg bezighoudt? Wat, wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan?
38) Heb je zorgen? Waarover, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan?
39) Ben je (over)enthousiast of heb je een gebrek aan geestdrift, ben je (te) bezield of mis je gedrevenheid? Ben je onverschillig of apathisch? In welke situaties, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
40) Heb je last van plankenkoorts? In welke situaties, waarvoor heb je angst, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
41) Ben je schuchter? In welke situaties, bij wie, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
42) Ben je gesloten, weten andere mensen dingen over jou? Leg uit in detail, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
43) Heb je moeite met het uiten van gevoelens? Leg uit in detail, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
44) Krop je de dingen op? Geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
45) Praat je (te) veel? Wanneer, bij wie, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
46) Ben je te open, geef je je te vlug bloot, heb je achteraf spijt van dingen die je gezegd hebt? Wanneer, bij wie, hoe dikwijls, wat zijn de gevolgen?
47) Doe je je best om in de smaak te vallen bij anderen, vind je het belangrijk dat anderen jou sympathiek vinden? In welke situaties, bij wie, hoe gedraag je je dan?
48) Kan het jou schelen wat de ander zal denken? In welke situaties, bij wie, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
49) Ben je niet altijd jezelf, neem je soms een geforceerde of onnatuurlijke houding aan, ben je gekunsteld, onecht, wil je een goede indruk maken? Wanneer, bij wie, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
50) Bloos je gemakkelijk? In welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
51) Ben je jaloers op anderen, of zijn anderen jaloers op jou? Waarover, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
52) Sta je in competitie met andere mensen, vergelijk je jezelf met anderen? In welke situaties, bij wie, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
53) Ben je nerveus, zijn er omstandigheden die jou nerveus maken? Hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
54) Ben je innerlijk onrustig? Wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
55) Ben je (soms) gespannen? Wanneer, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
56) Voel je je (soms) gejaagd? Wanneer, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
57) Zijn er dingen die je niet graag doet, waar je een tegenzin voor hebt? Welke dingen, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
58) Ben je gevoelig? In welke omstandigheden, wat voel je dan, hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
59) Ben je emotioneel? In welke omstandigheden, wat voel je dan, hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
60) Ben je verward? In welke omstandigheden, wat voel je dan, hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
61) Ben je verbitterd over bepaalde gebeurtenissen of personen? Waarover, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
62) Voel je je eenzaam, voel je je alleen? Wanneer, beschrijf wat je voelt, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
63) Heb je soms een slecht humeur, heb je een ochtendhumeur? Wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
64) Hebben anderen kritiek op jou? Wie vooral en waarover? Hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
65) Ben je gevoelig voor kritiek? Voor welke kritiek? Hoe dikwijls, hoe intens, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
66) Zijn er bepaalde opmerkingen (positief of negatief) die anderen maken naar jou toe? Dewelke, wie, wanneer, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
67) Voel je je gemakkelijk aangevallen, ervaar je soms een onschuldige opmerking van een ander als kritiek? Over welke thema’s gaat het vooral? Hoe dikwijls, hoe intens, bij wie, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
68) Ga je vlug in de verdediging, wil je de dingen rechtvaardigen, uitleggen, verklaren? Bij welke voorvallen of opmerkingen? Hoe dikwijls, hoe intens, bij wie, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
69) Geef je te veel (ongevraagde) uitleg over dingen? In welke situaties, waarover, bij wie, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
70) Is er veel stress in je leven? Waardoor, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
71) Ben je stressgevoelig, hoe reageer je op stress? In welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe voel je je dan, wat zijn de gevolgen?
72) Jaag je je gemakkelijk op? Wanneer, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
73) Kun je neen zeggen? Ben je te toegevend? In welke situaties, bij wie, hoe dikwijls, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
74) Kun je grenzen stellen? Ben je te tolerant? In welke situaties, bij wie, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
75) Laat je je in de hoek duwen door anderen, ben je manipuleerbaar? In welke situaties, bij wie, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
76) Ben je een onderdanige persoon, laat je je bevelen of leiden door anderen? In welke situaties, bij wie, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
77) Heb je de neiging te veel te doen voor anderen? Voor wie, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
78) Doe je te weinig voor anderen? Voor wie, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
79) Kun je gemakkelijk je mening zeggen of zwijg je te veel? Heb je een eigen mening of volg je de mening van een ander? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
80) Ben je bezitterig naar personen toe, of naar materie toe? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
81) Ben je dominant, bazig, autoritair? Wanneer, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
82) Ben je voldoende tolerant? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
83) Manipuleer je andere mensen? In welke situaties, bij wie, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
84) Hoe is je realiteitszin, sta je met je voeten op de grond of zie je de dingen te groot of onrealistisch? Geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
85) Komt het voor dat je irreële gewaarwordingen hebt: beelden, stemmen, geluiden, geuren, interpretatie van gedrag van anderen? Welke gewaarwordingen, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
86) Ben je altijd aan het denken, staan je gedachten niet stil? Wanneer, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
87) Worstel je soms met dwanggedachten? Dewelke, hoe intens, waardoor begint het, hoe lang blijft het duren, hoe gedraag je je dan?
88) Heb je concentratieproblemen? Bij welke activiteiten, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
89) Kan een voorval of een gesprek dat gebeurd is, blijven draaien in je hoofd, zich herhalen in je hoofd? Bij welke gebeurtenissen doet dit zich voor? Hoe lang blijft het duren, hoe dikwijls gebeurt het, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
90) Ben je slordig? Leg uit in detail, wat zijn de gevolgen?
91) Wil je sommige dingen te goed doen, ben je te perfectionistisch? Welke dingen, wanneer, bij wie, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
92) Kun je genieten, kun je je ontspannen? Indien neen, leg uit in detail. Wat voel je dan, wat zijn de gevolgen?
93) Kun je gemakkelijk beslissen, twijfel je over de dingen die je moet beslissen, kom je terug op je beslissingen, vraag je de mening van anderen? Geef voorbeelden, over welke onderwerpen gaat het vooral, wat zijn de gevolgen?
94) Stel je de dingen gemakkelijk uit, is het moeilijk om aan iets beginnen? Leg uit in detail, hoe dikwijls, wat zijn de gevolgen?
95) Heb je voldoende wilskracht, heb je voldoende doorzettingsvermogen? Leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
96) Maak je dingen af, begin je aan dingen die je daarna niet afmaakt? Geef uitleg, welke dingen vooral, wat zijn de gevolgen?
97) Ben je lui, passief? Leg uit, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
98) Kom je gemakkelijk te laat? In welke situaties, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
99) Houd je je woord, kunnen anderen op je rekenen? Indien niet, leg uit, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
100) Ben je vergeetachtig? Waarvoor vooral, wat zijn de gevolgen?
101) Ben je verstrooid? Wanneer vooral, wat zijn de gevolgen?
102) Heb je last van stotteren? Hoe erg, in welke situaties, hoe voel je je dan, wat zijn de gevolgen?
103) Kun je je soms slecht uitdrukken, gebeurt het wel eens dat je de juiste woorden niet vindt? Leg uit in detail, geef voorbeelden, hoe voel je je dan, wat zijn de gevolgen?
104) Zijn er thema’s die regelmatig of te vaak terugkomen in gesprekken? Welke thema’s, hoe dikwijls komen ze aan bod, wanneer, bij wie, wat zijn de gevolgen?
105) Heb je de neiging om te overdrijven? In welke situaties, bij welke onderwerpen, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
106) Wil je hoe dan ook je gelijk krijgen? Bij wie, in welke situaties, bij welke onderwerpen, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
107) Pas je je vlot aan aan nieuwe situaties? Indien niet, leg uit, welke situaties, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
108) Heb je angst voor nieuwe dingen? Welke dingen, wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
109) Moet je absoluut je zin krijgen? Bij wie, in welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
110) Ben je voldoende flexibel, kun je je aanpassen, kun je toegeven? Indien niet, in welke situaties, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
111) Ben je een (te) ernstige persoon? Leg uit, geef voorbeelden.
112) Ben je koppig? In welke situaties, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
113) Ben je eigenzinnig? Betreffende welke onderwerpen, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
114) Kun je de dagelijkse dingen die gebeuren alleen verwerken of heb je een (te sterke) behoefte om alles aan anderen te vertellen, heb je nood aan een klankbord? Over welke onderwerpen vooral, hoe intens, vind je een klankbord, hoe reageert de ander?
115) Ben je (te) impulsief? Geef voorbeelden, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
116) Kun je vergeten en vergeven? Indien niet, wat kun je niet V&V, wie kun je niet V&V, wat zijn de gevolgen?
117) Houden dingen uit het verleden je nog bezig? Wat, hoe dikwijls, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
118) Wil je pronken met dingen of mensen? Met wie, met wat, waarom, hoe gedraag je je dan?
119) Ben je een zeur, herhaal je nog eens wat je al tienmaal gezegd hebt? Waarover zeur je? Val je anderen (te) vaak lastig met je zorgen? Hoe dikwijls, bij wie, wat zijn de gevolgen?
120) Ben je een naïeve persoon, geloof je vlug wat een ander zegt of neem je de dingen met een korreltje zout? Indien naïef, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
121) Ben je beïnvloedbaar? Indien ja, geef voorbeelden, door wie, wat zijn de gevolgen?
122) Lieg je wel eens, ben je oneerlijk, doe je oneerlijke dingen? Geef voorbeelden, waarom, hoe dikwijls, in welke mate, wat zijn de gevolgen?
123) Verberg je dingen voor anderen, houd je dingen achter? Geef voorbeelden, waarom, hoe dikwijls, wat zijn de gevolgen?
124) Ben je spontaan, kun je je laten gaan? Zijn er gebieden waar je geremd bent? Leg uit, geef voorbeelden, wat, wat zijn de gevolgen?
125) Ben je haastig van aard, doe je de dingen snel, bv. snel eten? Geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
126) Ben je een bemoeizuchtige persoon, wil je jezelf mengen in dingen die je eigenlijk niet aangaan? Bij wie, welke onderwerpen, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
127) Ben je betweterig, weet jij altijd hoe het is of moet, dring je je mening op aan anderen? Bij wie, welke onderwerpen, hoe dikwijls, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
128) Ben je opdringerig, dring je jezelf of dingen op aan anderen? Bij wie, wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
129) Denk je in zwart-wit termen, heb je radicale standpunten? Over welke thema’s, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
130) Heb je (uitgesproken) overtuigingen of meningen over bepaalde mensen, gebeurtenissen, religies, de maatschappij? Dewelke? Hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
131) Neem je de omgeving of de gevoelens of problemen van andere mensen waar of ben je veeleer opgeslorpt door je eigen problemen of gedachten? Leg uit, in welke situaties, hoe dikwijls, wat zijn de gevolgen?
132) Ben je op heel sterk op jezelf gericht, zit je in je eigen kleine wereldje? Leg uit, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
133) Ben je egocentrisch? Leg uit, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
134) Als je met andere mensen praat, ben je dan volledig met je aandacht bij de ander of is je aandacht voor een stuk bij jezelf? Geef voorbeelden, hoe erg is het, bij welke onderwerpen, wat zijn de gevolgen?
135) Heb je voldoende empathisch vermogen, kun je de wereld en de gevoelens van een ander begrijpen, kun je meevoelen? Indien neen, leg uit, geef voorbeelden, wat voel je dan, wat denk je dan, wat zijn de gevolgen?
136) In welke mate ben je geïnteresseerd in andere mensen? Leg uit in detail, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
137) Zie je de dingen vooral vanuit je eigen gezichtspunt, houd je vast aan je eigen standpunt? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
138) Ben je voldoende ruimdenkend, kun je andere visies dan de jouwe aanvaarden of houd je vast aan regels van hoe de dingen moeten zijn of gebeuren? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
139) Heb je een houding van ‘het is altijd de schuld van de ander’, heb jij nooit iets misdaan? Geef voorbeelden, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
140) Ben je vaak met je uiterlijk bezig, hecht je veel belang aan je uiterlijk of aan het uiterlijk van anderen? Geef voorbeelden, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
141) Hecht je veel belang aan uiterlijke dingen of status? Geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
142) Heb je voldoende verantwoordelijkheidsgevoel? Indien niet, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
143) Ben je hyperactief? Indien ja, hoe gedraag je je dan, hoe dikwijls, hoe intens, in welke situaties, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
144) Heb je obsessies, dwang, tics? Dewelke, hoe intens, hoe dikwijls, in welke situaties, wat zijn de gevolgen?
145) Heb je last van nagelbijten? Hoe intens, wanneer, wat zijn de gevolgen?
146) Ben je ergens aan verslaafd? Aan wat, leg uit in detail, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
147) Ben je een roker, gebruik je drugs, drink je alcohol? Leg uit in detail, wanneer, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
148) Beschrijf je eetgewoonten, eet je veel, te veel, snoep je veel, heb je problemen met je gewicht? Leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
149) Ben je zelfstandig, slaag je erin de dingen zelfstandig aan te pakken of heb je de hulp van anderen nodig, heb je te veel steun nodig van anderen, kun je dingen alleen doen? Leg uit in detail, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
150) Heb je een slachtofferhouding (het gebeurt weer met mij, ik heb het altijd gedaan enz.), heb je wel eens zelfmedelijden? Hoe gedraag je je dan, hoe voel je je dan, hoe reageren anderen dan, hoe intens, hoe dikwijls, wat zijn de gevolgen?
151) Ervaar je wel eens een gevoel van onmacht, dat je er niks kunt aan doen? Hoe voel je je dan, hoe gedraag je je dan, hoe dikwijls, hoe intens, wanneer, wat zijn de gevolgen?
152) Ben je hoogmoedig, arrogant? Beschrijf wat je dan voelt of denkt, hoe gedraag je je dan, in welke situaties, wat zijn de gevolgen?
153) Kijk je neer op andere mensen, denk je dat je beter bent dan anderen, vind je andere mensen minderwaardig? Indien ja, wat voel je dan, wat denk je dan, bij wie, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
154) Veroordeel je anderen, heb je snel een negatieve mening over iemand of iets, heb je kritiek op anderen? Beschrijf wat je dan denkt of voelt, bij wie, wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
155) Ben je bevooroordeeld over sommige personen of situaties? Welke personen, welke situaties, welke vooroordelen, wat voel je of denk je dan, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
156) Heb je snel negatieve gevoelens voor anderen? Voor wie, wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
157) Hoe gedraag je je in groepen, voel je je op je gemak, wil je het hoge woord voeren, ben je terughoudend, ben je graag in groepen? Leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
158) Hoe voel je je in het gezelschap van andere mensen, ben je altijd op je gemak? Ben je graag in het gezelschap van andere mensen of ben je liever alleen? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan?
159) Kun je gemakkelijk alleen zijn of heb je constant contact met andere mensen nodig? Leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
160) Probeer je soms van anderen te profiteren of zijn er personen die van jou profiteren? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
161) Roddel je over anderen, denk je dat anderen over jou roddelen? Welke roddel, (over) wie, hoe dikwijls, hoe intens, wat voel je dan, wat zeg je dan, op welke manier?
162) Ben je te streng voor jezelf of voor anderen? Leg uit, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
163) Ben je voldoende tactvol, ben je diplomatisch, ben je kwetsend? Leg uit, in welke situaties, bij wie, wat zeg je dan, op welke manier, wat zijn de gevolgen?
164) Heb je echte vrienden, of alleen kennissen? Leg uit, wat zijn de gevolgen?
165) Krijg je steun van anderen of sta je er alleen voor? Leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
166) Heb je veel aandacht nodig? Hoe intens, hoe dikwijls, bij wie, wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
167) Kun je aandacht schenken aan anderen, kun je luisteren naar anderen? Indien niet, leg uit, hoe gedraag je je dan, hoe gedraagt een ander zich dan, wat zijn de gevolgen?
168) Krijg je genoeg aandacht, luisteren anderen naar jou? Indien niet, leg uit, hoe voel je je dan, wat denk je dan, bij wie, wanneer, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
169) Krijg je respect van anderen, krijg je voldoende appreciatie? Leg uit, geef voorbeelden, wat denk je dan, wat voel je dan, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
170) Heb je nood aan bevestiging, aan complimentjes? Geef voorbeelden, bij wie, in welke situaties, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
171) Heb je de neiging jezelf te veel te bevestigen, ‘wat ben ik toch goed’? Hoe doe je dat dan, hoe dikwijls, bij wie, wanneer, wat zijn de gevolgen?
172) Bevestig je anderen voldoende, ben je ondersteunend voor anderen? Indien niet, leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
173) Hoe behandel je andere mensen, hoe behandelen anderen jou? Geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, hoe gedragen anderen zich dan, wat zijn de gevolgen?
174) Krijg je genoeg liefde? Indien niet, leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
175) Kun je liefde geven? Indien niet, leg uit, geef voorbeelden, bij wie, wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
176) Zijn er regelmatig ruzies? Waarover, wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, hoe gedraagt de ander zich dan, wat zijn de gevolgen?
177) Ga je roepen, schreeuwen, verwijten? Leg uit, geef voorbeelden, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, hoe gedraagt een ander zich dan, wat zijn de gevolgen?
178) Kun je het toegeven als je in fout bent, kun je ruzies weer bijleggen, kun je een eerste stap zetten? Indien niet, wat voel je dan, wat denk je dan, hoe gedraag je je dan, hoe gedraagt de ander zich dan?
179) Ga je zitten mokken? Hoe gedraag je je dan, hoe reageert de ander, wat zijn de gevolgen?
180) Ben je vals, schijnheilig? Hoe gedraag je je dan, wat denk je dan, wat voel je dan, bij wie, wanneer, wat zijn de gevolgen?
181) Welke soort mensen zijn er in je omgeving, welke mensen kruisen veelvuldig je pad? Bv. arme mensen, mensen die steun zoeken, egoïstische mensen, rijke mensen, creatieve mensen … Hoe reageer je op elk type, hoe verlopen die relaties?
182) Ben je sociaalvoelend, geef je om andere mensen? Indien niet, leg uit hoe je de dingen bekijkt en voelt, wat zijn de gevolgen?
183) Ben je racistisch? Leg uit, hoe gedraag je je dan, wat voel je en wat denk je dan?
184) Ben je egoïstisch? Leg uit, hoe gedraag je je dan, wat voel je en wat denk je dan, wat zijn de gevolgen?
185) Is er oppositie van anderen naar jou toe, werken anderen je tegen? In wat word je tegengewerkt? Hoe dikwijls, hoe intens, wat voel je dan, wat denk je dan, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
186) Zijn er mensen die jij tegenwerkt, of tegen wie jij in oppositie gaat? Welke mensen, waarom, wanneer, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
187) Hoe is je relatie met mensen in het algemeen: ouders, broers, partner, kinderen, vrienden, kennissen, vreemden, collega’s, meerderen, andere rassen? Hoe is jouw houding naar anderen toe, welke houding hebben anderen naar jou toe, hoe verlopen relaties, hoe gedraag je je in het bijzijn van familie, vreemden, collega’s, meerderen, kinderen … ? Beschrijf in detail de relatie met ouders, partner …..
188) Word je gepest of pest je zelf wel eens een ander? Leg uit, bij wie, wanneer, waarom, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
189) Hoe is de sfeer thuis, hoe gaan de zaken eraan toe thuis? Geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
190) Hoe verlopen dingen betreffende het werk? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat voel je, wat denk je, hoe reageer je, wat zijn de gevolgen?
191) Ben je een workaholic? Licht toe in welke mate werk een rol speelt in je leven. Hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
192) Hoe is je houding tegenover geld, hoe ga je met geld om? Heb je te weinig geld of angst om geldgebrek te hebben? Geef je (te) gemakkelijk geld uit, ben je (te) spaarzaam of gierig? Hoe belangrijk is geld in jouw leven? Komt het gemakkelijk of met veel moeite? Leg uit in detail, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
193) Heb je veel of weinig succes in je leven op diverse terreinen? Leg uit in detail, geef voorbeelden, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
194) Hoe vlot lopen de dingen die je aanpakt, loopt alles vanzelf of gaat er veel tegen en zijn er steeds barrières? Leg uit in detail, geef voorbeelden, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
195) Heb je tegenslagen? Dewelke, hoe reageer je dan, hoe dikwijls, hoe intens, wat zijn de gevolgen?
196) Wil je over dingen controle hebben? Over welke dingen, waarom, wanneer, bij wie, hoe dikwijls, hoe intens, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen ? Wat gebeurt er als je geen controle hebt ?
197) Zijn er situaties waarin je steeds opnieuw verzeild geraakt, zijn er situaties die je aantrekt? Dewelke, hoe dikwijls, hoe intens, wat gebeurt er dan, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
198) Ben je ambitieus? Om welke reden, slaag je in je opzet? Wat wil je bereiken in je leven? Om welke reden?
199) Heb je organisatietalent, werk je efficiënt? Leg uit in detail hoe je de dingen aanpakt, geef voorbeelden. Doe je dingen verkeerd, verlies je tijd, doe je dingen met omwegen … ? Wat zijn de gevolgen?
200) Kun je veel dingen aan, kun je veel verwerken en veel presteren? Leg uit hoe de dingen verlopen, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
201) Heb je problemen met de tijd, bv. nooit tijd genoeg? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
202) Maak je veel fouten, in wat dan ook? Welke fouten, in welke situaties, bij wie, wat is de oorzaak, hoe reageer je dan, wat zijn de gevolgen?
203) Neem je initiatief, of laat je alles aan de anderen over, of laat je de zaken op hun beloop? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, hoe gedragen anderen zich dan, wat zijn de gevolgen?
204) Wil je soms meer dingen doen dan je aankunt, neem je te veel hooi op je vork? Waarom, hoe doe je de dingen dan, wat zijn de gevolgen?
205) Wil je te veel dingen tegelijk aanpakken, wil je tien dingen tegelijk doen? Waarom, hoe doe je de dingen dan, wat zijn de gevolgen?
206) Heb je het gevoel dat een activiteit die je doet, nuttig moet zijn of dat het anders tijdverlies is, heb je schuldgevoelens als je je ontspant i.p.v. te werken? Leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
207) Hoe reageer je als je iets niet vindt? Wat zijn de gevolgen?
208) Heb je een drang naar macht? Waarom, bij wie, in welke situaties, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
209) Heb je een wens om belangrijk te zijn? Waarom, bij wie, wanneer, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
210) Ben je een leider of een volger? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je dan, wat zijn de gevolgen?
211) Heb je impact op andere mensen, ben je charismatisch? Leg uit, geef voorbeelden, hoe gedraag je je, hoe reageren anderen, wat zijn de gevolgen?
212) Ben je vlug vermoeid en uitgeput, heb je te weinig energie? Leg uit, geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen?
213) Slaap je goed? Leg uit, wat zijn de gevolgen?
214) Snurk je? Leg uit, hoe intens, hoe reageert een ander?
215) Hoe zou je je levensstijl en levensgewoonten omschrijven? Geef voorbeelden, wat zijn de gevolgen, hoe gedraag je je, welk effect heeft jouw levensstijl op anderen?
216) Hoe verloopt een normale dag? Activiteiten, interesses, hobby’s, gebeurtenissen, sport …? Leg uit, geef voorbeelden.
217) Houdt de dood jou bezig? Indien ja, hoe intens, waarom, wat zijn de gevolgen ?
218) Heb je seksuele problemen? Dewelke, hoe voel je je dan, welk effect hebben de problemen op jezelf en op jouw relatie?
219) Heb je fantasieën over bepaalde dingen of personen? Dewelke?
220) Wat zou je willen bereiken? Waarom? Zal je het bereiken?
221) Wat is belangrijk in je leven? Waarom?
222) Hoe is je gezondheid? Allergieën, vaak ziek worden, eelt, diarree constipatie, hyperventileren, huiduitslag, premenstruele klachten, hoofdpijn, gevoelig voor verkoudheden …? Beschrijf elke klacht in detail. Hoe voel je je erover, wat zijn de gevolgen?
223) Hoe intelligent ben je? Begrijp je vlug nieuwe dingen of duurt het een tijdje eer je iets doorhebt? Zijn er zaken waar je totaal geen aanleg voor hebt? Kun je goed memoriseren? Hoe is je geheugen? Heb je ruimtelijk inzicht? Ben je handig? Ben je creatief? Leg uit in detail, hoe voel je je erbij, wat zijn de gevolgen?
224) Ben je traag? In wat? Beschrijf hoe de dingen er dan aan toe gaan, hoe voel je je dan, hoe reageert een ander, wat zijn de gevolgen?
225) Kun je je gemakkelijk oriënteren op de weg? Indien niet, hoe doe je de dingen dan, hoe voel je je dan, wat zijn de gevolgen?
226) Welke mening hebben andere mensen over jou? Waarom, welk effect heeft dat op jou?
227) Wat kun je goed, wat kun je niet goed?
228) Wat ken je goed, wat ken je niet goed?
229) Wat heb je graag, wat heb je niet graag?
230) Wie heb je graag, wie heb je niet graag?
231) Welke mensen heb je graag, welke mensen heb je niet graag?
232) Wat doe je graag, wat doe je niet graag?
233) Wie help je graag, wie help je niet graag
234) Wat heb je, wat heb je niet?
235) Wat zou je graag hebben, wat zou je niet graag hebben?
236) Wat zou je willen, wat zou je niet willen?
237) Wat heb je tekort, wat heb je niet tekort?
238) Wat heb je teveel, wat heb je niet teveel?
239) Welke herinnering zou je het liefst willen vergeten, wat zul je nooit vergeten?
240) Wat gaat er gemakkelijk in je leven, wat gaat er niet gemakkelijk in je leven?
241) Wat zou je graag kunnen dat je niet kunt?
242) Wat zou je graag kennen dat je niet kent?
243) Wie zou je graag kennen die je niet kent?
244) Wie zou je graag helpen die je niet helpt?
245) Wie zou je graag afwijzen die je niet afwijst?
246) Wat zou je graag afwijzen dat je niet afwijst?
247) Wat zou je graag hebben dat je niet hebt?


