Mijn darmen functioneren goed. Ik ben ook minder gevoelig voor darminfecties. Als het zich nog voordoet, is het sneller weer over.
Ik heb al minstens 3 maanden zogoed als geen hoofdpijn meer. Ik heb af en toe nog even hoofdpijn en dan is het slechts een lichte hoofdpijn.
Ik was allergisch aan medicatie, dit is beter. Ik neem nu ook gemakkelijker een pijnstiller, iets waar ik vroeger een weerstand voor voelde.
Mijn vermoeidheid wordt geleidelijk aan wat beter.
Ik heb nog zeer weinig een keelontsteking, ook niet toen ik neusverkouden was in september. Vroeger had ik minstens 1 keer per maand een keelontsteking.
Ik kon in het verleden zo dikwijls een sterke verkramping voelen in mijn nek uitstralend naar mijn schouders, dit is helemaal verdwenen.
Ik voel me door contact met zieke of hulpbehoevende mensen niet meer uitgeblust.
In contacten met mensen ben ik meer op mijn gemak en voel ik meer aan. Daardoor ben ik beter in het opmerken van signalen van anderen, en daardoor weet ik beter hoe te reageren en wat te zeggen. Ik heb minder angst om iets verkeerd te zeggen. Ik ben minder van slag door reacties van mensen. Ik kan mij rustig houden en beter inspelen op de reacties van anderen.
De houding van vrouwen naar mij toe is veranderd. Ze hebben meer waardering voor mij en ze zijn meer geïnteresseerd in mij. Ikzelf kan iets beter liefde voelen voor anderen en beter liefde tonen en geven aan anderen. Ik merk ook dat ik geen vrouwen meer aantrek die in mij geïnteresseerd zijn en die het tegelijkertijd heel moeilijk hebben. Ik heb ook niet meer het idee dat alleen kinderen en bejaarden mij leuk vinden.
Ik kan geleidelijk aan beter mijn gevoelens uiten. Ik schaam me minder voor mijn gevoelens. Die schaamte voor mijn gevoelens maakte mij dikwijls onzeker in allerlei situaties. Nu ben ik minder geremd om over mijn gevoelens te praten en kan ik daardoor vlotter praten met mensen. Ik vertel meer en gemakkelijker dan vroeger.
Als gevolg van deze diverse verbeteringen in contacten met mensen, verlopen relaties met mensen gemakkelijker en warmer.
Mijn gezondheid, spirituele groei en carrière zijn nog steeds heel belangrijk maar het houdt me minder obsessief bezig. Ik kan er luchtiger over doen. Als mensen een opmerking maken dat dat mij toch wel heel erg bezighoudt, dan voel ik mij niet meer aangevallen en kan ik er zelf wat de spot mee drijven.
Ik heb altijd een enorme kritiek naar mezelf toe gehad, ik heb mezelf altijd verweten een stommerik te zijn of mezelf verweten dat ik het zo of zo had moeten doen enz. Nu kan ik meer liefde voelen voor mezelf, ik kan nu zeggen: dat was stom, ik had het anders kunnen doen, maar volgende keer beter. Ik kan mezelf vergeven, ik ben wat aardiger voor mezelf.
Ik ben heel wat minder gespannen bij een vrouw. Ik kan gemakkelijk in gesprek gaan met een vrouw zonder dat ik bang ben van haar reactie.Ik heb minder angst voor intimiteit met vrouwen.
Ik kan mij beter ontspannen en meer genieten van iets. Ik sta steeds positiever in het leven, ik kan mij meer en meer richten op wat wel goed gaat en ben minder alleen maar bezig met wat mis gaat in mijn leven.
Het heeft zich niet meer voorgedaan dat de dingen fout gaan als ik iets wil aankopen. Dit gebeurde nogal eens in het verleden.
Ik kan beter omgaan met de combinatie ‘werken, studeren, steeds weer een nieuwe opdracht moeten afhebben’. Dit veroorzaakt minder spanning bij mij, ik heb meer het gevoel van ‘het lukt me wel’. Ik maak me ook minder zorgen over het feit dat ik weinig tijd heb om te studeren, ik ben niet meer zo snel in paniek. Ik heb nu eerder het gevoel van dat ik het later wel kan ophalen. Ik heb door het vele werk bijna geen enkel moment rust, maar ik blijf daar nu rustig in en ben er niet meer door gestrest.
Bij het oefenen van gesprekken met een patiënt kan ik nu een duidelijke structuur in het gesprek houden, ik vraag dingen niet meer door elkaar zodat het voor de patient verwarrend wordt. Ik voel mij zekerder tijdens de vraagstelling, waardoor ik beter de structuur kan houden en niet meer lukraak vragen stel. Ik ben echter nog steeds te omslachtig in mijn vraagstelling en te suggestief. Men zou kunnen denken dat ik beter structuur kan houden door oefening, maar ik voel dat ik echt wel een betere aanleg daarvoor heb. De verbetering die bereikt werd is door het afbreken van patronen en niet door oefening.
Na de anamnese had ik ook moeite om het juiste lichamelijk onderzoek uit te voeren en wist ik niet waar ik allemaal moest op letten. Dit gaat nu beter. Ik kan verkregen gegevens beter formuleren. Ik kan beter structuur aanbrengen in mijn denken, praten en schrijven. Ik voel ook hier een aanleg die ik eerder niet had. Weer wat patronen die weggewerkt zijn. Ik heb echter nog moeite met klinisch redeneren.
Nu en dan komt er nog iets terug van wat al beter was, maar na enkele dagen of een week gaat het dan weer over. Ik heb ook nog last gehad van angst om iets niet te weten, gedurende een aantal weken, maar dit gaat intussen weer beter.


