.Ik ben dit jaar geslaagd voor mijn geneeskunde studie, ofwel de 1ste drie jaar die ik in 1 jaar heb gedaan. Nu tijdens mijn vakantie zal ik zoveel mogelijk moeten werken en kan ik het mij niet permitteren om op vakantie te gaan.
. Studeren gaat zeer goed. Er is nog een verbetering voor wat betreft snelheid van opnemen en vasthouden van leerstof ofwel het memoriseren en het blijven onthouden van leerstof. Op het laatste tentamen wist ik nog ongeveer alles wat ik gestudeerd had. 80% van de vragen kon ik onmiddellijk beantwoorden. Over de rest moest ik even wat nadenken. Vroeger moest ik over heel veel vragen nadenken, ik had de informatie niet onmiddellijk meer beschikbaar.
. In het verleden woog ik bijna steeds onder de 80 kg. Dit kwam omdat ik door diarree veel kilo’s verloor. Ik kon soms op enkele dagen tijd wel 4 kg verliezen. Ik heb de laatste maanden niet meer die wekenlange diarree gehad, zoals ik die vroeger kende. Ondanks alle drukte, ondanks alle stress. Vroeger moest ik ook buiten de periodes van hevige diarree wel 15-20 maal per dag naar het toilet. Ik had het gevoel dat ik dan helemaal leegliep. Ik had uitsluitend slappe, soms waterdunne ontlasting. Nu moet ik nog 4-5 maal naar het toilet. 2-3 maal is mijn ontlasting dan vast. 1-2 maal dun tot slap. Maar dit is al veel minder dan in het verleden. Nu weeg ik ongeveer 82 kg. Zo’n verschil in gewicht is er nog niet. Desondanks zeggen mensen dat ik er gezonder en krachtiger uitzie. Ik zie er breder en gespierder uit zeggen ze. Ik lijk voller in mijn gezicht.
. Ik heb geen zure maagoprispingen meer. Ook de winderigheid waar ik in het verleden steeds last van had is veel verminderd. Wel heb ik nog steeds buikpijn onmiddellijk na het eten en dien dan ook onmiddellijk naar het toilet te gaan. Doe ik dat niet, krijg ik flinke buikpijn. Buikpijn tussen het eten door heb ik niet meer. Dit had ik vroeger bijna altijd.
. Mijn acné is sterk verbeterd en mijn kouwelijkheid is voor de helft verminderd. Ik ben niet meer neusverkouden en mijn spanningshoofdpijn is verminderd, maar nog wel aanwezig. Ik ben over het algemeen iets minder moe. De intense vermoeidheid die ik regelmatig voelde is sterk verbeterd. Ik voel mij qua gezondheid in het algemeen stukken beter en als ik dingen moet doen die ik minder leuk vind, dan heeft dat geen invloed meer op mijn energie.
. Het probleem van te snel klaarkomen is helaas niet verbeterd. Wel is er een andere verbetering opgetreden. Een orgasme is nu fijner dan voorheen. Het is nu een intenser genieten. Tot nu toe betekende een orgasme voor mij het ontladen van spanning en nu is het anders. Ik begrijp nu wat anderen bedoelen met het geluksgevoel dat je overkomt tijdens een orgasme.
. Het komt zogoed als niet meer voor dat anderen mij ‘kale’ of ‘lange Jan’ noemen. Ik heb naar vrouwen toe niet meer het gevoel dat ik onaantrekkelijk ben of abnormaal ben of om ‘niet van te houden’ ben. Ik krijg steeds meer het gevoel dat ik er mag zijn. Ik krijg complimentjes over mijn uiterlijk, iets wat vroeger ik vroeger niet kreeg. In de eetzaal van het ziekenhuis merk ik dat vrouwen mij in de gaten houden. Vrouwen reageren anders op mij. Ze laten mij merken dat ik er mannelijker uitzie. Ik krijg andere aandacht van vrouwen dan voorheen. Vrouwen kijken gemakkelijker naar mij en zoeken meer oogcontact met mij dan vroeger.
. Ik voel geen schaamte meer omdat ik alleen ben (zonder partner). Ook voel ik geen schaamte meer voor mijn seksuele gevoelens.
. Het verlangen naar een vrouw is er nog steeds. Maar het is duidelijk minder en ook is dit verlangen minder pijnlijk.
. Ik kan mijn kaalheid weer beter aanvaarden. Maar natuurlijk blijf ik verlangen dat mijn haar weer terug zou groeien. Linda zegt hierover: misschien.
. Ik voel mij helderder in mijn hoofd omdat ik nu niet meer door allerlei gedachten en frustraties die er steeds waren, in beslag genomen word.
. Ik voel mij minder vaak dom. Nog wel in situaties waarin ik iets niet weet en het eigenlijk had moeten weten omwille van mijn geneeskunde studie. Maar het doet dan toch minder pijn. Ik maak me er ook minder druk om. Ik heb nu meer het gevoel van dat ik ook wel iets mag vergeten. Ik ben minder afkeurend voor mezelf. Ik ben minder bang dat mensen mij zullen afkeuren wanneer ik iets niet weet. Ik vind mezelf dan ook niet meer zo dom als ik iets niet begrijp. Ik blijf rustig en raak niet zo snel in paniek als ik iets niet begrijp. En ik voel ook niet die frustratie meer. En ik heb er vertrouwen in dat ik het toch wel zal begrijpen.
. Ik voel me iets minder moe bij het wakker worden. Ook heb ik een beter humeur bij het opstaan en minder tegenzin om met een nieuwe dag te beginnen. Vroeger moest ik me uit bed slepen. Nu kan ik makkelijker en vlotter uit mijn bed komen.
. In een groep voel ik mij een stuk zekerder. Bij vreemde mensen voel ik mij op mijn gemak. Ik heb nog weinig angsten in contacten met mensen. Daarom mijd ik veel situaties niet meer.
. Contacten met mensen zijn sterk verbeterd. Toch zijn er nog situaties waarin ik niet weet hoe ik moet reageren, waarin ik het moeilijk vind om een juiste houding aan te nemen. Ik ben soms nog bang van de reactie van een ander of van wat een ander van mij denkt. Ik weet niet altijd hoe ik iets moet zeggen of wat het beste is om te zeggen. Ik reageer dan niet of neem een afwachtende houding aan. Ik wacht en ik zeg dan niets. Ik hecht nog teveel belang aan wat een ander zal denken.
. Ik ben minder bang om fouten te maken of om te falen. Een gedachte dat het fout zou kunnen gaan brengt me niet meer uit evenwicht en bezorgt mij ook geen buikpijn meer. Ik kon vroeger zó zenuwachtig worden dat alles fout ging of dat ik niets meer durfde te doen. Dit gebeurt niet meer. Ik voel me niet meer zo onzeker in mijn werk als verpleegkundige. Er zijn op het werk geen situaties meer waarin ik bang ben dat ik iets niet goed zal doen. Ik voel me niet meer onzeker in situaties waarin ik moet presteren. Ik denk veel minder dat ik iets niet goed kan zoals dat ik een goede dokter kan worden. Desondanks heb ik nog wel de angst dat ik geen goede dokter zal zijn. Aangezien mijn faalangst in allerlei situaties sterk is verminderd, ga ik nu allerlei situaties niet meer mijden.
. Mijn gevoel van eigenwaarde is een stuk de hoogte in gestegen. Ik heb in allerlei situaties waar ik mij minderwaardig voelde, nu eerder een gevoel van: ik kan het ook bereiken wat anderen behalen. Ik kan ook wel iets, mijn mening heeft ook waarde. Ik weet dat ik intelligent ben, ik ben het toch wel waard. Ik heb niet meer het gevoel van: ik sta helemaal beneden en anderen staan helemaal boven. Ik ga veel minder mezelf afkeuren en mezelf bekritiseren bij mensen die het beter weten of beter kunnen dan ik. Ik ben minder geïmponeerd door mensen die alles heel goed kunnen uitleggen. Ook tegenover een vrouw die ik leuk vind, heb ik een hoger gevoel van eigenwaarde.


