Resultaten na de testbehandeling in november 2009.
Er is in de loop van een week een eerste testbehandeling uitgevoerd van 20 uur therapie op afstand. Daar ging een telefonisch contact aan vooraf.
Er waren de volgende resultaten:
Emmanuela:
. Ik moet mij minder volproppen met eten.
. Ik kan mij veel beter concentreren tijdens het studeren.
. Ik kan nu voedsel delen met mijn partner.
. Ik ben rustiger.
. Ik ben minder verdrietig.
Na deze testbehandeling werd er niet onmiddellijk met de eigenlijke behandeling gestart. Na anderhalve maand leken de resultaten minder waardoor er nog eens een testbehandeling van 20 uur uitgevoerd werd om zekerheid te hebben over de snelheid van resultaten, om uit te sluiten dat Emmanuela tot ‘de trage groep’ behoort. Want in dat geval kan een voorbeeldbehandeling niet doorgaan.
Emmanuela verkoos uiteindelijk om niet met de voorbeeldbehandeling door te gaan omdat ze haar verhaal toch niet op het internet wou brengen. De resultaten na 40 uur therapie worden hier anoniem gebracht.
Resultaten na 40 uur therapie
. Ik vind niet meer dat ik lelijk ben, dat is voorbij. Ik kan mijzelf beter aanvaarden. Ik vind nog altijd dat ik niet mooi ben. Maar dit staat niet meer in de weg in mijn relatie met mijn partner. Het doet zich niet meer voor dat ik denk dat mijn partner mij afstotelijk vindt waardoor ik niet kon verdragen dat hij me zelfs maar eventjes aanraakte. Ik heb meer vertrouwen in hem, ik creëer geen afstand meer naar hem toe. Ik begin hem te geloven als hij zegt dat hij mij aantrekkelijk vindt, ik kan dat als de waarheid aanvaarden, en het maakt mij blij.
. Er zijn minder irritaties tussen mij en mijn partner. Ik voel me beter begrepen door hem, ik kan beter bij hem terecht. Hij luistert beter als ik iets vertel. Ik voel me niet meer eenzaam. Ik heb niet meer het gevoel dat er een kloof is tussen ons. Ik voel mij meer gesteund door mijn partner. Hij heeft mij altijd al gesteund maar ik zag dat niet zo.
. Ik kon er maar niet toe komen om te studeren. Dit is veel beter, ik kan er gemakkelijk toe komen om te studeren nu, ik kan urenlang studeren en ik kan mij heel goed concentreren. Tijdens een examen kan ik beter zinnen vormen, ik kan beter uitdrukken wat ik wil zeggen. Ik ben nog altijd heel zenuwachtig tijdens een examen en daardoor vergeet ik nog dingen te vermelden, maar ik vergeet toch al minder.
. Ik heb nog dezelfde faalangst als ik iets moet doen dat moet lukken (o.a. studeren, een examen), maar desondanks doe ik het waar ik vroeger zou afgehaakt hebben, of doe ik het beter dan vroeger.
. Ik ben nog altijd heel onzeker over mijn zelfdiscipline en mijn intelligentie maar die onzekerheid werkt niet meer verlammend. Ik heb nog altijd faalangst waar het studeren betreft, maar deze angst is niet meer zo verlammend. Ik ben minder zenuwachtig bij het studeren, en ik vertel mezelf niet meer dat ik niet efficiënt studeer of dat het me nooit zal lukken.
. Ik breek er mijn hoofd niet meer over dat ik weinig zelfdiscipline heb, ik voel me er niet meer minderwaardig om. Ik kan mezelf beter aanvaarden zoals ik ben.
. Ik ben er niet meer zo mee bezig dat ik niet zal slagen, dit is misschien het gevolg van het feit dat het studeren beter gaat. Ik vertel mezelf niet meer voortdurend dat ik niet zal slagen, wat gepaard ging met intense angst en eten. Nu vertel ik mezelf: als ik het echt wil, dan kan ik het, maar ik moet er hard voor werken.
. Dingen die ik nu doe zijn nu echt wel goed. Ik breng dingen tot een succesvol einde. Vroeger zou ik dezelfde dingen niet gedaan gekregen hebben. Mijn twijfel, angst en negatief zelfbeeld hebben plaats gemaakt door de gedachte dat ik het wel kan.
. Na een conversatie met iemand ben ik er achteraf niet meer mee bezig dat die persoon wel zal denken dat ik dom ben.
. Als ik mij buitenshuis bevind, wil ik mij niet meer onzichtbaar maken omdat ik denk dat ik niet aantrekkelijk ben en niet gewenst ben. Ik ben ook niet meer gesloten en ik kan beter genieten. Dit heeft als resultaat dat ik mij niet meer ga volproppen met voedsel of ga roken na een contact buitenshuis.
. Ik wil me niet meer bewijzen aan mezelf, mijn moeder en mijn zoon dat ik zelfdiscipline heb en dat ik intelligent ben, ik wil het wel kunnen (zelfdiscipline hebben en intelligent zijn).
. Ik trek mij dingen minder aan, ik laat iets sneller los. Ik laat bijvoorbeeld een ruzie met mijn zoon sneller los. Ik ben minder aan het piekeren over dingen. Ik ben niet meer aan het piekeren over studeren, over de leerstof, over het examen, over dat het mij nooit zal lukken, over mijn slechte eetgewoonten, over roken, over mijn slechte relatie met mijn zoon, over geld ….
. Ik heb iets minder de neiging om mij vol te proppen met voedsel, maar misschien is dit omdat ik momenteel heel veel rook.
. Ik ben minder snel geïrriteerd over allerlei kleine dingen. Ik erger mij niet meer aan onbeleefde of onrespectvolle mensen.
. Ik ben niet meer diep ongelukkig, ik ben niet meer intens verdrietig. Ik heb geen verdriet meer om wie ik ben, om mijn uiterlijk of om de problemen met mijn zoon. Ik ben gelukkiger, ik ben vaker blij, ik ben niet meer depressief. Ik heb ook niet meer het gevoel dat ik niets nuttigs met mijn leven doe. Doordat het studeren nu lukt, heb ik een doel gekregen.
. Ik voel geen paniek meer als ik eraan denk hoe weinig ik in mijn leven al bereikt heb, ik heb geen pijn meer in mijn hartstreek en heb geen spanning meer in mijn lichaam. Angsten die hiermee verbonden waren, zijn verdwenen. Er is minder het gevoel van spijt en ontevredenheid over mezelf, maar het is nog niet helemaal weg. Ik kan het mezelf nu vergeven dat ik vroeger niet gestudeerd heb, maar ik vind het toch nog spijtig.
. Ik heb nog steeds stress door mijn gedachten van niet te zijn zoals ik zou willen zijn en dat ik er iets zou moeten aan doen, maar het is toch minder. Deze stress voel ik nog steeds in mijn schouder en rug en ik ga er nog door eten of roken.
. Ik ben minder angstig dat ik niets goeds voor deze planeet zal kunnen doen, ik ben minder angstig dat mijn zoon op het verkeerde pad zal komen.
. Bij het laatste contact met mijn zoon vertelde hij iets meer aan mij. Het contact is iets verbeterd, maar de spanning die er tussen ons was, is er nog.
. Ik heb een minder sterke tegenzin voor dingen die moeten gedaan worden, voor het huishouden. Er is nog tegenzin maar ik kan er tegenin gaan en het werk toch uitvoeren.
. Ik slaap veel beter.
